-
Het beroep in cassatie wordt ingesteld door een procesinleiding, die wordt getekend door een advocaat bij de Hoge Raad en wordt ingediend op de wijze bedoeld in artikel 397.
-
Op de procesinleiding is artikel 111, tweede lid, onderdelen a, c, en e, van overeenkomstige toepassing. Daarnaast vermeldt de procesinleiding:
de naam en in geval van een natuurlijke persoon tevens de voornamen van de eiser of de verzoeker, de woonplaats van eiser en de door hem gekozen woonplaats in Nederland, respectievelijk de woonplaats of, bij gebreke daarvan, het werkelijk verblijf van de verzoeker,
de naam en woonplaats van de verweerder bij de vordering, dan wel de bij de verzoeker bekende namen en woonplaats van belanghebbenden,
de dag waarop de verweerder ten laatste kan verschijnen, welke dag ten minste vier weken en uiterlijk zes maanden ligt na de dag van indiening van de procesinleiding,
de omschrijving van de middelen waarop het beroep in cassatie steunt.
-
De eiser is gehouden in de procesinleiding een advocaat bij de Hoge Raad aan te wijzen, die hem in het geding zal vertegenwoordigen, op straffe van nietigheid.
-
De eiser wordt geacht woonplaats te hebben gekozen bij die advocaat, tenzij de procesinleiding een andere gekozen woonplaats in Nederland uitdrukt.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.
Inhoud
Eerste Boek De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
Eerste titel Algemene bepalingen
Eerste afdeling Rechtsmacht van de Nederlandse rechter
Tweede afdeling Enkelvoudige en meervoudige kamers
Derde afdeling Algemene voorschriften voor procedures
Vierde afdeling Wraking en verschoning van rechters
Vijfde afdeling Het openbaar ministerie en de procureur-generaal bij de Hoge Raad
Vijfde A afdeling De Autoriteit Consument en Markt en de Europese Commissie
Zesde afdeling Exploten
Zevende afdeling Inlichtingen over buitenlands recht en communautair mededingingsrecht
Achtste afdeling Herstel van verkeerd inleiden van een procedure, verwijzing door of naar de kantonrechter en verwijzing bij absolute onbevoegdheid
Negende afdeling Slotbepaling
Tweede titel De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Derde afdeling Relatieve bevoegdheid
Vierde afdeling Dagvaarding
Vijfde afdeling Verloop van de procedure
Zesde afdeling Reconventie
Negende afdeling Bewijs
Tiende afdeling Incidentele vorderingen
Elfde afdeling Schorsing en hervatting
Twaalfde afdeling Het vonnis
Dertiende afdeling Afbreking van de instantie
Veertiende afdeling Het kort geding
Derde titel De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg
Zesde titel Prorogatie van rechtspraak aan het gerechtshof
Zevende titel Hoger beroep
Eerste afdeling Van de zaken aan hooger beroep onderworpen
Tweede afdeling Van den termijn van beroep
Derde afdeling Van de regtspleging in hooger beroep en de gevolgen van hetzelve
Vierde afdeling Hoger beroep tegen beschikkingen
Negende titel Verzet door derden
Tiende titel Herroeping
Eerste afdeling Herroeping van vonnissen
Tweede afdeling Herroeping van beschikkingen
Tiende A titel Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
Elfde titel Cassatie
Eerste A afdeling Vorderingsprocedures aan cassatie onderworpen
Tweede afdeling De termijn van beroep in cassatie in vorderingsprocedures en de schorsende kracht daarvan
Derde afdeling Van de rechtspleging in cassatie in vorderingsprocedures
Vierde afdeling Uitspraak in cassatie in vorderingsprocedures
Vijfde afdeling Beroep in cassatie in verzoekprocedures
Tweede Boek Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten
Eerste titel Algemene regels
Tweede titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
- Artikel 439
- Artikel 440
- Artikel 441
- Artikel 442
- Artikel 443
- Artikel 444
- Artikel 444a
- Artikel 444b
- Artikel 445
- Artikel 446
- Artikel 447
- Artikel 448
- Artikel 449
- Artikel 451
- Artikel 453a
- Artikel 455
- Artikel 455a
- Artikel 456
- Artikel 457
- Artikel 458
- Artikel 459
