Vuurwerkbesluit Laatste controle 18-04-2026, laatste wijziging 13-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 1a In de handel brengen
Hoofdstuk 2 Consumentenvuurwerk
Hoofdstuk 3 Professioneel vuurwerk
Hoofdstuk 3a Pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 1 Eisen aan pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 2 Opslaan en bewerken van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 3 Verkoop van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 3b Het tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 4 De pyro-pass
Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 1 Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, en voor het opslaan en bewerken van theatervuurwerk, als bedoeld in artikel 3A.2.1, tweede lid
Bijlage 2 Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 3.2.1 of 3A.2.1
Bijlage 3 Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1, 3A.2.1 en 4.2

Hoofdstuk 1a

In de handel brengen

Artikel 1A.1.1

  1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. aangemelde instanties: aangemelde instanties als bedoeld in artikel 21 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;

    2. aangewezen instantie: een instantie, aangewezen door Onze Minister, die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals onder meer het ijken, testen, certificeren en inspecteren;

    3. accreditatie: accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, tiende lid, van de Verordening;

    4. bevoegde autoriteit: Onze Minister;

    5. bijlage I bij de EU-richtlijn: bijlage I bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld;

    6. bijlage II bij de EU-richtlijn: bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld, voor zover het betreft de in het tweede lid genoemde onderdelen van de bijlage, en bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen voor de overige onderdelen van de bijlage;

    7. conformiteitsbeoordeling: proces waarin wordt beoordeeld of voldaan is aan de essentiële veiligheidseisen;

    8. conformiteitsbeoordelingsprocedure: procedure als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn;

    9. essentiële veiligheidseisen: essentiële veiligheidseisen als bedoeld in bijlage I bij de EU-richtlijn;

    10. EU-conformiteitsverklaring: verklaring dat een product voldoet aan de eisen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen als bedoeld in artikel 18, eerste tot en met derde lid, van die richtlijn;

    11. geharmoniseerde norm: geharmoniseerde norm als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van beschikking 87/95/EEG van de raad en besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad;

    12. harmonisatiewetgeving van de Europese Unie: alle wetgeving van de Europese Unie die de voorwaarden voor het verhandelen van producten harmoniseert;

    13. markttoezicht: hetgeen daaronder in hoofdstuk 5 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen wordt verstaan;

    14. markttoezichthouder: persoon als bedoeld in artikel 18.6, eerste lid, van de Omgevingswet die door Onze Minister is aangewezen en die handelt in het kader van markttoezicht;

    15. module B, C2, D, E, G en H: module B, C2, D, E, G en H als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;

    16. nationale accreditatie-instantie: nationale accreditatie-instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, elfde lid, van de Verordening;

    17. technische specificatie: document dat de technische vereisten voorschrijft waaraan vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik moet voldoen;

    18. terugroepen: maatregel waarmee wordt beoogd vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik te doen terugkeren dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld;

    19. uit de handel nemen: maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden;

    20. Verordening: Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93;

  2. De in het eerste lid, in de begripsomschrijving van bijlage II bij de EU-richtlijn, bedoelde onderdelen van die bijlage zijn:

    1. Module B, de onderdelen 7, tweede alinea, tot en met 9;

    2. Module C2, de onderdelen 2 tot en met 4.2, voor zover het betreft het ter beschikking houden van de EU-conformiteitsverklaring;

    3. Module D, de onderdelen 3.4, 3.5, 4.2 tot en met 4.4, 6 en 7;

    4. Module E, de onderdelen 3.4, 3.5, 4.2 tot en met 4.4, 6 en 7;

    5. Module H, de onderdelen 3.4, 3,5, 4.2 tot en met 4.4, 6 en 7.

Artikel 1A.1.2

  1. Een wijziging van artikel 10 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, met uitzondering van de onderdelen, genoemd in artikel 1A.1.1, tweede lid, en van bijlage III of IV bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen gaat voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn of het betrokken wijzigingsbesluit uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

  2. Onze Minister doet meteen na het van kracht worden van een wijziging als bedoeld in het eerste lid daarvan mededeling in de Staatscourant.

