1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn mits de houder van de inrichting tenminste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  2. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.

  3. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

  4. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, direct toestaat.

  5. Het college kan in nadere regels gebieden aanwijzen waar het gestelde in dit artikel niet van toepassing is;

  6. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de volgende onderwerpen:

    • De dagen en de tijdstippen waarop festiviteiten als bedoeld in artikel 4:1 gehouden mogen worden;

    • het maximale geluidsniveau om overlast te beperken;

    • het aantal festiviteiten als bedoeld in het eerste lid te beperken voor inrichtingen niet-zijnde horeca-inrichtingen.