Wet op de rechterlijke organisatie

Inhoud

Artikel 13c

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.

Onverminderd artikel 13a, eerste lid, kan de procureur-generaal ook ambtshalve bij de Hoge Raad een vordering instellen tot het doen van een onderzoek naar de wijze waarop een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast zich in de uitoefening van zijn functie heeft gedragen. Artikel 13b, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

01-07-2025 Huidig 01-07-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 28-11-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 11-04-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-09-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2011.

Tekst van deze versie

Onverminderd artikel 13a, eerste lid, kan de procureur-generaal ook ambtshalve bij de Hoge Raad een vordering instellen tot het doen van een onderzoek naar de wijze waarop een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast zich in de uitoefening van zijn functie heeft gedragen. Artikel 13b, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de rechterlijke organisatie