Indien ten aanzien van een graf waarop voor 1 januari 2010 een uitsluitend recht is gevestigd, voor 1 januari 2025 een verklaring van verwaarlozing als bedoeld in artikel 28, vierde lid, is opgesteld, vervalt het recht, in afwijking van artikel 28, zesde lid,

  1. met ingang van 1 januari 2030, mits op dat tijdstip dertig jaar is verstreken sinds de laatste begraving in dat graf dan wel

  2. op een later gelegen tijdstip waarop dertig jaar is verstreken sinds de laatste begraving in dat graf.