1. De vergunning bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, wordt geweigerd indien:

    1. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:6 gestelde eisen;

    2. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.

    3. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht[, die de leeftijd van 21 jaren nog niet hebben bereikt] of in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

  2. De vergunning bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, kan worden geweigerd in het belang van:

    1. het voorkomen of beperken van overlast;

    2. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

    3. de veiligheid van personen of goederen;

    4. de verkeersvrijheid of -veiligheid;

    5. de gezondheid of zedelijkheid; of

    6. de arbeidsomstandigheden van de prostituee;

    7. Indien de aangevraagde locatie niet voldoet aan overige door het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 3:4 gestelde nadere regels.

  3. Een vergunning bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, kan voorts worden geweigerd:

    1. voor een seksinrichting of escortbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:13 of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;

    2. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend.