Iedere handelingsbekwame, natuurlijke persoon kan tot arbiter worden benoemd. Geen persoon is om reden van zijn nationaliteit van benoeming uitgesloten, tenzij de partijen met het oog op de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid van het scheidsgerecht anders zijn overeengekomen.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.
Inhoud
Eerste Boek De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
Eerste titel Algemene bepalingen
Eerste afdeling Rechtsmacht van de Nederlandse rechter
Tweede afdeling Enkelvoudige en meervoudige kamers
Derde afdeling Algemene voorschriften voor procedures
Vierde afdeling Wraking en verschoning van rechters
Vijfde afdeling Het openbaar ministerie en de procureur-generaal bij de Hoge Raad
Vijfde A afdeling De Autoriteit Consument en Markt en de Europese Commissie
Zesde afdeling Exploten
Zevende afdeling Inlichtingen over buitenlands recht en communautair mededingingsrecht
Achtste afdeling Herstel van verkeerd inleiden van een procedure, verwijzing door of naar de kantonrechter en verwijzing bij absolute onbevoegdheid
Negende afdeling Slotbepaling
Tweede titel De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Derde afdeling Relatieve bevoegdheid
Vierde afdeling Dagvaarding
Vijfde afdeling Verloop van de procedure
Zesde afdeling Reconventie
Negende afdeling Bewijs
Tiende afdeling Incidentele vorderingen
Elfde afdeling Schorsing en hervatting
Twaalfde afdeling Het vonnis
Dertiende afdeling Afbreking van de instantie
Veertiende afdeling Het kort geding
Derde titel De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg
Zesde titel Prorogatie van rechtspraak aan het gerechtshof
Zevende titel Hoger beroep
Eerste afdeling Van de zaken aan hooger beroep onderworpen
Tweede afdeling Van den termijn van beroep
Derde afdeling Van de regtspleging in hooger beroep en de gevolgen van hetzelve
Vierde afdeling Hoger beroep tegen beschikkingen
Negende titel Verzet door derden
Tiende titel Herroeping
Eerste afdeling Herroeping van vonnissen
Tweede afdeling Herroeping van beschikkingen
Tiende A titel Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
Elfde titel Cassatie
Eerste A afdeling Vorderingsprocedures aan cassatie onderworpen
Tweede afdeling De termijn van beroep in cassatie in vorderingsprocedures en de schorsende kracht daarvan
Derde afdeling Van de rechtspleging in cassatie in vorderingsprocedures
Vierde afdeling Uitspraak in cassatie in vorderingsprocedures
Vijfde afdeling Beroep in cassatie in verzoekprocedures
Tweede Boek Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten
Eerste titel Algemene regels
Tweede titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
- Artikel 439
- Artikel 440
- Artikel 441
- Artikel 442
- Artikel 443
- Artikel 444
- Artikel 444a
- Artikel 444b
- Artikel 445
- Artikel 446
- Artikel 447
- Artikel 448
- Artikel 449
- Artikel 451
- Artikel 453a
- Artikel 455
- Artikel 455a
- Artikel 456
- Artikel 457
- Artikel 458
- Artikel 459
- Artikel 461a
- Artikel 461b
- Artikel 461c
- Artikel 461d
- Artikel 462
- Artikel 463
- Artikel 463a
- Artikel 463b
- Artikel 464
- Artikel 465
- Artikel 467
- Artikel 469
- Artikel 470
- Artikel 474
Eerste afdeling A Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling B Van executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Tweede afdeling Van executoriaal beslag onder derden
- Artikel 475
- Artikel 475a
- Artikel 475aa
- Artikel 475ab
- Artikel 475b
- Artikel 475c
- Artikel 475d
- Artikel 475da
- Artikel 475db
- Artikel 475dc
- Artikel 475e
- Artikel 475f
- Artikel 475fa
- Artikel 475g
- Artikel 475ga
- Artikel 475gb
- Artikel 475h
- Artikel 475i
- Artikel 476
- Artikel 476a
- Artikel 476b
- Artikel 477
- Artikel 477a
- Artikel 477b
- Artikel 478
- Artikel 479
- Artikel 479a
