Wet op de kansspelen

Inhoud

Artikel 33f Wet op de kansspelen – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2012.

Officiële wettekst historische versie

  1. Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder a,bedraagt:

    1. € 1 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 1 000 000 doch niet hoger is dan € 5 000 000;

    2. € 10 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 5 000 000 doch niet hoger is dan € 20 000 000;

    3. € 50 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 20 000 000 doch niet hoger is dan € 50 000 000;

    4. € 50 000 vermeerderd met één vijfhonderste deel van het bedrag waarmee het drempelbedrag overstegen wordt, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen het drempelbedrag van € 50 000 000 overstijgt.

  2. Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder b, bedraagt:

    1. voor tafelspelen in een speelcasino: € 160 per speeltafel en € 120 per aangekoppelde spelersterminal;

    2. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelcasino: € 120 per spelersplaats;

    3. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal: € 80 per spelersplaats;

    4. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een hoogdrempelige inrichting: € 40 per spelersplaats;

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de heffing.

  4. De kansspelheffing wordt geheven met overeenkomstige toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

  5. De kansspelheffing wordt geheven bij wege van aanslag.

  6. Voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen treden in de plaats:

    1. voor het bestuur van ’s Rijksbelastingen en de inspecteur: de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a;

    2. voor de ambtenaren van de rijksbelastingdienst: de ambtenaren die ingevolge artikel 34, eerste lid, belast zijn met het toezicht op de naleving.

  7. De kansspelheffing wordt ingevorderd met toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen als was deze heffing een rijksbelasting in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 en geschiedt door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, alsmede door de overige in die wet genoemde functionarissen.

  8. Bij de invordering van de kansspelheffing blijven van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing de artikelen 5, 20, 21, 59, 62 en 69.

  9. De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.

Historische versies

12-02-2025 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-04-2016 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2012 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-01-2013.

Tekst van deze versie

  1. Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder a,bedraagt:

    1. € 1 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 1 000 000 doch niet hoger is dan € 5 000 000;

    2. € 10 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 5 000 000 doch niet hoger is dan € 20 000 000;

    3. € 50 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 20 000 000 doch niet hoger is dan € 50 000 000;

    4. € 50 000 vermeerderd met één vijfhonderste deel van het bedrag waarmee het drempelbedrag overstegen wordt, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen het drempelbedrag van € 50 000 000 overstijgt.

  2. Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder b, bedraagt:

    1. voor tafelspelen in een speelcasino: € 160 per speeltafel en € 120 per aangekoppelde spelersterminal;

    2. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelcasino: € 120 per spelersplaats;

    3. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal: € 80 per spelersplaats;

    4. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een hoogdrempelige inrichting: € 40 per spelersplaats;

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de heffing.

  4. De kansspelheffing wordt geheven met overeenkomstige toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

  5. De kansspelheffing wordt geheven bij wege van aanslag.

  6. Voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen treden in de plaats:

    1. voor het bestuur van ’s Rijksbelastingen en de inspecteur: de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a;

    2. voor de ambtenaren van de rijksbelastingdienst: de ambtenaren die ingevolge artikel 34, eerste lid, belast zijn met het toezicht op de naleving.

  7. De kansspelheffing wordt ingevorderd met toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen als was deze heffing een rijksbelasting in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 en geschiedt door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, alsmede door de overige in die wet genoemde functionarissen.

  8. Bij de invordering van de kansspelheffing blijven van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing de artikelen 5, 20, 21, 59, 62 en 69.

  9. De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de kansspelen