Wet op de kansspelen

Inhoud

Artikel 34c Wet op de kansspelen – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 12-02-2025.

Officiële wettekst historische versie

  1. De ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, zijn bevoegd tot deelname aan kansspelen op afstand als bedoeld in artikel 31, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit, voor zover dat voor de vervulling van hun taken redelijkerwijs noodzakelijk is. Zij brengen de organisator van die kansspelen daarbij niet tot andere overtredingen dan waarop diens opzet reeds was gericht.

  2. De ambtenaar of persoon die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt:

    1. zijn naam en zijn hoedanigheid;

    2. de reden voor het gebruik van die bevoegdheid;

    3. de voorschriften op de naleving of handhaving waarvan wordt toegezien;

    4. het elektronische adres en, voor zover bekend, de omschrijving van degene die de kansspelen op afstand organiseerde;

    5. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij de deelname zijn verstrekt;

    6. de wijze waarop de deelname en het tijdvak waarin de deelname heeft plaatsgevonden;

    7. hetgeen tijdens het onderzoek is verricht, gebleken en overigens is voorgevallen.

Historische versies

12-02-2025 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-04-2016 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2012 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-04-2021.

Tekst van deze versie

  1. De ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, zijn bevoegd tot deelname aan kansspelen op afstand als bedoeld in artikel 31, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit, voor zover dat voor de vervulling van hun taken redelijkerwijs noodzakelijk is. Zij brengen de organisator van die kansspelen daarbij niet tot andere overtredingen dan waarop diens opzet reeds was gericht.

  2. De ambtenaar of persoon die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt:

    1. zijn naam en zijn hoedanigheid;

    2. de reden voor het gebruik van die bevoegdheid;

    3. de voorschriften op de naleving of handhaving waarvan wordt toegezien;

    4. het elektronische adres en, voor zover bekend, de omschrijving van degene die de kansspelen op afstand organiseerde;

    5. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij de deelname zijn verstrekt;

    6. de wijze waarop de deelname en het tijdvak waarin de deelname heeft plaatsgevonden;

    7. hetgeen tijdens het onderzoek is verricht, gebleken en overigens is voorgevallen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de kansspelen