De vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 1:6, ingetrokken indien:

  1. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees rechtvaardigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de veiligheid en/of de gezondheid van de sekswerkers of klanten,

  2. de exploitant of beheerder het toezicht op de naleving belemmert of bemoeilijkt, of

  3. er gedurende een termijn van drie maanden geen feitelijk gebruik wordt gemaakt van de vergunning.