Wet op de kansspelen

Inhoud

Artikel 4a Wet op de kansspelen – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2012.

Officiële wettekst historische versie

  1. De houders van vergunningen op grond van deze wet treffen de maatregelen en voorzieningen die nodig zijn om verslaving aan de door hen georganiseerde spelen zoveel mogelijk te voorkomen.

  2. De houders van vergunningen op grond van deze wet geven op zorgvuldige en evenwichtige wijze vorm aan wervings- en reclameactiviteiten waarbij in het bijzonder wordt gewaakt tegen onmatige deelneming.

  3. Onder zorgvuldige en evenwichtige wervings- en reclameactiviteiten als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan dat wervings- en reclameactiviteiten niet misleidend zijn en dat bij deze activiteiten;

    1. wordt gewezen op de risico’s van onmatige deelneming aan kansspelen;

    2. aangegeven wordt wat de statistische kans is op het winnen van een prijs, en

    3. wordt aangegeven of er sprake is van eenmalige deelneming dan wel doorlopende deelneming tot wederopzegging.

  4. Wervings- en reclameactiviteiten worden in ieder geval geacht misleidend als bedoeld in het derde lid te zijn indien daarin informatie wordt verstrekt die:

    1. de indruk wekt dat de consument al een prijs heeft gewonnen of zal winnen, of

    2. de indruk wekt dat de consument door het verrichten van een bepaalde handeling een prijs zal winnen of een ander soortgelijk voordeel zal behalen terwijl daarop slechts een kans bestaat.

  5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met het vierde lid.

  6. De in het vijfde lid bedoelde regels kunnen onder meer betrekking hebben op:

    1. de inhoud van wervings- en reclameactiviteiten;

    2. de doelgroepen waarop zodanige activiteiten zijn gericht;

    3. de hoeveelheid, de tijdsduur en het tijdstip, en

    4. de wijze waarop en de plaats waar wervings- en reclameuitingen worden gedaan.

  7. De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Historische versies

12-02-2025 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-04-2016 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2012

Tekst van deze versie

  1. DitDe onderdeelhouders isvan nogvergunningen nietop inwerkinggrond getredenvan deze wet treffen de maatregelen en voorzieningen die nodig zijn om verslaving aan de door hen georganiseerde spelen zoveel mogelijk te voorkomen.
  2. De houders van vergunningen op grond van deze wet geven op zorgvuldige en evenwichtige wijze vorm aan wervings- en reclameactiviteiten waarbij in het bijzonder wordt gewaakt tegen onmatige deelneming.
  3. Onder zorgvuldige en evenwichtige wervings- en reclameactiviteiten als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan dat wervings- en reclameactiviteiten niet misleidend zijn en dat bij deze activiteiten;

    1. wordt gewezen op de risico’s van onmatige deelneming aan kansspelen;
    2. aangegeven wordt wat de statistische kans is op het winnen van een prijs, en
    3. wordt aangegeven of er sprake is van eenmalige deelneming dan wel doorlopende deelneming tot wederopzegging.
  4. Wervings- en reclameactiviteiten worden in ieder geval geacht misleidend als bedoeld in het derde lid te zijn indien daarin informatie wordt verstrekt die:

    1. de indruk wekt dat de consument al een prijs heeft gewonnen of zal winnen, of
    2. de indruk wekt dat de consument door het verrichten van een bepaalde handeling een prijs zal winnen of een ander soortgelijk voordeel zal behalen terwijl daarop slechts een kans bestaat.
  5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met het vierde lid.
  6. De in het vijfde lid bedoelde regels kunnen onder meer betrekking hebben op:

    1. de inhoud van wervings- en reclameactiviteiten;
    2. de doelgroepen waarop zodanige activiteiten zijn gericht;
    3. de hoeveelheid, de tijdsduur en het tijdstip, en
    4. de wijze waarop en de plaats waar wervings- en reclameuitingen worden gedaan.
  7. De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de kansspelen