1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

  2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van de wegbeheerder publieke taken worden verricht en deze toestemming heeft verleend op basis van de ‘Amstelveense richtlijn voor tijdelijke verkeersmaatregelen’ en de bij de toestemming gestelde voorwaarden worden nageleefd. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking toteen weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet,provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorziendoor artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of hetbepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

  3. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Amstelveen 2022.

  4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.