-
Ten aanzien van de gerechtsambtenaren worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur, met dien verstande dat deze bevoegdheden ten aanzien van het niet-rechterlijk lid van het bestuur worden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd dat lid.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de gerechtsambtenaren door het bestuur onderscheidenlijk het bestuur uitgezonderd het niet-rechterlijk lid van het bestuur en door de Raad voor de rechtspraak.
-
Ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar, die tevens rechterlijk lid van het bestuur is, worden de bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren alsmede de ingevolge artikel 16, eerste lid, tweede volzin, van deze wet aan het bestuur toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd dat lid.
Inhoud
Artikel 25
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2013.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2013.
01-07-2025
Huidig
01-07-2023
Historisch
01-05-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
07-05-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
25-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
28-11-2019
Historisch
01-01-2019
Historisch
11-04-2018
Historisch
01-01-2018
Historisch
01-03-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
01-07-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-04-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-04-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-11-2012
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-09-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
01-07-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
01-09-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-04-2010
Historisch
14-01-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
01-09-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
31-10-2007
Historisch
01-09-2007
Historisch
01-06-2007
Historisch
01-03-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-02-2006
Historisch
15-10-2005
Historisch
15-03-2005
Historisch
01-01-2005
Historisch
01-07-2004
Historisch
01-02-2003
Historisch
15-05-2002
Historisch
01-01-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-07-2010
Tekst van deze versie
- Ten aanzien van de gerechtsambtenaren worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur, met dien verstande dat deze bevoegdheden ten aanzien van dehet directeurniet-rechterlijk bedrijfsvoeringlid van het bestuur worden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd dedat directeur bedrijfsvoering.lid.
- Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de gerechtsambtenaren door het bestuur onderscheidenlijk het bestuur uitgezonderd dehet directeurniet-rechterlijk bedrijfsvoeringlid van het bestuur en door de Raad voor de rechtspraak.
- Ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar, die tevens voorzitterrechterlijk lid van het bestuur of sectorvoorzitter is, worden de bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren alsmede de ingevolge artikel 16, eerste lid, tweede volzin, van deze wet aan het bestuur toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd diedat rechterlijk ambtenaar.lid.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.