1. Het is verboden zich gemaskerd, vermomd of op een andere wijze onherkenbaar gemaakt op de weg of op een openbare plaats te bevinden.

  2. Eenieder die zich gemaskerd, vermomd of op andere wijze onherkenbaar vertoont en zich op of aan de weg of op een openbare plaats bevindt, is op eerste vordering van een politieambtenaar of toezichthouder van de gemeente verplicht zich onmiddellijk van zijn masker en/of vermomming te ontdoen of zich op andere wijze duidelijk herkenbaar te maken.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing in de volgende gevallen:

    1. in situaties waarin wordt voorzien door hogere regelgeving (bijvoorbeeld de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding 2019); en

    2. indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het masker en/of de vermomming niet geschiedt met het doel de openbare orde te verstoren.