Wet op de lijkbezorging

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Algemene voorschriften voor de lijkbezorging
Hoofdstuk III Begraving
Hoofdstuk IV Crematie
Hoofdstuk V Bijzondere wijzen van lijkbezorging
Hoofdstuk VI Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk VII Strafbepalingen
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. De behandelende arts of de gemeentelijke lijkschouwer doet zo spoedig mogelijk na de afgifte van de verklaring van overlijden, bedoeld in artikel 12, opgave van de doodsoorzaak en de onmiddellijk daarmee samenhangende gegevens aan de medisch ambtenaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De opgave van de doodsoorzaak geschiedt met gebruikmaking van het in het vierde lid bedoelde formulier.

  2. Bij de opgave wordt het burgerservicenummer van de overledene vermeld indien de overledene op het moment van overlijden was ingeschreven in de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen. Bij een kind jonger dan één maand waarvan het burgerservicenummer nog niet bekend is of bij een doodgeborene wordt het burgerservicenummer van de moeder vermeld.

  3. In afwijking van het eerste lid, wordt, indien een lijk wordt begraven, gecremeerd, ontleed, gebalsemd of aan een andere conserverende bewerking wordt onderworpen krachtens een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 12, de opgave van de doodsoorzaak gedaan door een arts, aangewezen door de officier van justitie.

  4. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt een formulier vast voor de opgave van de doodsoorzaak.

  5. Indien het Centraal Bureau voor de Statistiek krachtens artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de elektronische weg openstelt voor het doen van de opgave van de doodsoorzaak, schrijft zij daartoe een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van elektronische verzending voor.

  6. Elektronische verzending van de opgave van de doodsoorzaak aan het Centraal Bureau voor de Statistiek, geschiedt slechts op de door haar voorgeschreven wijze.

  7. In afwijking van artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de in het zesde lid bedoeld elektronische verzending bij regeling voorschrijven.

01-07-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-01-2022 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2022.

Tekst van deze versie

  1. De behandelende arts of de gemeentelijke lijkschouwer doet zo spoedig mogelijk na de afgifte van de verklaring van overlijden, bedoeld in artikel 12, opgave van de doodsoorzaak en de onmiddellijk daarmee samenhangende gegevens aan de medisch ambtenaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De opgave van de doodsoorzaak geschiedt met gebruikmaking van het in het vierde lid bedoelde formulier.

  2. Bij de opgave wordt het burgerservicenummer van de overledene vermeld indien de overledene op het moment van overlijden was ingeschreven in de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen. Bij een kind jonger dan één maand waarvan het burgerservicenummer nog niet bekend is of bij een doodgeborene wordt het burgerservicenummer van de moeder vermeld.

  3. In afwijking van het eerste lid, wordt, indien een lijk wordt begraven, gecremeerd, ontleed, gebalsemd of aan een andere conserverende bewerking wordt onderworpen krachtens een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 12, de opgave van de doodsoorzaak gedaan door een arts, aangewezen door de officier van justitie.

  4. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt een formulier vast voor de opgave van de doodsoorzaak.

  5. Indien het Centraal Bureau voor de Statistiek krachtens artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de elektronische weg openstelt voor het doen van de opgave van de doodsoorzaak, schrijft zij daartoe een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van elektronische verzending voor.

  6. Elektronische verzending van de opgave van de doodsoorzaak aan het Centraal Bureau voor de Statistiek, geschiedt slechts op de door haar voorgeschreven wijze.

  7. In afwijking van artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de in het zesde lid bedoeld elektronische verzending bij regeling voorschrijven.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de lijkbezorging