- Artikel 461a
- Artikel 461b
- Artikel 461c
- Artikel 461d
- Artikel 462
- Artikel 463
- Artikel 463a
- Artikel 463b
- Artikel 464
- Artikel 465
- Artikel 467
- Artikel 469
- Artikel 470
- Artikel 474
Eerste afdeling A Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling B Van executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Tweede afdeling Van executoriaal beslag onder derden
- Artikel 475
- Artikel 475a
- Artikel 475aa
- Artikel 475ab
- Artikel 475b
- Artikel 475c
- Artikel 475d
- Artikel 475da
- Artikel 475db
- Artikel 475dc
- Artikel 475e
- Artikel 475f
- Artikel 475fa
- Artikel 475g
- Artikel 475ga
- Artikel 475gb
- Artikel 475h
- Artikel 475i
- Artikel 476
- Artikel 476a
- Artikel 476b
- Artikel 477
- Artikel 477a
- Artikel 477b
- Artikel 478
- Artikel 479
- Artikel 479a
Tweede afdeling A Van executoriaal beslag onder derden in zaken betreffende levensonderhoud en uitkering voor de huishouding
Tweede afdeling B Van executoriaal beslag onder de schuldeiser zelf
Tweede afdeling c Van executoriaal beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Derde afdeling Van de verdeling van de opbrengst der executie
Vierde afdeling Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn
Derde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op onroerende zaken
Tweede afdeling Van executoriale verkoop van onroerende zaken
Derde afdeling Van opvordering door derden
Vierde afdeling Van executie door een hypotheekhouder
Vijfde afdeling Van de verdeling van de opbrengst van de executie
Zesde afdeling Van gedwongen ontruiming
Vierde titel Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
Eerste afdeling Van executoriaal beslag op en executie van schepen
Tweede afdeling Van executoriaal beslag op en executie van luchtvaartuigen
Vijfde titel Van lijfsdwang en de tenuitvoerlegging van lijfsdwang en van dwangsom
Tweede afdeling Tenuitvoerlegging en ontslag
Zesde titel Van het vereffenen van schadevergoeding
Zevende titel Van het stellen van zekerheid
Derde Boek Van rechtspleging van onderscheiden aard
Eerste titel Van rechtspleging in zaken van verkeersmiddelen en vervoer
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
- Artikel 642a
- Artikel 642b
- Artikel 642c
- Artikel 642d
- Artikel 642e
- Artikel 642f
- Artikel 642g
- Artikel 642h
- Artikel 642i
- Artikel 642j
- Artikel 642k
- Artikel 642l
- Artikel 642m
- Artikel 642n
- Artikel 642o
- Artikel 642p
- Artikel 642q
- Artikel 642r
- Artikel 642s
- Artikel 642t
- Artikel 642u
- Artikel 642v
- Artikel 642w
- Artikel 642x
- Artikel 642y
- Artikel 642z
Tweede titel Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
Eerste afdeling Van de verzegeling
Tweede afdeling Van ontzegeling
Derde afdeling Van boedelbeschrijving
Vierde afdeling Van geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving
Vierde afdeling A Rechtsmiddelen tegen beschikkingen in procedures betreffende een nalatenschap
Vijfde afdeling Van de verdeling van een gemeenschap
Vierde titel Van middelen tot bewaring van zijn recht
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Van conservatoir beslag in handen van de schuldenaar
Derde afdeling Van conservatoir beslag op aandelen op naam, en effecten op naam die geen aandelen zijn
Vierde afdeling Van conservatoir beslag onder derden
Vijfde afdeling Van conservatoir beslag onder de schuldeiser zelf
Vijfde afdeling A Van conservatoir beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Zesde afdeling Van conservatoir beslag op onroerende zaken
Zesde afdeling A Van conservatoir beslag op schepen
Zesde afdeling B Van conservatoir beslag op luchtvaartuigen
Zevende afdeling Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen
Achtste afdeling Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland
Negende Afdeling Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap
Vijfde titel Rekenprocedure
Zesde Titel Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht
Eerste afdeling Rechtspleging in andere zaken dan scheidingszaken
Tweede afdeling Rechtspleging in scheidingszaken
Zevende titel Enige bijzondere rechtsplegingen
Eerste afdeling Toegang tot gegevens in zaken betreffende schending van mededingingsrecht
Tweede afdeling Van gerechtelijke bewaring
Negende titel Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
Eerste afdeling Algemene bepalingen
Tweede afdeling Bijzondere bepalingen
Tiende titel Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
Twaalfde titel Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden
Titel 13 Van rechtspleging in zaken betreffende de teruggave van cultuurgoederen
Titel 14 Van rechtspleging in zaken betreffende de verbindendverklaring van overeenkomsten strekkende tot collectieve schadeafwikkeling
Titel 14a Van rechtspleging in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling
Titel 15 Van rechtspleging in zaken betreffende rechten van intellectuele eigendom
Titel 15a Van rechtspleging in zaken betreffende bescherming van bedrijfsgeheimen
Titel 16 Van rechtspleging in pachtzaken
Titel 17 Van rechtspleging in deelgeschillen betreffende letsel- en overlijdensschade
Titel 18 Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat
Vierde Boek Arbitrage
Eerste titel Arbitrage in Nederland
Eerste afdeling De overeenkomst tot arbitrage
Eerste A afdeling De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter
Eerste B afdeling Het scheidsgerecht
Tweede afdeling Het arbitraal geding
- Artikel 1036
- Artikel 1037
- Artikel 1038
- Artikel 1038a
- Artikel 1038b
- Artikel 1038c
- Artikel 1038d
- Artikel 1039
- Artikel 1040
- Artikel 1041
- Artikel 1041a
- Artikel 1042
- Artikel 1042a
- Artikel 1043
- Artikel 1043a
- Artikel 1043b
- Artikel 1044
- Artikel 1045
- Artikel 1045a
- Artikel 1046
- Artikel 1047
- Artikel 1048
- Artikel 1048a
Derde afdeling Het arbitraal vonnis
Derde A afdeling Arbitraal hoger beroep
Vierde afdeling De tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis
Vijfde afdeling De vernietiging en de herroeping van het arbitraal vonnis
Zesde afdeling Het arbitraal vonnis, houdende een vergelijk tussen de partijen
Tweede titel Arbitrage buiten Nederland
Derde afdeling
Artikel 407a
-
De griffier stuurt de eiser een oproepingsbericht na ontvangst van de procesinleiding.
-
In het oproepingsbericht neemt de griffier de inhoud en de datum van indiening van de procesinleiding op, alsmede de gegevens bedoeld in de onderdelen h, j, k en l van artikel 111, tweede lid. De griffier vermeldt daarnaast de rechtsgevolgen die intreden indien de verweerder het door zijn verschijning verschuldigde griffierecht niet tijdig voldoet en de dag waarop de verweerder ten laatste zijn verweerschrift kan indienen.
Artikel 407b
-
Het oproepingsbericht bedoeld in artikel 407a wordt aan de verweerder bij exploot betekend of door eiser op andere wijze bezorgd, binnen twee weken na de dag van indiening van de procesinleiding, tenzij de wet anders bepaalt. Het exploot van betekening van het oproepingsbericht wordt door de eiser ingediend uiterlijk op de dag, voorafgaande aan de dag waarop de verweerder ten laatste kan verschijnen. Is de verweerder eerder verschenen, dan kan de eiser de indiening van het exploot van betekening achterwege laten.
-
Heeft de eiser het oproepingsbericht bezorgd op andere wijze, bedoeld in het eerste lid, en verschijnt de verweerder niet uiterlijk op de laatste dag waarop hij diende te verschijnen, dan kan eiser binnen twee weken na de dag waarop verweerder uiterlijk diende te verschijnen, het oproepingsbericht doen betekenen bij de verweerder. De termijn om te verschijnen bedoeld in artikel 407, tweede lid, wordt in dat geval verlengd met vier weken. Het oproepingsbericht kan met het oog daarop door de deurwaarder in zijn exploot van betekening worden verbeterd of aangevuld. In dat geval vervangt dit gewijzigde oproepingsbericht het eerdere oproepingsbericht en geldt deze nieuwe uiterlijke verschijningsdatum.
