1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

    1. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor publiek toegankelijk gebouw, of een daarbij behorend perceel, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is;

    2. exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

    3. horecabedrijf: de activiteit in ieder geval bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse;

    4. horecalokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van dranken en spijzen voor directe consumptie;

    5. leidinggevende: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben over de bedrijfsmatige activiteiten;

    6. lokaliteit: een besloten ruimte, onderdeel uitmakend van de inrichting;

    7. openbare inrichting:

      1. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;

      2. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid;

      3. een bedrijf waar andere dienstverlenende of detailhandelsgerichte activiteiten plaatsvinden al dan niet met horeca gerelateerde activiteiten zoals door de burgemeester aangewezen in het “Aanwijzingsbesluit exploitatievergunning andere openbare inrichtingen”.

    8. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;

    9. terrasmeubilair: tot het terrasmeubilair wordt in ieder geval gerekend:(sta)tafels, stoelen en andere zitgelegenheden, afscheidingen, parasols, (zonne)schermen, verlichtingsarmaturen, plantenbakken, mobiele taps, (mobiele) verwarming, afvalbakken, menuborden en snoepautomaten.

  2. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.

  3. Onder horecabedrijf wordt niet verstaan:

    1. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de horeca een ondergeschikte nevenactiviteit is van de winkelactiviteit;

    2. horecafaciliteiten in een zorginstelling, uitsluitend voor cliënten en bewoners;

    3. een bedrijfskantine of –restaurant, uitsluitend voor personeel/bedrijfsgerelateerde bezoekers/zakelijke relaties;

    4. crematoria en rouwcentra;

    5. musea.

  4. Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:

    1. de gezinsleden van de leidinggevende(n), alsmede diens elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;

    2. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;

    3. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.