Aan een minderjarige die wordt verdacht van het plegen van een feitgecodeerd feit kan een strafbeschikking worden uitgevaardigd.
Parallel aan hetgeen in de Wahv is vastgelegd, geldt dat ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar de vastgestelde tarieven worden gehalveerd met een afronding op hele Euro’s naar boven. Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen.
Artikel 491 lid 2 Sv bepaalt dat bij het uitvaardigen van een strafbeschikking ter zake een misdrijf, met een geldboete van meer dan € 200,–, aan de minderjarige verdachte, een raadsman moet worden toegevoegd. Gelet op de gefaseerde uitrol van de OM-strafbeschikking wordt in deze gevallen echter momenteel nog geen OM-strafbeschikking uitgevaardigd (zie de Aanwijzing OM-strafbeschikking). Nadat de OM-strafbeschikking voor wat betreft de taakstraf voor jeugdigen is geïmplementeerd kan in eerder genoemde gevallen een OM-strafbeschikking worden uitgevaardigd, waarbij uitvoering dient te worden gegeven aan art. 491 lid 2 Sv.