1. Een ieder is verplicht zich op een daartoe strekkend bevel, schriftelijk gegeven door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde, te verwijderen en verwijderd te houden, uit een door de burgemeester en wethouders aangewezen gebied gedurende de tijd, in het bevel genoemd.

  2. Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op personen die in het door burgemeester en wethouders aangewezen gebied:

    1. zich bevinden in een middel van openbaar vervoer;

    2. aldaar werkzaam zijn;

    3. volgens het bevolkingsregister aldaar woonachtig zijn, dan wel;

    4. een aantoonbaar redelijk belang hebben om zich in dit gebied op te houden.

  3. Een bevel is slechts geldig gedurende een in het bevel genoemde periode van ten hoogste vier weken.