Artikel 1A.1.3

  1. De fabrikant brengt het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik in een bepaalde categorie onder op grond van toepassing, doel en gevaar, met inbegrip van hun geluidniveau.

  2. Een aangemelde instantie bevestigt de categorisering als onderdeel van de conformiteitsbeoordelingsprocedure.

  3. De categorieën luiden als volgt:

    1. vuurwerk Categorie F1: vuurwerk dat zeer weinig gevaar en een te verwaarlozen geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik in een besloten ruimte, inclusief vuurwerk dat bestemd is voor gebruik binnenshuis; Categorie F2: vuurwerk dat weinig gevaar en een laag geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een afgebakende plaats; Categorie F3: vuurwerk dat middelmatig gevaar oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een grote open ruimte, en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid; Categorie F4: vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis, en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid.

    2. pyrotechnische artikelen voor theatergebruik Categorie T1: pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik met gering gevaar; Categorie T2: pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik die uitsluitend bestemd zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gebruikt.

Artikel 1A.1.4

Vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die in overeenstemming zijn met geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de essentiële veiligheidseisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken.

Artikel 1A.2.1

  1. Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die niet voldoen aan de essentiële veiligheidseisen in de handel te brengen, voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen.

  2. Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die niet zijn onderworpen aan de conformiteitsbeoordelingsprocedure conform de artikelen 1A.3.1 en 1A.3.2 in de handel te brengen, voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen.

  3. Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in de handel te brengen, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen of te gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften gesteld bij of krachtens deartikelen 1A.4.1, 2.1.3, 3.1.1 en 3A.1.1 met betrekking tot de aanduiding en het bezigen van vermeldingen.

  4. Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in de handel te brengen zonder dat hiervoor, overeenkomstig artikel 1A.4.2, een EU-conformiteitsverklaring is opgesteld.

  5. Het is voor fabrikanten verboden te handelen in strijd met bijlage II bij de EU-richtlijn.

Artikel 1A.2.2

  1. Artikel 1A.2.1 is niet van toepassing op vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van EU-richtlijn pyrotechnische artikelen en die worden getoond en gebruikt op handelsbeurzen, tentoonstellingen en demonstraties voor het verhandelen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, mits is voldaan aan het bepaalde in het derde lid.

  2. Artikelen als bedoeld in het eerste lid mogen pas verkocht worden nadat ze in overeenstemming zijn gebracht met de bepalingen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.

  3. Op de artikelen, bedoeld in het eerste lid:

    1. wordt een zichtbaar teken aangebracht waaruit duidelijk de naam en de datum van de handelsbeurs, tentoonstelling of demonstratie blijken;

    2. is aangegeven dat de artikelen niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen en niet verkocht mogen worden.

Artikel 1A.2.3

  1. Artikel 1A.2.1 is niet van toepassing op vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die voor onderzoeks-, ontwikkelings- en testdoeleinden zijn geproduceerd en niet met de bepalingen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen in overeenstemming zijn. Deze artikelen mogen vrij circuleren en worden gebruikt, mits is voldaan aan het bepaalde in het derde lid.

  2. Artikelen als bedoeld in het eerste lid mogen niet beschikbaar worden gesteld of worden gebruikt voor andere doeleinden dan voor ontwikkeling, tests en onderzoek.

  3. Op de artikelen, bedoeld in het eerste lid, wordt een zichtbaar teken aangebracht waaruit duidelijk blijkt dat ze niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen en niet beschikbaar zijn voor andere doeleinden dan voor ontwikkeling, tests en onderzoek.

Artikel 1A.2A.1

De fabrikant waarborgt dat vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de essentiële veiligheidseisen.

Artikel 1A.2A.2

  1. De fabrikant stelt de technische documentatie, genoemd in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen op en laat de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure uitvoeren, overeenkomstig de artikelen 1A.3.1 en 1A.3.2.