Tweede afdeling A Van executoriaal beslag onder derden in zaken betreffende levensonderhoud en uitkering voor de huishouding
Tweede afdeling B Van executoriaal beslag onder de schuldeiser zelf
Tweede afdeling c Van executoriaal beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Derde afdeling Van de verdeling van de opbrengst der executie
Vierde afdeling Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn
Derde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op onroerende zaken
Tweede afdeling Van executoriale verkoop van onroerende zaken
Derde afdeling Van opvordering door derden
Vierde afdeling Van executie door een hypotheekhouder
Vijfde afdeling Van de verdeling van de opbrengst van de executie
Zesde afdeling Van gedwongen ontruiming
Vierde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op en executie van schepen
Tweede afdeling Van executoriaal beslag op en executie van luchtvaartuigen
Vijfde titel Van lijfsdwang en de tenuitvoerlegging van lijfsdwang en van dwangsom
Tweede afdeling Tenuitvoerlegging en ontslag
Zesde titel Van het vereffenen van schadevergoeding
Zevende titel Van het stellen van zekerheid
Derde Boek Van rechtspleging van onderscheiden aard
Eerste titel Van rechtspleging in zaken van verkeersmiddelen en vervoer
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
- Artikel 642a
- Artikel 642b
- Artikel 642c
- Artikel 642d
- Artikel 642e
- Artikel 642f
- Artikel 642g
- Artikel 642h
- Artikel 642i
- Artikel 642j
- Artikel 642k
- Artikel 642l
- Artikel 642m
- Artikel 642n
- Artikel 642o
- Artikel 642p
- Artikel 642q
- Artikel 642r
- Artikel 642s
- Artikel 642t
- Artikel 642u
- Artikel 642v
- Artikel 642w
- Artikel 642x
- Artikel 642y
- Artikel 642z
Tweede titel Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
Eerste afdeling Van de verzegeling
Tweede afdeling Van ontzegeling
Derde afdeling Van boedelbeschrijving
Vierde afdeling Van geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving
Vierde afdeling A Rechtsmiddelen tegen beschikkingen in procedures betreffende een nalatenschap
Vijfde afdeling Van de verdeling van een gemeenschap
Vierde titel Van middelen tot bewaring van zijn recht
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Van conservatoir beslag in handen van de schuldenaar
Derde afdeling Van conservatoir beslag op aandelen op naam, en effecten op naam die geen aandelen zijn
Vierde afdeling Van conservatoir beslag onder derden
Vijfde afdeling Van conservatoir beslag onder de schuldeiser zelf
Vijfde afdeling A Van conservatoir beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Zesde afdeling Van conservatoir beslag op onroerende zaken
Zesde afdeling A Van conservatoir beslag op schepen
Zesde afdeling B Van conservatoir beslag op luchtvaartuigen
Zevende afdeling Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen
Achtste afdeling Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland
Negende Afdeling Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap
Vijfde titel Rekenprocedure
Zesde Titel Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht
Eerste afdeling Rechtspleging in andere zaken dan scheidingszaken
Tweede afdeling Rechtspleging in scheidingszaken
Zevende titel Enige bijzondere rechtsplegingen
Eerste afdeling Toegang tot gegevens in zaken betreffende schending van mededingingsrecht
Tweede afdeling Van gerechtelijke bewaring
Negende titel Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Bijzondere bepalingen
Tiende titel Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
Twaalfde titel Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden
Titel 13 Van rechtspleging in zaken betreffende de teruggave van cultuurgoederen
Titel 14 Van rechtspleging in zaken betreffende de verbindendverklaring van overeenkomsten strekkende tot collectieve schadeafwikkeling
