-
Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder a,bedraagt:
€ 1 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 1 000 000 doch niet hoger is dan € 5 000 000;
€ 10 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 5 000 000 doch niet hoger is dan € 20 000 000;
€ 50 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 20 000 000 doch niet hoger is dan € 50 000 000;
€ 50 000 vermeerderd met één vijfhonderste deel van het bedrag waarmee het drempelbedrag overstegen wordt, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen het drempelbedrag van € 50 000 000 overstijgt.
-
Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder b, bedraagt:
voor tafelspelen in een speelcasino: € 160 per speeltafel en € 120 per aangekoppelde spelersterminal;
voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelcasino: € 120 per spelersplaats;
voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal: € 80 per spelersplaats;
voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een hoogdrempelige inrichting: € 40 per spelersplaats;
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de heffing.
-
De kansspelheffing wordt geheven met overeenkomstige toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
-
De kansspelheffing wordt geheven bij wege van aanslag.
-
Voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen treden in de plaats:
voor het bestuur van ’s Rijksbelastingen en de inspecteur: de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a;
voor de ambtenaren van de rijksbelastingdienst: de ambtenaren die ingevolge artikel 34, eerste lid, belast zijn met het toezicht op de naleving.
-
De kansspelheffing wordt ingevorderd met toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen als was deze heffing een rijksbelasting in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 en geschiedt door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, alsmede door de overige in die wet genoemde functionarissen.
-
Bij de invordering van de kansspelheffing blijven van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing de artikelen 5, 20, 21, 59, 62 en 69.
-
De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
Inhoud
Artikel 33f Wet op de kansspelen – Wettekst
Officiële wettekst historische versie
Historische versies
Tekst van deze versie
-
Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder a,bedraagt:
€ 1 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 1 000 000 doch niet hoger is dan € 5 000 000;
€ 10 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 5 000 000 doch niet hoger is dan € 20 000 000;
€ 50 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 20 000 000 doch niet hoger is dan € 50 000 000;
€ 50 000 vermeerderd met één vijfhonderste deel van het bedrag waarmee het drempelbedrag overstegen wordt, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen het drempelbedrag van € 50 000 000 overstijgt.
-
Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder b, bedraagt:
voor tafelspelen in een speelcasino: € 160 per speeltafel en € 120 per aangekoppelde spelersterminal;
voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelcasino: € 120 per spelersplaats;
voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal: € 80 per spelersplaats;
voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een hoogdrempelige inrichting: € 40 per spelersplaats;
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de heffing.
-
De kansspelheffing wordt geheven met overeenkomstige toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
-
De kansspelheffing wordt geheven bij wege van aanslag.
-
Voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen treden in de plaats:
voor het bestuur van ’s Rijksbelastingen en de inspecteur: de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a;
voor de ambtenaren van de rijksbelastingdienst: de ambtenaren die ingevolge artikel 34, eerste lid, belast zijn met het toezicht op de naleving.
-
De kansspelheffing wordt ingevorderd met toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen als was deze heffing een rijksbelasting in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 en geschiedt door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, alsmede door de overige in die wet genoemde functionarissen.
-
Bij de invordering van de kansspelheffing blijven van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing de artikelen 5, 20, 21, 59, 62 en 69.
-
De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
Nog geen automatische verwijzingen.