1. Het is verboden op een openbare plaats verborgen camera’s, volg-, sweep- en afluisterapparatuur te vervoeren of bij zich te hebben die tot doel hebben:

    1. het plegen van strafbare feiten te faciliteren;

    2. opsporingsinstanties bij de uitoefening van hun werkzaamheden te belemmeren.

  2. Het verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de genoemde middelen niet zijn bestemd of gebruikt voor de in het eerste lid bedoelde handelingen.