1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter voorkoming van overlast of baldadigheid plaatsen of gebieden binnen de gemeente aan te wijzen, waar het verboden is, zich tussen bepaalde tijdstippen te bevinden dan wel zich op te houden.

  2. Het is een ieder verboden zich gedurende de krachtens het eerste lid bepaalde tijdstippen op de krachtens het eerste lid bepaalde tijdstippen op de krachtens het eerste lid aangewezen plaatsen te bevinden, dan wel zich op te houden.

  3. Burgemeester en wethouders kunnen van het gestelde verbod ontheffing verlenen.

  4. Het verbod geldt niet voor politie, brandweer, ambulancediensten of enige andere hulpverleningsdiensten in gevallen waarin de door deze diensten te bieden hulpverlening ten tijde van het verbod binnen het krachtens het eerste lid aangewezen gebied noodzakelijk is.