Wet op de kansspelen

Inhoud

Artikel 34 Wet op de kansspelen – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2006.

Officiële wettekst historische versie

  1. Het College wordt gehoord over het voornemen tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning als bedoeld in deartikelen 9, 14b, 16, 24, 27b, 27h en 30z van de wet, alsmede in artikel 3 van de wet voorzover de prijzen en premies gezamenlijk een grotere waarde dan € 4 500 000 hebben.

  2. Het College is belast met het toezicht op de naleving door de rechtspersonen, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in het eerste lid, van het bepaalde bij of krachtens deze wet en van hun statuten en reglementen.

  3. Met het in het tweede lid bedoelde toezicht op de naleving zijn belast de leden van het College, de secretaris en de overige medewerkers van het bureau van het College. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden , genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

  4. Instemming met de statuten en reglementen van de in het tweede lid bedoelde rechtspersonen wordt niet door Onze Minister van Justitie of een van Onze Ministers wie het mede aangaat gegeven dan nadat het College is gehoord. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  5. De in het tweede lid bedoelde rechtspersonen zenden een afschrift van de ingevolge de verleende vergunning voorgeschreven rapportage aan het College.

Historische versies

12-02-2025 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-04-2016 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-08-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 13-12-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-09-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2002.

Tekst van deze versie

  1. Het College wordt gehoord over het voornemen tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning als bedoeld in deartikelen 9, 14b, 16, 24, 27b, 27h en 30z van de wet, alsmede in artikel 3 van de wet voorzover de prijzen en premies gezamenlijk een grotere waarde dan € 4 500 000 hebben.

  2. Het College is belast met het toezicht op de naleving door de rechtspersonen, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in het eerste lid, van het bepaalde bij of krachtens deze wet en van hun statuten en reglementen.

  3. Met het in het tweede lid bedoelde toezicht op de naleving zijn belast de leden van het College, de secretaris en de overige medewerkers van het bureau van het College. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden , genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

  4. Instemming met de statuten en reglementen van de in het tweede lid bedoelde rechtspersonen wordt niet door Onze Minister van Justitie of een van Onze Ministers wie het mede aangaat gegeven dan nadat het College is gehoord. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  5. De in het tweede lid bedoelde rechtspersonen zenden een afschrift van de ingevolge de verleende vergunning voorgeschreven rapportage aan het College.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de kansspelen