Titel 14a Van rechtspleging in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling
Titel 15 Van rechtspleging in zaken betreffende rechten van intellectuele eigendom
Titel 15a Van rechtspleging in zaken betreffende bescherming van bedrijfsgeheimen
Titel 16 Van rechtspleging in pachtzaken
Titel 17 Van rechtspleging in deelgeschillen betreffende letsel- en overlijdensschade
Titel 18 Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat
Vierde Boek Arbitrage
Eerste titel Arbitrage in Nederland
Eerste afdeling De overeenkomst tot arbitrage
Eerste A afdeling De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter
Eerste B afdeling Het scheidsgerecht
Tweede afdeling Het arbitraal geding
- Artikel 1036
- Artikel 1037
- Artikel 1038
- Artikel 1038a
- Artikel 1038b
- Artikel 1038c
- Artikel 1038d
- Artikel 1039
- Artikel 1040
- Artikel 1041
- Artikel 1041a
- Artikel 1042
- Artikel 1042a
- Artikel 1043
- Artikel 1043a
- Artikel 1043b
- Artikel 1044
- Artikel 1045
- Artikel 1045a
- Artikel 1046
- Artikel 1047
- Artikel 1048
- Artikel 1048a
Derde afdeling Het arbitraal vonnis
Derde A afdeling Arbitraal hoger beroep
Vierde afdeling De tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis
Vijfde afdeling De vernietiging en de herroeping van het arbitraal vonnis
Zesde afdeling Het arbitraal vonnis, houdende een vergelijk tussen de partijen
Tweede titel Arbitrage buiten Nederland
Eerste B afdeling
Artikel 1024
-
Het compromis bevat een aanduiding van hetgeen de partijen aan arbitrage wensen te onderwerpen.
-
Door het sluiten van een compromis is de zaak aanhangig, tenzij de partijen een andere wijze van aanhangig maken zijn overeengekomen.
Artikel 1025
-
Ingeval van een arbitraal beding is een zaak aanhangig op de dag van de ontvangst van een schriftelijke mededeling, waarbij een partij aan haar wederpartij bericht, tot arbitrage over te gaan. Die mededeling bevat een aanduiding van hetgeen de partij, die de zaak aanhangig maakt, aan arbitrage wenst te onderwerpen.
-
De partijen kunnen overeenkomen dat de zaak op een andere wijze aanhangig wordt gemaakt dan voorzien in dit artikel.
Artikel 1026
-
Een scheidsgerecht heeft een oneven aantal arbiters. Het kan ook uit een arbiter bestaan.
-
Ingeval de partijen het aantal arbiters niet zijn overeengekomen, of indien een overeengekomen wijze van bepaling van het aantal niet wordt uitgevoerd en de partijen niet alsnog tot overeenstemming komen over het aantal, wordt dat aantal op verzoek van de meest gerede partij bepaald door de voorzieningenrechter van de rechtbank.
-
Indien de partijen een even aantal arbiters zijn overeengekomen, benoemen deze arbiters een aanvullend arbiter als voorzitter van het scheidsgerecht.
-
Bij gebreke van overeenstemming tussen de arbiters wordt deze aanvullend arbiter, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, op verzoek van de meest gerede partij benoemd door de voorzieningenrechter van de rechtbank.
-
Artikel 1027, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op het bepaalde in het tweede en het vierde lid.
Artikel 1027
-
De arbiter of arbiters worden benoemd op de wijze zoals de partijen zijn overeengekomen. De partijen kunnen de benoeming van de arbiter of arbiters, of van een of meer hunner, aan een derde opdragen. Indien geen wijze van benoeming is overeengekomen, worden de arbiter of arbiters door de partijen gezamenlijk benoemd.
-
De benoeming dient te geschieden binnen drie maanden nadat de zaak aanhangig is, tenzij de arbiter of arbiters reeds voordien zijn benoemd. Indien evenwel een der gevallen bedoeld in artikel 1026, tweede lid, zich voordoet, vangt de termijn van drie maanden aan op de dag dat het aantal der arbiters is bepaald. De termijnen kunnen door de partijen bij overeenkomst worden bekort of verlengd.