  2. Wanneer met de conformiteitsbeoordelingsprocedure is aangetoond dat vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik aan de toepasselijke eisen voldoet, stelt de fabrikant een EU-conformiteitsverklaring op en brengt hij de CE-markering aan.

  3. De fabrikant bewaart de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende tien jaar nadat het vuurwerk of pyrotechnische artikel voor theatergebruik in de handel is gebracht.

Artikel 1A.2A.3

De fabrikant zorgt ervoor dat hij beschikt over procedures om de conformiteit van zijn serieproductie met EU-richtlijn pyrotechnische artikelen te blijven waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik en met veranderingen in de geharmoniseerde normen of andere technische specificaties waarnaar in de EU-conformiteitsverklaring van het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik wordt verwezen.

Artikel 1A.2A.4

  1. Met een met redenen omkleed verzoek kan de bevoegde autoriteit een of meer van de volgende maatregelen van de fabrikant vergen:

    1. het uitvoeren van steekproeven op in de handel gebracht vuurwerk of in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    2. het onderzoeken van klachten;

    3. het onderzoeken van niet-conform vuurwerk of niet-conforme pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    4. het onderzoeken van teruggeroepen vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    5. het bijhouden van een register met betrekking tot de onder b, c, en d bedoelde onderzoeken;

    6. het op de hoogte houden van de distributeurs betreffende de genomen maatregelen.

  2. De bevoegde autoriteit kan het in het eerste lid bedoelde verzoek doen als dit gezien de risico’s van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik passend wordt geacht.

  3. De fabrikant voert de maatregelen uit met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten.

Artikel 1A.2A.5

De fabrikant zorgt ervoor dat door hem in de handel gebracht vuurwerk of pyrotechnisch artikelvoor theatergebruik is geëtiketteerd overeenkomstig de artikelen 2.1.3, 3.1.1 of 3A.1.1.

Artikel 1A.2A.6

Indien de fabrikant van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat door hem in de handel gebracht vuurwerk of een door hem in de handel gebracht pyrotechnisch artikel voor theatergebruik niet in overeenstemming is met de eisen bij of krachtens dit besluit:

  1. neemt hij onmiddellijk alle corrigerende maatregelen die nodig zijn om het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik in overeenstemming te brengen met deze eisen of, zo nodig, uit de handel te nemen of terug te roepen, en

  2. brengt hij, indien het artikel een risico vertoont, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar hij het artikel op de markt heeft aangeboden, hiervan onmiddellijk op de hoogte. Indien hij het artikel in Nederland op de markt heeft aangeboden, brengt hij de bevoegde autoriteit op de hoogte. Hierbij beschrijft hij in het bijzonder uitvoerig de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen.

Artikel 1A.2A.7

  1. Op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit of de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten:

    1. verstrekt de fabrikant aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met de eisen gesteld bij of krachtens dit besluit aan te tonen, en

    2. verleent de fabrikant medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico’s van de door hem in de handel gebracht vuurwerk of door hem in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, uit te sluiten.

  2. De informatie en documentatie wordt op papier of elektronisch ter beschikking van de autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, gesteld. Deze wordt gesteld in de Nederlandse of Engelse taal.

Artikel 1A.2A.8

Een importeur of een distributeur wordt als fabrikant beschouwd en voldoet aan de verplichtingen overeenkomstig dit hoofdstuk, wanneer hij vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik onder zijn eigen naam of merknaam in de handel brengt, of reeds in de handel gebracht vuurwerk of een reeds in de handel gebracht pyrotechnisch artikel voor theatergebruik zodanig wijzigt dat de conformiteit met de essentiële veiligheidseisen in het geding komt.

Artikel 1A.2B.1

De importeur brengt alleen vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in de handel die aan de essentiële veiligheidseisen voldoen.

