Geen andere voorziening dan cassatie in het belang der wet staat open tegen beschikkingen ingevolge:

  1. artikel 25, vierde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  2. artikel 77 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  3. artikel 143 lid 1, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  4. artikel 147, tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  5. artikel 149, tweede lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  6. artikel 150 lid 2, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  7. artikel 157, vierde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  8. artikel 164, tweede lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  9. artikel 173, derde zin, van van Boek 4 het Burgerlijk Wetboek, waarbij een machtiging als in die bepaling bedoeld wordt verleend;

  10. artikel 185 lid 2 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek waarbij maatregelen als in die bepaling bedoeld worden voorgeschreven;

  11. artikel 185, derde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  12. artikel 191, tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij maatregelen als in die bepaling bedoeld worden voorgeschreven;

  13. artikel 192, tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  14. artikel 196, tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  15. artikel 197, tweede lid, eerste zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  16. artikel 201, tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  17. artikel 202, eerste lid, onder a, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  18. artikel 206, vijfde lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  19. artikel 211, vierde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  20. artikel 215, tweede lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  21. artikel 218, eerste lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  22. artikel 221, tweede lid, eerste zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  23. artikel 223, eerste lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;

  24. artikel 226, derde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij een machtiging als in die bepaling bedoeld wordt verleend.