-
Met uitzondering van de situatie, bedoeld in artikel 2.3.6, is het verboden zonder een daartoe verleende vergunning vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding te brengen, ten behoeve daarvan op te bouwen, te installeren, te bewerken, dan wel na ontbranding te verwijderen.
-
Onze Minister beslist op een aanvraag om een toepassingsvergunning.
-
Aan de toepassingsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat:
voorafgaand aan het tot ontbranding brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik door de aanvrager toestemming is verkregen van gedeputeerde staten van de provincie waarin de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht en de aan de toestemming verbonden voorschriften worden nageleefd;
het tot ontbranding te brengen vuurwerk en de tot ontbranding te brengen pyrotechnische artikelen voor theatergebruik afkomstig zijn van een locatie waarop een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.30 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht, die is gemeld overeenkomstig artikel 4.1030 van dat besluit of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend geldt, dan wel rechtstreeks afkomstig zijn uit het buitenland.
-
Aan de toepassingsvergunning worden voorts voorschriften verbonden in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu. Zij kan onder beperkingen worden verleend.
-
Degene aan wie een toepassingsvergunning is verleend, is gehouden de in het derde en vierde lid bedoelde voorschriften na te leven.
-
De toepassingsvergunning vervalt op het moment dat de geldigheidsduur van het certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 3B.2, tweede lid, onder c, afloopt. Is de toepassingsvergunning verleend aan een onderneming dan vervalt de toepassingsvergunning eveneens op het moment dat er geen persoon aan wie een certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, is afgegeven, meer werkzaam is voor de onderneming.
-
De toepassingsvergunning heeft een geldigheidsduur van vijf jaar.
-
Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een toepassingsvergunning.
Vuurwerkbesluit Laatste controle 18-04-2026, laatste wijziging 13-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 1a In de handel brengen
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Verbodsbepalingen
§ 2A Algemene verplichtingen van de fabrikant
§ 2B Algemene verplichtingen van de importeur
§ 2C Algemene verplichtingen van distributeurs
§ 2D Identificatie van marktdeelnemers
§ 2E Eisen aan marktdeelnemers omtrent traceerbaarheid
§ 2F Eisen aan marktdeelnemers omtrent risico-uitsluiting
§ 3 Conformiteitsbeoordelingsprocedure
§ 4 CE-markering en EU-conformiteitsverklaring
§ 4A Uitvoering EU-verordening markttoezicht
§ 5 Aangewezen instantie
- Artikel 1A.5.1
- Artikel 1A.5.2
- Artikel 1A.5.3
- Artikel 1A.5.4
- Artikel 1A.5.5
- Artikel 1A.5.6
- Artikel 1A.5.7
- Artikel 1A.5.8
- Artikel 1A.5.9
- Artikel 1A.5.10
- Artikel 1A.5.11
- Artikel 1A.5.12
- Artikel 1A.5.13
- Artikel 1A.5.14
- Artikel 1A.5.15
- Artikel 1A.5.16
- Artikel 1A.5.17
- Artikel 1A.5.18
- Artikel 1A.5.19
- Artikel 1A.5.20
Hoofdstuk 2 Consumentenvuurwerk
Hoofdstuk 3 Professioneel vuurwerk
Hoofdstuk 3a Pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 3b Het tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 4 De pyro-pass
Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 1 Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, en voor het opslaan en bewerken van theatervuurwerk, als bedoeld in artikel 3A.2.1, tweede lid
Bijlage 2 Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 3.2.1 of 3A.2.1
Bijlage 3 Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1, 3A.2.1 en 4.2
Hoofdstuk 3b
Artikel 3B.2
-
De aanvraag om een toepassingsvergunning wordt langs elektronische weg ingediend. In afwijking van artikel 2:15, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht neemt het bevoegd gezag een aanvraag die langs elektronische weg wordt ingediend, in ontvangst.