-
Vindt de benoeming van de arbiter of arbiters niet binnen de in het vorige lid bedoelde termijn plaats, dan worden de ontbrekende arbiter of arbiters, op verzoek van de meest gerede partij, benoemd door de voorzieningenrechter van de rechtbank. De wederpartij wordt in de gelegenheid gesteld, te worden gehoord.
-
De voorzieningenrechter of de derde benoemt de arbiter of arbiters ongeacht de vraag of de overeenkomst tot arbitrage geldig is. Door mede te werken aan de benoeming van de arbiter of arbiters verliezen de partijen niet het recht om een beroep te doen op de onbevoegdheid van het scheidsgerecht wegens het ontbreken van een geldige overeenkomst tot arbitrage.
Artikel 1028
-
Indien bij overeenkomst of anderszins aan een der partijen een bevoorrechte positie bij de benoeming van de arbiter of arbiters is toegekend, kan ieder der partijen, in afwijking van de overeengekomen benoemingsregeling, de voorzieningenrechter van de rechtbank verzoeken de arbiter of arbiters te benoemen.
-
Een partij zal het verzoek als bedoeld in het eerste lid moeten indienen binnen drie maanden nadat de zaak aanhangig is, op straffe van verval van recht om zich later te beroepen op de bevoorrechte positie bij de benoeming van de arbiter of arbiters in het arbitraal geding of bij de gewone rechter. De partijen kunnen de termijn bij overeenkomst verlengen.
-
De wederpartij van de verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld, te worden gehoord. Artikel 1027, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1029
-
Een arbiter aanvaardt zijn opdracht schriftelijk. Een arbiter kan slechts van zijn opdracht worden ontheven in de gevallen, bedoeld in het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
-
Een arbiter die zijn opdracht heeft aanvaard, kan op eigen verzoek daarvan worden ontheven hetzij met instemming van de partijen, hetzij door een door de partijen aangewezen derde of, bij gebreke daarvan, door de voorzieningenrechter van de rechtbank.
-
Een arbiter die zijn opdracht heeft aanvaard, kan door de partijen gezamenlijk van zijn opdracht worden ontheven.
-
Een arbiter die zijn opdracht heeft aanvaard, kan, indien hij rechtens of feitelijk niet meer in staat is zijn opdracht te vervullen, op verzoek van een der partijen van zijn opdracht worden ontheven door een door de partijen aangewezen derde of, bij gebreke daarvan, door de voorzieningenrechter van de rechtbank.
-
Een scheidsgerecht dat zijn opdracht heeft aanvaard kan, indien het, ondanks herhaalde aanmaning, zijn opdracht, alle omstandigheden in aanmerking genomen, op onaanvaardbare trage wijze uitvoert, op verzoek van een der partijen van zijn opdracht worden ontheven door de door partijen aangewezen derde of, bij gebreke daarvan, door de voorzieningenrechter van de rechtbank.
Artikel 1030
-
Een arbiter die ingevolge artikel 1029, tweede, derde of vierde lid, dan wel een scheidsgerecht dat ingevolge artikel 1029, vijfde lid, van zijn opdracht is ontheven, wordt vervangen volgens de regelen die van toepassing waren op de oorspronkelijke benoeming, tenzij de partijen een andere wijze van vervanging zijn overeengekomen. Hetzelfde geldt ingeval van overlijden van een arbiter.
-
Indien de partijen in de overeenkomst tot arbitrage de arbiter of arbiters met name hebben aangewezen, vindt vervanging in de in het eerste lid bedoelde gevallen eveneens plaats, tenzij de partijen zijn overeengekomen dat de overeenkomst tot arbitrage alsdan eindigt.
-
Ingeval van vervanging is het geding van rechtswege geschorst, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. Na de schorsing wordt het geding voortgezet in de stand waarin het zich bevindt, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Artikel 1031
De partijen kunnen gezamenlijk de opdracht van het scheidsgerecht beëindigen.
Artikel 1033
-
Een arbiter kan worden gewraakt indien gerechtvaardigde twijfel bestaat aan zijn onpartijdigheid of onafhankelijkheid.
