Wet op de rechterlijke organisatie

Inhoud

Artikel 34

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2021.
  1. Indien de begroting niet de instemming van de Raad heeft verkregen, behoeft het bestuur tot het doen van uitgaven steeds de instemming van de Raad.

  2. Een verzoek van het bestuur om instemming kan door de Raad slechts worden afgewezen wegens strijd met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht. De artikelen 10:28 tot en met 10:30 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. De Raad beslist op het verzoek binnen acht weken na ontvangst van het verzoek. De instemming wordt geacht te zijn verleend indien binnen deze termijn geen beslissing van de Raad is ontvangen.

  4. De Raad kan aan de instemming voorschriften verbinden.

  5. De Raad kan bepalen voor welke posten en tot welk bedrag het bestuur geen instemming behoeft.

01-07-2025 Huidig 01-07-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 28-11-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 11-04-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-09-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 14-01-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 31-10-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 01-06-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-02-2006 Historisch 15-10-2005 Historisch 15-03-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-02-2003 Historisch 15-05-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2002.

Tekst van deze versie

  1. Indien de begroting niet de instemming van de Raad heeft verkregen, behoeft het bestuur tot het doen van uitgaven steeds de instemming van de Raad.

  2. Een verzoek van het bestuur om instemming kan door de Raad slechts worden afgewezen wegens strijd met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht. De artikelen 10:28 tot en met 10:30 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. De Raad beslist op het verzoek binnen acht weken na ontvangst van het verzoek. De instemming wordt geacht te zijn verleend indien binnen deze termijn geen beslissing van de Raad is ontvangen.

  4. De Raad kan aan de instemming voorschriften verbinden.

  5. De Raad kan bepalen voor welke posten en tot welk bedrag het bestuur geen instemming behoeft.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de rechterlijke organisatie