-
Bij de aanvraag worden door de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden langs elektronische weg verstrekt:
zijn naam, adres, geboortedatum en geboorteplaats en, in voorkomend geval, de naam en het adres van de betrokken onderneming;
gegevens waaruit blijkt dat de handelingen waarop de aanvraag betrekking heeft bedrijfsmatig worden verricht;
een afschrift van een geldig certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, dat is afgegeven aan de persoon door wie of onder wiens voortdurend toezicht de handelingen, waarop de aanvraag betrekking heeft, worden verricht en dat betrekking heeft op die handelingen;
de handelingen en de soorten vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarop de aanvraag betrekking heeft;
een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens over hemzelf, die niet ouder is dan zes maanden.
-
De aanvrager stelt naar het oordeel van het bevoegd gezag bij de aanvraag op genoegzame wijze door verzekering of anderszins financiële zekerheid ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek ter zake van de in het tweede lid, onder b, bedoelde handelingen.
-
De zekerheid bedraagt ten minste € 2 500 000,00 per gebeurtenis en wordt in ieder geval in stand gehouden tot het moment waarop de vergunning vervalt. De verzekering is gesloten bij een financiële onderneming die op grond van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen.
-
Met een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in het tweede lid, onder e, wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden, mits die verklaring niet ouder is dan zes maanden.
-
De aanvrager kan de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, op schriftelijke wijze verstrekken, voor zover het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft gegeven.
-
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop een aanvraag langs elektronische weg wordt ingediend.
Artikel 3B.3
-
De ontbrandingstoestemming kan worden geweigerd in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu.
-
Aan de ontbrandingstoestemming kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu. De voorschriften kunnen afwijken van regels gesteld in de regeling, bedoeld in artikel 3B.7.
-
Degene aan wie de toestemming is verleend, is gehouden de in het tweede lid bedoelde voorschriften na te leven.
Artikel 3B.3a
-
De aanvraag om een ontbrandingstoestemming wordt langs elektronische weg ingediend. In afwijking van artikel 2:15, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht neemt het bevoegd gezag een aanvraag die langs elektronische weg wordt ingediend, in ontvangst. De aanvraag mag betrekking hebben op meerdere evenementen of voorstellingen waarbij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding worden gebracht, mits die evenementen of voorstellingen plaatsvinden binnen dezelfde gemeente en binnen een tijdvak van ten hoogste een jaar.
-
Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden langs elektronische weg verstrekt:
gegevens omtrent de datum, het tijdstip en de plaats van het tot ontbranding brengen;
een afschrift van de toepassingsvergunning die aan de aanvrager is verleend;
een afschrift van het in artikel 3B.2, tweede lid, onder c, bedoelde certificaat;
een schietlijst met daarin een overzicht van de toe te passen artikelen en per categorie artikelen de volgende gegevens:
het aantal,
de omschrijving van het artikel,
de fabrikant van het artikel,
het artikelnummer,
gegevens waaruit blijkt of het artikel consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik betreft,
het brutogewicht van het artikel in kilogrammen,
het kaliber,
het maximale effect van het artikel in verticale richting,
gegevens waaruit blijkt of er sprake is van een schuin opgesteld of schuin gemonteerd artikel, en
de veiligheidsafstand tot het publiek die bij het ontbranden in acht zal worden genomen;
indien sprake is van het ontbranden in de buitenlucht, een actuele situatietekening, waarop is aangegeven:
de opbouwlocatie,
de afsteeklocatie met opstelling van de af te steken artikelen,
de omliggende bebouwing,
de veiligheidsafstanden,
de afzettingen van de gevarenzone tijdens opbouw en ontbranding,
de opstelplaats van het publiek, en
de vluchtwegen.
indien wegen in de gevarenzone zijn gelegen, een toestemming van de burgemeester binnen wiens gemeente de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht, voor het afzetten van die wegen of, indien het een eigen weg betreft, een toestemming van de eigenaar van de weg voor het afzetten van de weg;
een omschrijving van bijzondere omstandigheden.
