1. Het is, onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 4:18 van deze verordening, verboden om - al dan niet gebruikmakend van enige vorm van beschutting, waar onder in ieder geval begrepen het gebruik van een auto - op een openbare plaats:

    1. tussen zonsondergang en zonsopgang te liggen of te slapen of zich anderszins op te houden met het kennelijke doel de nacht door te brengen, of;

    2. tussen zonsopgang en zonsondergang te liggen of te slapen, nadat door een toezichthouder als bedoeld in artikel 6.2 van deze verordening in het belang van de openbare orde of veiligheid is aangezegd dat dit moet worden beëindigd.

  2. Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid gestelde ontheffing verlenen.