-
Een door een partij benoemde arbiter kan door die partij slechts worden gewraakt om redenen welke haar na de benoeming bekend zijn geworden.
-
Een partij kan een door een derde of door de voorzieningenrechter van de rechtbank benoemde arbiter niet wraken, indien zij in diens benoeming heeft berust, tenzij de reden tot wraking haar eerst later bekend is geworden.
Artikel 1034
-
Een als arbiter aangezochte persoon die het vermoeden heeft dat hij zou kunnen worden gewraakt, doet daarvan schriftelijk mededeling aan degene die hem heeft aangezocht, onder vermelding van de vermoedelijke redenen tot wraking.
-
Een tot arbiter benoemde persoon doet de in het eerste lid bedoelde mededeling aan de partijen zodra zijn benoeming heeft plaatsgevonden, tenzij zij deze mededeling reeds hebben ontvangen.
-
Een arbiter die hangende het arbitraal geding het vermoeden krijgt dat hij zou kunnen worden gewraakt, doet daarvan onder vermelding van de vermoedelijke redenen tot wraking schriftelijk mededeling aan de partijen en, indien het scheidsgerecht uit meer arbiters bestaat, aan de mede-arbiters.
Artikel 1035
-
De wrakende partij brengt de wraking onder opgave van redenen schriftelijk ter kennis van de betrokken arbiter, de wederpartij en, indien het scheidsgerecht uit meerdere arbiters bestaat, de mede-arbiters. De kennisgeving wordt gedaan binnen vier weken na de dag van ontvangst van de mededeling als bedoeld in artikel 1034 of, bij gebreke daarvan, binnen vier weken nadat de reden tot wraking aan de wrakende partij bekend is geworden.
-
Trekt een gewraakte arbiter zich niet binnen twee weken na de dag van de ontvangst van een tijdig uitgebrachte kennisgeving als bedoeld in het eerste lid terug, dan wordt over de gegrondheid van de wraking op verzoek van de meest gerede partij door de voorzieningenrechter van de rechtbank beslist. Het verzoek wordt gedaan binnen twee weken na de dag van ontvangst van de schriftelijke mededeling van de gewraakte arbiter dat hij zich niet terugtrekt, of bij gebreke daarvan, binnen zes weken na de dag van ontvangst van de kennisgeving.
-
Trekt de gewraakte arbiter zich terug of wordt diens wraking door de voorzieningenrechter van de rechtbank gegrond bevonden, dan wordt hij vervangen volgens de regelen welke van toepassing waren op zijn oorspronkelijke benoeming, tenzij de partijen een andere wijze van vervanging zijn overeengekomen. Artikel 1030, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Trekt een gewraakte arbiter zich terug, dan impliceert dit niet een aanvaarding van de gegrondheid van de redenen tot wraking.
-
Het scheidsgerecht kan het arbitraal geding schorsen vanaf de dag van ontvangst van de tijdig uitgebrachte kennisgeving, als bedoeld in het eerste lid, of nadien, hangende de wrakingsprocedure, vanaf het moment dat het scheidsgerecht daarvoor in aanmerking acht te komen. Indien de wraking niet ontvankelijk dan wel niet gegrond wordt bevonden, wordt het geding, indien het geschorst was, hervat in de stand waarin het zich bevindt.
-
Bij overeenkomst kunnen de partijen de termijnen als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel verkorten of verlengen.
-
Bij overeenkomst kunnen partijen voorzien in de behandeling van een verzoek tot wraking door een onafhankelijke derde anders dan de voorzieningenrechter van de rechtbank.
-
Een partij die redenen heeft een arbiter te wraken, legt deze redenen aan een verzoek tot wraking overeenkomstig de bepalingen van dit artikel ten grondslag op straffe van verval van recht zich daarop later in het arbitraal geding of bij de rechter te beroepen.
Artikel 1035a
Indien het scheidsgerecht zich laat bijstaan door een secretaris, zijn de artikelen 1033 tot en met 1035 van overeenkomstige toepassing.