Wet op de lijkbezorging Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Algemene voorschriften voor de lijkbezorging
Hoofdstuk III Begraving
Hoofdstuk IV Crematie
Hoofdstuk V Bijzondere wijzen van lijkbezorging
Hoofdstuk VI Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk VII Strafbepalingen
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 3

Berging, bestemming en bewaring van as

Artikel 58

  1. Na de crematie bergt de houder van het crematorium de as.

  2. De as wordt geborgen in één of meer asbussen. Een asbus wordt gesloten en op de bus worden de naam en de voorletters van de overledene, alsmede een registratienummer, vermeld.

  3. Een deel van de as kan op verzoek van een nabestaande op een andere wijze worden geborgen en aan de nabestaande ter beschikking worden gesteld.

Artikel 59

  1. De houder van het crematorium draagt zorg voor de bewaring van een asbus gedurende minimaal een maand na het bergen van de as in de bus.

  2. De houder van het crematorium draagt er vervolgens zorg voor dat:

    1. de asbus wordt bijgezet,

    2. de in de asbus geborgen as wordt verstrooid,

    3. de asbus ter beschikking wordt gesteld aan de nabestaande door of namens wie de opdracht tot de crematie is gegeven, of

    4. de asbus wordt verzonden naar het buitenland.

  3. De houder van het crematorium kan ter uitvoering van het tweede lid, onder a of b, de asbus ter bijzetting, onderscheidenlijk verstrooiing, overdragen aan een houder van een ander crematorium of van een plaats van bijzetting.

  4. Op verzoek van de in artikel 18 bedoelde personen kan de officier van justitie, bedoeld in artikel 14, in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde termijn.

Artikel 60

  1. Uit het buitenland afkomstige as wordt zo nodig, in opdracht van een nabestaande, geborgen in één of meer asbussen. Het bergen geschiedt door de houder van een crematorium. Artikel 58, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  2. De nabestaande draagt de zorg voor een asbus. Hij draagt zorg voor de bewaring van een asbus gedurende minimaal een maand na de invoer van de as. Artikel 59, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 61

Omtrent de berging, de bestemming en de bewaring van de as kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.

Artikel 62

  1. Een asbus kan worden bijgezet:

    1. in een in het bijzonder daarvoor bestemd gedeelte van het crematorium,

    2. in of op een graf of op een afzonderlijke plaats op een begraafplaats, of

    3. in een buiten een crematorium of begraafplaats gelegen bewaarplaats.

  2. Het bijzetten geschiedt ter uitvoering van artikel 59, tweede lid, onder a, of in opdracht van de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft.

  3. De bijzetting van een asbus in of op een particulier graf, kan slechts geschieden met toestemming van de rechthebbende op het graf.

Artikel 63

  1. Een asbus die is bijgezet kan op verzoek van de nabestaande door of namens wie de opdracht tot bijzetting is gegeven, door de houder van de plaats van bijzetting aan de nabestaande ter beschikking worden gesteld.

  2. Verwijdering van de asbus kan slechts geschieden met toestemming van de rechthebbende op de ruimte waar de asbus is bijgezet.

  3. Verwijdering kan geschieden zonder toestemming van de rechthebbende, ingevolge een bevel van een gerechtelijke autoriteit met het oog op een strafrechtelijk onderzoek.

Artikel 64

  1. Een bewaarplaats als bedoeld in artikel 62, eerste lid, onder c, wordt niet in gebruik genomen dan met vergunning van burgemeester en wethouders.

  2. Tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid, kunnen belanghebbenden beroep instellen bij gedeputeerde staten.

Artikel 65

  1. De houder van een plaats van bijzetting houdt een register van alle daar bijgezette asbussen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de gegevens die in het register worden vastgelegd.

  2. Het in het eerste lid bedoelde register is openbaar.

  3. Het register wordt bij opheffing van de plaats van bijzetting overgebracht naar het archief van de gemeente waarin die plaats was gelegen.

Artikel 66

  1. Het ruimen van een asbus geschiedt door of in opdracht van de houder van de plaats van bijzetting en vindt binnen tien jaar nadat de as in de bus is geborgen niet plaats dan met toestemming van de rechthebbende op de ruimte waar de asbus is bijgezet.

  2. Het ruimen geschiedt door verstrooiing van de as.

Artikel 66a

  1. De as in een asbus kan worden verstrooid.

  2. Het verstrooien geschiedt:

    1. ter uitvoering van artikel 59, tweede lid, onder b,

    2. door of in opdracht van de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft, of

    3. in verband met het ruimen van de asbus.

  3. Het verstrooien van de as door of in opdracht van de houder van een crematorium of de houder van een plaats van bijzetting is slechts toegestaan:

    1. op een terrein dat bestemd is om permanent as op te verstrooien;

    2. in open zee.

Artikel 66b

De bestemming van een terrein om permanent as op te verstrooien door de houder van een crematorium en de houder van een plaats van bijzetting vindt niet plaats dan met vergunning van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het terrein is gelegen.

← terug naar Wet op de lijkbezorging