-
Indien eiser de oproeping bij exploot bedoeld in het tweede lid achterwege laat, wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep in cassatie.
Artikel 407c
-
In afwijking van artikel 407, tweede lid, onderdeel c, bedraagt de termijn om te verschijnen:
minimaal vier weken en maximaal zes maanden indien de verweerder een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf buiten Nederland heeft in een Staat waar de in artikel 56, eerste lid, bedoelde verordening van toepassing is. Deze termijn vangt aan op de dag na die waarop het oproepingsbericht aan de verweerder is betekend of aan hem is kennisgegeven op een wijze overeenkomstig de verordening bedoeld in artikel 56, eerste lid. De termijn van verschijning wordt in de procesinleiding opgenomen in plaats van de dag van verschijning;
minimaal drie maanden en maximaal twaalf maanden indien de verweerder een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf buiten Nederland heeft in een Staat die partij is bij het op 15 november 1965 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken (Trb. 1966, 91) of indien de verweerder noch in Nederland, noch in een Staat als bedoeld in dit artikel onder a of in een Staat als bedoeld in voormeld Verdrag, maar in een andere Staat een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft. Deze termijn vangt aan na de dag van indiening van de procesinleiding bij de Hoge Raad. De eiser dient het bewijs van betekening of van kennisgeving aan de verweerder onverwijld in, zodra hij hierover beschikt.
-
Artikel 116 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn om te verschijnen ten minste zes weken bedraagt.
Artikel 408
Het geding is aanhangig met ingang van de dag waarop de procesinleiding is ingediend als bedoeld in artikel 407, eerste lid.
Artikel 408a
-
Alle zaken worden door de enkelvoudige kamer in behandeling genomen.
-
De enkelvoudige kamer verwijst de zaak naar de meervoudige kamer:
wanneer pleidooi wordt gevraagd, tenzij volstaan zal worden met het overleggen van schriftelijke toelichtingen,
wanneer uitspraak zal worden gedaan,
steeds wanneer zij verwijzing wenselijk acht.
-
Is volstaan met het overleggen van schriftelijke toelichtingen, dan vindt verwijzing plaats.
-
Voor de toepassing van de artikelen 412, tweede lid, 417 en 418, eerste lid geldt de schriftelijke toelichting als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en in het derde lid als pleidooi.
Artikel 409
-
De verweerder kan alleen verschijnen vertegenwoordigd door een advocaat bij de Hoge Raad, die verklaart als zodanig op te treden.
-
De verweerder wordt geacht woonplaats te hebben gekozen bij zijn advocaat. Hij kan echter ook een andere woonplaats in Nederland opgeven.
Artikel 409a
-
De Hoge Raad houdt de zaak aan zolang de eiser het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3a, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
-
Indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, verklaart de Hoge Raad eiser niet ontvankelijk in zijn beroep in cassatie, met veroordeling van de eiser in de kosten. Voordat de Hoge Raad hiertoe overgaat, stelt de Hoge Raad eiser in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
-
Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 410
-
De verweerder, die in cassatie wil komen, doet dit, op straffe van verval van het recht daartoe, bij verweerschrift, dat alsdan een omschrijving behelst van de middelen waarop het beroep in cassatie steunt.
-
De verweerder is in dit incidentele beroep ontvankelijk ook na verloop van de in artikel 402 gestelde termijnen en zelfs na berusting in de uitspraak.
-
De afstand van instantie laat de mogelijkheid incidenteel cassatieberoep in te stellen onverlet. De afstand van instantie wordt op dezelfde wijze als het oproepingsbericht in hoger beroep betekend bij de nog niet verschenen verweerder. De verweerder kan binnen twee weken na de kennisgeving van de afstand van instantie aan de Hoge Raad verzoeken een termijn te bepalen voor het instellen van incidenteel cassatieberoep. De gronden van het incidenteel cassatieberoep moeten binnen twee weken na het instellen ervan bij exploot aan de wederpartij worden betekend.
