-
De uitoefening van een of meer bevoegdheden van de hoofdofficier van justitie, de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie, de senior officier van justitie A, de senior officier van justitie, de officier van justitie, de substituut-officier van justitie, de officier enkelvoudige zittingen, de landelijk hoofdadvocaat-generaal, de hoofdadvocaat-generaal, de senior advocaat-generaal en de advocaat-generaal kan worden opgedragen aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar voor zover het hoofd van het parket daarmee heeft ingestemd.
-
De opgedragen bevoegdheid wordt in naam en onder verantwoordelijkheid van de rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, uitgeoefend.
-
De uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, kan niet aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar worden opgedragen indien de regeling waarop de bevoegdheid steunt of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Daarvan is in elk geval sprake voor zover het gaat om het optreden ter terechtzitting in strafzaken en de toepassing van de dwangmiddelen als bedoeld in Titel IV van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafvordering.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden omtrent de toepassing van dit artikel nadere regels gesteld.
Inhoud
Artikel 126
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2013.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2013.
01-07-2025
Huidig
01-07-2023
Historisch
01-05-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
07-05-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
25-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
28-11-2019
Historisch
01-01-2019
Historisch
11-04-2018
Historisch
01-01-2018
Historisch
01-03-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
01-07-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-04-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-04-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-11-2012
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-09-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
01-07-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
01-09-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-04-2010
Historisch
14-01-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
01-09-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
31-10-2007
Historisch
01-09-2007
Historisch
01-06-2007
Historisch
01-03-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-02-2006
Historisch
15-10-2005
Historisch
15-03-2005
Historisch
01-01-2005
Historisch
01-07-2004
Historisch
01-02-2003
Historisch
15-05-2002
Historisch
01-01-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2011
Tekst van deze versie
- De uitoefening van een of meer bevoegdheden van de hoofdofficier,hoofdofficier devan fungerend hoofdofficier,justitie, de plaatsvervangend hoofdofficier,hoofdofficier van justitie, de senior officier van justitie A, de senior officier van justitie, de officier van justitie, de substituut-officier van justitie, de officier enkelvoudige zittingen, de landelijk hoofdadvocaat-generaal, de plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal, de senior advocaat-generaal en de advocaat-generaal kan worden opgedragen aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar voor zover het hoofd van het parket daarmee heeft ingestemd.
-
De opgedragen bevoegdheid wordt in naam en onder verantwoordelijkheid van de rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, uitgeoefend.
-
De uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, kan niet aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar worden opgedragen indien de regeling waarop de bevoegdheid steunt of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Daarvan is in elk geval sprake voor zover het gaat om het optreden ter terechtzitting in strafzaken en de toepassing van de dwangmiddelen als bedoeld in Titel IV van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafvordering.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden omtrent de toepassing van dit artikel nadere regels gesteld.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.