In artikel 3.2 van het Besluit OM-afdoening zijn de opsporingsambtenaren aangewezen aan wie strafbeschikkingsbevoegdheid op grond van artikel 257b Sv is verleend.

In de bijlage van het Besluit OM-afdoening zijn de zaken aangewezen die voor een politiestrafbeschikking in aanmerking komen. Opsporingsambtenaren met strafbeschikkingsbevoegdheid maken van die bevoegdheid gebruik volgens door het OM te geven richtlijnen (artikel 257b, derde lid, Sv).

Een politiestrafbeschikking mag niet worden uitgevaardigd indien:

  1. de opsporingsambtenaar of een van zijn naaste familieleden bij het feit of de gevolgen daarvan betrokken is;

  2. verschil van inzicht bestaat tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte omtrent de feiten en/of de strafbaarheid;

  3. het feit schade ten gevolge heeft gehad of overigens te ernstig van aard is;

  4. inbeslagneming plaatsvindt en er door de hulpofficier van justitie geen juridische eindbeslissing over al het beslag is genomen;

  5. de militaire rechter uitsluitend bevoegd is.

De hoofdofficier van justitie kan bepalen dat in bepaalde gebieden of op bepaalde openbare wegen binnen het arrondissement of in bepaalde categorieën zaken door de bevoegde ambtenaren geen gebruik wordt gemaakt van de strafbeschikkingsbevoegdheid (artikel 3.5 Besluit OM-afdoening).