Wet op de rechterlijke organisatie

Inhoud

Artikel 119

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-09-2008.
  1. Onze Minister van Justitie kan, op aanbeveling van de procureur-generaal, als plaatsvervangend advocaat-generaal bij de Hoge Raad een lid van een rechtbank of een gerechtshof of een lid van het openbaar ministerie aanwijzen. De aanwijzing geschiedt voor een daarbij te bepalen termijn. De artikelen 46c, eerste lid, 46d, eerste lid, onderdeel d, en 46e van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn op de plaatsvervangend advocaat-generaal van overeenkomstige toepassing.

  2. Aanwijzing van een lid van een rechtbank of een gerechtshof tot plaatsvervangend advocaat-generaal geschiedt slechts met diens toestemming.

  3. Plaatsvervangende advocaten-generaal nemen, op de voet van een advocaat-generaal, conclusies voor zover zij daartoe door de procureur-generaal worden opgeroepen. Zij nemen in zodanig geval, wanneer de Hoge Raad ten principale recht doet, de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 125, waar.

  4. Artikel 12 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren is niet van toepassing op de plaatsvervangende advocaten-generaal.

  5. De president van de Hoge Raad kan, op aanbeveling van de procureur-generaal, als waarnemend advocaat-generaal bij de Hoge Raad aanwijzen een lid of lid in buitengewone dienst van de Hoge Raad, die daarmee heeft ingestemd. Een waarnemend advocaat-generaal neemt, op de voet van een advocaat-generaal, conclusies voorzover hij daartoe door de procureur-generaal wordt geroepen. Hij neemt in zodanig geval, wanneer de Hoge Raad ten principale recht doet, de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 125, waar.

01-07-2025 Huidig 01-07-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 28-11-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 11-04-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-09-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 14-01-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 31-10-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 01-06-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-02-2006 Historisch 15-10-2005 Historisch 15-03-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-02-2003 Historisch 15-05-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2004.

Tekst van deze versie

  1. Onze Minister van Justitie kan, op aanbeveling van de procureur-generaal, als plaatsvervangend advocaat-generaal bij de Hoge Raad een lid van een rechtbank of een gerechtshof of een lid van het openbaar ministerie aanwijzen. De aanwijzing geschiedt voor een daarbij te bepalen termijn. De artikelen 46c, eerste lid, 46d, eerste lid, onderdeel d, en 46e van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn op de plaatsvervangend advocaat-generaal van overeenkomstige toepassing.

  2. Aanwijzing van een lid van een rechtbank of een gerechtshof tot plaatsvervangend advocaat-generaal geschiedt slechts met diens toestemming.

  3. Plaatsvervangende advocaten-generaal nemen, op de voet van een advocaat-generaal, conclusies voor zover zij daartoe door de procureur-generaal worden opgeroepen. Zij nemen in zodanig geval, wanneer de Hoge Raad ten principale recht doet, de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 125, waar.

  4. Artikel 12 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren is niet van toepassing op de plaatsvervangende advocaten-generaal.

  5. De president van de Hoge Raad kan, op aanbeveling van de procureur-generaal, als waarnemend advocaat-generaal bij de Hoge Raad aanwijzen een lid of lid in buitengewone dienst van de Hoge Raad, die daarmee heeft ingestemd. Een waarnemend advocaat-generaal neemt, op de voet van een advocaat-generaal, conclusies voorzover hij daartoe door de procureur-generaal wordt geroepen. Hij neemt in zodanig geval, wanneer de Hoge Raad ten principale recht doet, de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 125, waar.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de rechterlijke organisatie