Wet op de lijkbezorging Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Algemene voorschriften voor de lijkbezorging
Hoofdstuk III Begraving
Hoofdstuk IV Crematie
Hoofdstuk V Bijzondere wijzen van lijkbezorging
Hoofdstuk VI Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk VII Strafbepalingen
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk VII

Strafbepalingen

Artikel 80

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:

  1. het bezorgen, bewaren, wegmaken, vervoeren, vernietigen, ontleden, balsemen of conserverend behandelen van een lijk in strijd met of anders dan met inachtneming van hetgeen is bepaald bij of krachtens deartikelen 11, 23, 25, 29, derde lid, 46, eerste lid, 49, 67, 68, 69, tweede lid, 70, 71, 76 en 78;

  2. het geven van verlof tot begraving of crematie in strijd met deartikelen 12 en 76, derde lid;

  3. het begraven, cremeren, ontleden, balsemen of op andere wijze conserverend behandelen van een lijk voordat dit ingevolge het bij of krachtens deartikelen 16, 17 of 69, eerste lid, bepaalde is toegestaan;

  4. overtreding van artikel 58, 59 of 60;

  5. het verwijderen of ruimen van een asbus in strijd met deartikelen 63 of 66;

  6. overtreding van een verbod als bedoeld in artikel 76, vierde lid;

  7. het verrichten van sectie of het verwijderen van delen uit een lijk in strijd met het bepaalde bij deartikelen 72-75 en 76, tweede lid;

  8. het verhinderen of belemmeren van een lijkschouwing dan wel een poging daartoe.

Artikel 81

Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:

  1. overtreding van het bepaalde bij of krachtens deartikelen 3, 6, 7, eerste en tweede lid, 8, eerste en tweede lid, 10, eerste en tweede lid, 12a, eerste en derde lid, 20, 27, 50, 51, tweede lid, en 53;

  2. de weigering tot afgifte van een lijk als bedoeld in artikel 21, tweede lid;

  3. het ter beschikking stellen van een begraafplaats als bedoeld in deartikelen 25 en 46, eerste lid;

  4. het in gebruik nemen van een bijzondere begraafplaats of een deel daarvan zonder toestemming van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 41;

  5. het gebruik maken van een begraafplaats na de sluiting, bedoeld in artikel 43, of de geslotenverklaring, bedoeld in artikel 44, in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 46, tweede en derde lid;

  6. het bijzetten van een asbus in strijd met of anders dan met inachtneming van hetgeen is bepaald bij of krachtens deartikelen 62, 64 en 65;

  7. het verstrooien van de as in strijd met artikel 66a;

  8. overtreding van het bepaalde krachtens deartikelen 32, 57 en 61, voorzover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van het onderhavige artikel aangeduid.

Artikel 82

De ingevolge deze wet strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

← terug naar Wet op de lijkbezorging