-
De schietlijst kan wat betreft de volgende gegevens, genoemd in het tweede lid, onder d, tot uiterlijk vier werkdagen voor de ontbranding worden gewijzigd, mits de wijziging betrekking heeft op vervangende artikelen die gelijkwaardig zijn wat betreft kaliber, maximaal effect en veiligheidsafstand:
het aantal;
de omschrijving van het artikel;
de fabrikant van het artikel;
het artikelnummer.
-
Indien de aanvraag betrekking heeft op meerdere evenementen, bedoeld in het eerste lid, derde zin, worden bij de aanvraag per evenement of voorstelling de gegevens en bescheiden, bedoeld in de onderdelen b tot en met g, verstrekt.
-
De aanvrager kan de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, op schriftelijke wijze verstrekken, voor zover het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft gegeven.
-
Gedeputeerde staten zenden onverwijld een afschrift van de aanvraag aan de burgemeester binnen wiens gemeente het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht.
-
Gedeputeerde staten stellen alvorens een ontbrandingstoestemming te verlenen de volgende bestuursorganen en instanties in de gelegenheid advies uit te brengen:
de betrokken verlener van een luchtverkeersdienst als bedoeld in de Wet luchtvaart, voor zover het zichzelf voortdrijvend opstijgend vuurwerk of zichzelf opstijgende pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft die in de openlucht tot ontbranding zullen worden gebracht binnen 15 kilometer afstand van een luchthaven,
het bestuur van de veiligheidsregio binnen wiens gebied het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht, en
de burgemeester van de gemeente aangrenzend aan de gemeente waar het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht, voor zover de artikelen effect kunnen hebben binnen zijn gemeente.
-
Gedeputeerde staten verlenen geen ontbrandingstoestemming indien de burgemeester binnen wiens gemeente het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht binnen twee weken na ontvangst van het afschrift van de aanvraag heeft verklaard tegen het verlenen van de toestemming in verband met de veiligheid bedenkingen te hebben, dan wel indien de burgemeester binnen die termijn gedeputeerde staten er van in kennis heeft gesteld dat hij de aanvraag binnen die termijn niet kan beoordelen, die verklaring heeft gegeven binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de burgemeester niet binnen de van toepassing zijnde termijn heeft verklaard bedenkingen te hebben, wordt hij geacht geen bedenkingen te hebben.
-
Gedeputeerde staten zenden onverwijld een afschrift van de ontbrandingstoestemming aan Onze Minister, de burgemeester, bedoeld in het zevende lid, onder c, en aan het bestuur van de veiligheidsregio, bedoeld in het zevende lid, onder b. Deze verzending geschiedt zoveel als mogelijk en in ieder geval aan Onze Minister langs elektronische weg.
-
Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een ontbrandingstoestemming.
-
Degene aan wie een ontbrandingstoestemming is verleend voor meerdere evenementen of voorstellingen, meldt uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan ieder evenement of iedere voorstelling aan gedeputeerde staten van de provincie waarin het evenement of de voorstelling zal plaatsvinden, de datum en het tijdstip van het opbouwen van het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en de datum, het tijdstip en de plaats van het tot ontbranding brengen van die artikelen, onder verwijzing naar de datum en het kenmerk van die toestemming. Gedeputeerde staten zenden onverwijld een afschrift van de melding aan de bestuursorganen en instanties, bedoeld in het negende lid. Deze verzending geschiedt zo veel als mogelijk en in ieder geval aan Onze Minister langs elektronische weg.
-
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop een aanvraag als bedoeld in het eerste lid langs elektronische weg wordt ingediend en een afschrift van een ontbrandingstoestemming als bedoeld in het negende lid en van een melding als bedoeld in het elfde lid langs elektronische weg wordt gezonden.