Artikel 411
-
De verweerder dient zijn verweerschrift in op een door de Hoge Raad te bepalen datum. Voor de indiening wordt een termijn van vier weken verleend. Indiening geschiedt niet dan nadat de verweerder het verschuldigde griffierecht heeft voldaan. Indien de verweerder het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, vervalt zijn recht om verweer in cassatie te voeren of om van zijn zijde in cassatie te komen.
-
De verweerder brengt alle excepties en zijn verweer ten principale tegelijk naar voren, op straffe van verval van niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale verweer is gevoerd, van het recht om dat alsnog te doen. Alleen de in artikel 128, vierde lid, bedoelde exceptie wordt op straffe van verval afzonderlijk voor alle weren van rechten voorgedragen.
Artikel 412
-
Ingeval van incidenteel cassatieberoep of indien door de verweerder een exceptie tegen het principale beroep wordt aangevoerd, wordt aan de eiser, op zijn verlangen, een termijn van ten hoogste vier weken verleend voor het verweerschrift om op het incidentele beroep of de voorgestelde exceptie te reageren.
-
Is het een noch het ander het geval en geeft de Hoge Raad geen toepassing aan artikel 80a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, dan wordt onmiddellijk na het indienen van het verweerschrift de dag van pleidooi bepaald.
Artikel 413
De Hoge Raad kan een mondelinge behandeling gelasten, waarbij de Hoge Raad toepassing kan geven aan de artikelen 87 tot en met 91.
Artikel 414
-
Artikel 224 is van toepassing in cassatie.
-
Niettemin is de oorspronkelijke verweerder, eiser zijnde in cassatie, niet gehouden tot zekerheidstelling.
-
De verweerder in cassatie is daartoe evenmin gehouden, zelfs niet bij het instellen van incidenteel cassatieberoep.
-
De in vroegere instanties gestelde zekerheid blijft ook verbonden voor de kosten van cassatie.
-
De zekerheidstelling wordt gevorderd vóór alle weren van rechten.
Artikel 415
-
De vordering tot zekerheidstelling en alle andere incidentele vorderingen worden ingesteld bij conclusie.
-
De verweerder in het incident dient tegelijk met de vorderingen als bedoeld in het eerste lid of op een nader door de Hoge Raad te bepalen datum zijn verweerschrift in het incident in, waarop door de Hoge Raad, na partijen, zo zij dit verlangen, en de procureur-generaal bij de Hoge Raad te hebben gehoord, afzonderlijk wordt beslist.
Artikel 416
De aangewezen advocaat blijft de partij vertegenwoordigen totdat hetzij door haar een andere advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen bij aan de wederpartij betekend exploit, hetzij de advocaat zelf aan deze laatste bij betekend exploot of ter zitting heeft aangezegd, dat hij zich aan de verdere behandeling der zaak onttrekt.
Artikel 417
De pleidooien kunnen ook worden gehouden door andere dan de volgens de artikelen 407 en 409 aangewezen advocaten, zonder dat de daaruit ontstaande vermeerdering van kosten in de uitspraak over de kosten begrepen is.
Artikel 418
-
Na de pleidooien neemt de procureur-generaal bij de Hoge Raad conclusie, hetzij onmiddellijk, hetzij op een daartoe te bepalen dag.
-
Tenzij de Hoge Raad dadelijk uitspraak doet, bepaalt hij de dag, waarop dit zal geschieden. Artikel 29a is niet van toepassing.
Artikel 418a
Voor zover uit deze titel niet anders voortvloeit, zijn van de tweede titel de artikelen 117 tot en met 122, de zevende tot en met de negende afdeling, alsmede de elfde tot en met de dertiende afdeling van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
onder het exploot van dagvaarding in de artikelen 120 tot en met 122 en in artikel 230, tweede lid, wordt verstaan het exploot van betekening van het oproepingsbericht;
voor de toepassing van de elfde afdeling schorsing en hervatting van het geding enkel plaatsvinden door een daartoe strekkende akte. Na hervatting van het geding bepaalt de Hoge Raad de te verrichten proceshandeling en stelt hij partijen hiervan in kennis onder vermelding van de toepasselijke termijnen.