-
Een lijk wordt slechts opgegraven met vergunning van de burgemeester van de gemeente waarin het is begraven, en, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende op het graf.
-
Aan de vergunning verbindt de burgemeester de nodige voorschriften betreffende geneeskundig toezicht alsmede vervoer en bestemming van het lijk.
-
Een opgegraven lijk mag worden gecremeerd, wanneer het verzoek daartoe gedaan wordt door de in artikel 18 bedoelde persoon. De paragrafen 1, 2 en 3 van hoofdstuk II zijn ten aanzien van de crematie niet van toepassing.
-
Crematie binnen een jaar na de begraving vindt slechts plaats met schriftelijk verlof van de officier van justitie van de plaats van opgraving.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Algemene voorschriften voor de lijkbezorging
Hoofdstuk III Begraving
Hoofdstuk IV Crematie
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 3 Berging, bestemming en bewaring van as
Hoofdstuk V Bijzondere wijzen van lijkbezorging
Hoofdstuk VI Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk VII Strafbepalingen
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen
§ 1 Overgangsbepalingen
Artikel 29
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.