-
In de lijkbezorging wordt voorzien door degene, die het in artikel 11 bedoelde verlof aanvraagt, dan wel door degene, die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden. De lijkbezorging geschiedt overeenkomstig de wens of de vermoedelijke wens van de overledene, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden.
-
Onder lijkbezorging wordt voor de toepassing van deze paragraaf begrepen het geven van bestemming aan de as van een gecremeerd lijk.
Wet op de lijkbezorging Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Algemene voorschriften voor de lijkbezorging
Hoofdstuk III Begraving
Hoofdstuk IV Crematie
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 3 Berging, bestemming en bewaring van as
Hoofdstuk V Bijzondere wijzen van lijkbezorging
Hoofdstuk VI Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk VII Strafbepalingen
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen
§ 1 Overgangsbepalingen
§ 4
Voorziening in de lijkbezorging
Artikel 19
-
Een meerderjarige, of hij, die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, kan, ook indien hij niet bekwaam is een uiterste wil te maken, hetzij bij notariële akte, hetzij bij een eigenhandig geschreven, gedagtekende en ondertekende verklaring beschikkingen na dode maken ter bezorging van zijn lijk.
-
Een in algemene bewoordingen gestelde herroeping van uiterste wilsbeschikkingen wordt geacht geen herroeping in te houden van een vroeger te kennen gegeven wens, als bedoeld in het eerste lid.