-
Ten aanzien van de gerechtsambtenaren worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur, met dien verstande dat deze bevoegdheden ten aanzien van de directeur bedrijfsvoering worden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de gerechtsambtenaren door het bestuur onderscheidenlijk het bestuur uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering en door de Raad voor de rechtspraak.
-
Ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar, die tevens voorzitter van het bestuur of sectorvoorzitter is, worden de bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan het bestuur toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd die rechterlijk ambtenaar.
Inhoud
Artikel 25
Tekst van deze versie
-
Ten aanzien van de gerechtsambtenaren worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur, met dien verstande dat deze bevoegdheden ten aanzien van de directeur bedrijfsvoering worden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de gerechtsambtenaren door het bestuur onderscheidenlijk het bestuur uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering en door de Raad voor de rechtspraak.
-
Ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar, die tevens voorzitter van het bestuur of sectorvoorzitter is, worden de bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan het bestuur toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd die rechterlijk ambtenaar.
Nog geen automatische verwijzingen.