Wet op de lijkbezorging

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Algemene voorschriften voor de lijkbezorging
Hoofdstuk III Begraving
Hoofdstuk IV Crematie
Hoofdstuk V Bijzondere wijzen van lijkbezorging
Hoofdstuk VI Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk VII Strafbepalingen
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 71

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. Een lijk wordt niet gebalsemd of onderworpen aan enige andere conserverende bewerking die niet is gericht op gebruik van delen van het lijk ingevolge de Wet op de orgaandonatie. In uitzonderlijke gevallen kan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ontheffing van dit verbod verlenen.

    In de ontheffing wordt de wijze en de plaats van de lijkbezorging vermeld. De artikelen 12-15 zijn van overeenkomstige toepassing.

  2. Het verbod, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing, indien het lijk tot ontleding bestemd is of naar het buitenland wordt gezonden.

  3. Artikel 69 is van overeenkomstige toepassing. Indien het lijk tot ontleding is bestemd, is alleen het tweede lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing.

  4. In afwijking van het eerste lid kan een lijk worden onderworpen aan een conserverende bewerking die ten hoogste tien dagen effect heeft.

  5. Een bewerking als bedoeld in het vierde lid vindt eerst plaats nadat is vastgesteld dat verkrijging van een of meer organen of weefsels als bedoeld in de Wet op de orgaandonatie niet zal plaatsvinden.

  6. Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld aan de opleiding en de vakbekwaamheid van degenen die de bewerking, bedoeld in het vierde lid, uitvoeren alsmede aan de wijze van bewerking.

01-07-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-01-2022 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2022

Tekst van deze versie

  1. Een lijk wordt niet gebalsemd of onderworpen aan enige andere conserverende bewerking die niet is gericht op gebruik van delen van het lijk ingevolge de Wet op de orgaandonatie. In uitzonderlijke gevallen kan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ontheffing van dit verbod verlenen.

    In de ontheffing wordt de wijze en de plaats van de lijkbezorging vermeld. De artikelen 12-15 zijn van overeenkomstige toepassing.

  2. Het verbod, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing, indien het lijk tot ontleding bestemd is of naar het buitenland wordt gezonden.

  3. Artikel 69 is van overeenkomstige toepassing. Indien het lijk tot ontleding is bestemd, is alleen het tweede lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing.

  4. In afwijking van het eerste lid kan een lijk worden onderworpen aan een conserverende bewerking die ten hoogste tien dagen effect heeft.

  5. Een bewerking als bedoeld in het vierde lid vindt eerst plaats nadat is vastgesteld dat verwijderingverkrijging van een of meer organen of weefsels als bedoeld in de Wet op de orgaandonatie niet zal plaatsvinden.
  6. Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld aan de opleiding en de vakbekwaamheid van degenen die de bewerking, bedoeld in het vierde lid, uitvoeren alsmede aan de wijze van bewerking.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de lijkbezorging