Wet op de rechterlijke organisatie

Inhoud

Artikel 14b

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. De procureur-generaal voldoet aan het verzoek tenzij:

    1. niet is voldaan aan de vereisten, vermeld in artikel 14a, tweede lid;

    2. reeds aanstonds blijkt dat het verzoekschrift onredelijk lange tijd na het ontstaan van de klacht is ingediend of geen genoegzame gronden inhoudt om het instellen van een onderzoek te vorderen;

    3. een verzoekschrift van de verzoeker, dezelfde gedraging betreffende, in behandeling is of - behoudens indien een nieuw feit of een nieuwe omstandigheid, dezelfde gedraging betreffende, is bekend geworden en zulks tot een ander oordeel zou hebben kunnen leiden - is afgedaan;

    4. voor de verzoeker met betrekking tot de klacht een voorziening bij een rechterlijke instantie openstaat of heeft opengestaan en hij daarvan geen gebruik heeft gemaakt, dan wel ten aanzien van die klacht een uitspraak van een rechterlijke instantie is gedaan waartegen geen rechtsmiddel openstaat;

    5. door de procureur-generaal een vordering als bedoeld in artikel 46o juncto artikel 46d, tweede lid, 46f, 46g, 46l of 46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, is of zal worden ingesteld;

    6. de verzoeker overeenkomstig de regeling, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, een klacht kan of had kunnen indienen.

  2. De procureur-generaal stelt de verzoeker en de ambtenaar op wiens gedraging het verzoekschrift betrekking heeft in de gelegenheid hem inlichtingen te verstrekken. Hij hoort de in de eerste volzin bedoelde personen, wanneer dezen dit verzoeken.

  3. De procureur-generaal stelt de verzoeker en de ambtenaar op wiens gedraging het verzoekschrift betrekking heeft op de hoogte van de uitkomsten van het vooronderzoek. Staat naar het oordeel van de procureur-generaal met betrekking tot de klacht een voorziening bij een rechterlijke instantie open, dan geeft hij daarvan kennis aan de verzoeker.

01-07-2025 Huidig 01-07-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 28-11-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 11-04-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-09-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 14-01-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 31-10-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 01-06-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-02-2006 Historisch 15-10-2005 Historisch 15-03-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-02-2003 Historisch 15-05-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2002.

Tekst van deze versie

  1. De procureur-generaal voldoet aan het verzoek tenzij:

    1. niet is voldaan aan de vereisten, vermeld in artikel 14a, tweede lid;

    2. reeds aanstonds blijkt dat het verzoekschrift onredelijk lange tijd na het ontstaan van de klacht is ingediend of geen genoegzame gronden inhoudt om het instellen van een onderzoek te vorderen;

    3. een verzoekschrift van de verzoeker, dezelfde gedraging betreffende, in behandeling is of - behoudens indien een nieuw feit of een nieuwe omstandigheid, dezelfde gedraging betreffende, is bekend geworden en zulks tot een ander oordeel zou hebben kunnen leiden - is afgedaan;

    4. voor de verzoeker met betrekking tot de klacht een voorziening bij een rechterlijke instantie openstaat of heeft opengestaan en hij daarvan geen gebruik heeft gemaakt, dan wel ten aanzien van die klacht een uitspraak van een rechterlijke instantie is gedaan waartegen geen rechtsmiddel openstaat;

    5. door de procureur-generaal een vordering als bedoeld in artikel 46o juncto artikel 46d, tweede lid, 46f, 46g, 46l of 46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, is of zal worden ingesteld;

    6. de verzoeker overeenkomstig de regeling, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, een klacht kan of had kunnen indienen.

  2. De procureur-generaal stelt de verzoeker en de ambtenaar op wiens gedraging het verzoekschrift betrekking heeft in de gelegenheid hem inlichtingen te verstrekken. Hij hoort de in de eerste volzin bedoelde personen, wanneer dezen dit verzoeken.

  3. De procureur-generaal stelt de verzoeker en de ambtenaar op wiens gedraging het verzoekschrift betrekking heeft op de hoogte van de uitkomsten van het vooronderzoek. Staat naar het oordeel van de procureur-generaal met betrekking tot de klacht een voorziening bij een rechterlijke instantie open, dan geeft hij daarvan kennis aan de verzoeker.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de rechterlijke organisatie