Indien de deurwaarder gerechtigd is tegen de schuldenaar beslag te leggen, is:

  1. een schuldenaar verplicht aan een deurwaarder desgevraagd op te geven bij welke bank de schuldenaar een betaal- of spaarrekening als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht aanhoudt; en

  2. de deurwaarder bevoegd ten behoeve van het leggen van een beslag

aan een bank te vragen of de schuldenaar bij de bank een betaal- of spaarrekening aanhoudt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht. De bank beantwoordt deze vraag onverwijld en stelt de schuldenaar pas in kennis hierover als er beslag is gelegd.