1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

    1. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide dan wel heempark, schoolplein of op een andere door het college aangewezen plaats;

    1. binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; of

    1. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

  2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. Het college kan tevens plaatsen buiten de bebouwde kom aanwijzen waar het verbod bedoeld in dat lid van toepassing is

  3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:

    1. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of

    1. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.