Artikel 3B.4
-
In afwijking van artikel 3B.1, derde lid, onder a, kan degene aan wie een toepassingsvergunning is verleend en die:
ten hoogste 20 kg pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding wil brengen, of
ten hoogste 200 kg consumentenvuurwerk tot ontbranding wil brengen,
voorafgaand aan het tot ontbranding brengen volstaan met een melding aan gedeputeerde staten van de provincie waarin de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht.
-
Voor de bepaling van de hoeveelheid consumentenvuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van het gewicht van de artikelen als zijnde onverpakt consumentenvuurwerk onderscheidenlijk onverpakte pyrotechnische artikelen voor theatergebruik.
-
Gedeputeerde staten zenden onverwijld een afschrift van de melding aan het bestuur van de regionale brandweer binnen wiens gebied de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht, aan de burgemeester van de gemeente binnen wiens gemeente de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht en aan Onze Minister. Deze verzending geschiedt zo veel als mogelijk en in ieder geval aan Onze Minister langs elektronische weg.
-
Degene die het consumentenvuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding wil brengen draagt er zorg voor dat de melding ten minste twee weken voordat de artikelen tot ontbranding worden gebracht door gedeputeerde staten is ontvangen.
-
In afwijking van het vierde lid kunnen gedeputeerde staten na overleg met de burgemeester en het bestuur, bedoeld in het derde lid, in bijzondere omstandigheden een kortere termijn voor de melding toestaan.
-
Artikel 3B.3a, eerste lid, eerste en tweede volzin, tweede, vijfde en twaalfde lid, is van overeenkomstige toepassing op een melding als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3B.5
-
De toepassingsvergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken.
-
De artikelen 5.38, eerste en tweede lid, 5.39, aanhef en onder a, 5.40, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a en d, 16.65, tweede lid, en 18.10, vierde lid, onder b, van de Omgevingswet en de artikelen 8.97 tot en met 8.102 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3B.6
-
Degene aan wie een toepassingsvergunning is verleend, houdt een register bij waarin zijn vermeld:
de persoon of personen aan wie een certificaat van vakbekwaamheid is afgegeven als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, en door wie of onder wier toezicht bedrijfsmatig handelingen met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden verricht, als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
de personen die onder toezicht van de onder a bedoelde persoon of personen bedrijfsmatig handelingen met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik verrichten als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
de evenementen en voorstellingen, waarbij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zijn gebracht en de daarbij tot ontbranding gebrachte typen en hoeveelheden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen alsmede de weigeraars, met vermelding van de door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummers die dienen ter identificatie van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
ongewone voorvallen die zich tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik hebben voorgedaan.
-
Het register wordt binnen twee werkdagen na een wijziging dan wel na een evenement of voorstelling bijgewerkt.
-
De gegevens worden op een zodanige wijze geregistreerd dat gedurende de periode waarover de registratieplicht ingevolge het vierde lid geldt, indien Onze Minister of gedeputeerde staten van de provincie die de vergunning hebben verleend daarom verzoeken, binnen acht uur de gegevens schriftelijk kunnen worden overgelegd.
-
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven ten minste voor de duur van zeven jaar na de vastlegging in de registratie opgenomen.
-
Degene aan wie een toepassingsvergunning is verleend, meldt een ongewoon voorval als bedoeld in het eerste lid, onder d, onverwijld aan gedeputeerde staten van de provincie waarin het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding worden gebracht.
-
Van een wijziging van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt onverwijld melding gemaakt bij Onze Minister.
Artikel 3B.7
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik.
Artikel 3B.8
Gedeputeerde staten van de provincie waarin vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding worden gebracht, hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de ontbrandingstoestemming en de daaraan verbonden voorschriften als bedoeld in de artikelen 3B.1, derde lid, onderdeel a, en 3B.3, tweede en derde lid, alsmede van bepalingen als bedoeld in de artikelen 3B.3a, elfde lid, 3B.4, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 3B.6, vijfde lid, en 3B.7.