Artikel 1A.2B.2

Alvorens vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik in de handel wordt gebracht:

  1. vergewist de importeur zich ervan dat de fabrikant de conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd;

  2. zorgt de importeur ervoor dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld;

  3. zorgt de importeur ervoor dat het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik is voorzien van de CE-markering en vergezeld gaat van de voorgeschreven documenten; en

  4. zorgt de importeur ervoor dat de fabrikant het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik heeft geëtiketteerd overeenkomstig de artikelen 2.1.3, 3.1.1 of 3A.1.1.

Artikel 1A.2B.3

De importeur die van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik niet in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen:

  1. brengt het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik niet in de handel alvorens het in overeenstemming is gemaakt met de essentiële veiligheidseisen, en

  2. brengt de fabrikant en de markttoezichthouder op de hoogte, indien het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik een risico vertoont.

Artikel 1A.2B.4

De importeur voldoet aan de aan hem gestelde eisen ingevolge de artikelen 2.1.3, eerste lid, onder d, 3.1.1, eerste lid, onder d, of 3A.1.1, eerste lid, onder d.

Artikel 1A.2B.5

De importeur zorgt, gedurende de periode dat hij voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik verantwoordelijk is, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden ervan dat de conformiteit van het pyrotechnische artikel met de essentiële veiligheidseisen niet in het geding komt.

Artikel 1A.2B.6

  1. Met een met redenen omkleed verzoek kan de bevoegde autoriteit een of meer van de volgende maatregelen van de importeur vergen:

    1. het uitvoeren van steekproeven op in de handel gebracht vuurwerk of in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    2. het onderzoeken van klachten;

    3. het onderzoeken van niet-conform vuurwerk of niet-conforme pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    4. het onderzoeken van teruggeroepen vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    5. het bijhouden van een register met betrekking tot de onder b, c, en d bedoelde onderzoeken;

    6. het op de hoogte houden van de distributeurs betreffende de genomen maatregelen.

  2. De bevoegde autoriteit kan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, doen als dit gezien de risico’s van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik passend wordt geacht.

  3. De importeur voert de maatregelen uit met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten.

Artikel 1A.2B.7

Indien een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat door hem in de handel gebracht vuurwerk of een door hem in de handel gebracht pyrotechnisch artikel voor theatergebruik, niet in overeenstemming is met de eisen gesteld bij of krachtens dit besluit:

  1. neemt hij onmiddellijk alle corrigerende maatregelen die nodig zijn om dat vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik in overeenstemming te maken met die eisen of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen; en

  2. brengt hij, indien het artikel een risico vertoont, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar hij het artikel op de markt heeft aangeboden, hiervan onmiddellijk op de hoogte. Indien hij de artikelen in Nederland op de markt heeft aangeboden, brengt hij de bevoegde autoriteit onmiddellijk op de hoogte. Hierbij beschrijft de importeur in het bijzonder uitvoerig de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen.

Artikel 1A.2B.8

De importeur houdt gedurende tien jaar nadat het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik in de handel is gebracht, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichthouder en zorgt ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan de markttoezichthouder kan worden verstrekt.

Artikel 1A.2B.9

  1. Op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit of de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten:

    1. verstrekt de importeur alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met de eisen gesteld bij of krachtens dit besluit aan te tonen; en

    2. verleent de importeur medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico’s van door hem in de handel gebracht vuurwerk of door hem in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen voor theatergebruik uit te sluiten.

  2. De informatie en documentatie wordt op papier of elektronisch ter beschikking van de autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, gesteld. Deze worden gesteld in de Nederlandse of Engelse taal.

Artikel 1A.2C.1

De distributeur die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op de markt aanbiedt, neemt de nodige zorgvuldigheid in acht ten aanzien van de eisen in dit besluit.

Artikel 1A.2C.2

Alvorens vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op de markt aan te bieden, controleert de distributeur of:

  1. het artikel is voorzien van een CE-markering;

  2. het artikel vergezeld gaat van de voorgeschreven documenten en van instructies en informatie aangaande de veiligheid, overeenkomstig artikel 2.1.3, eerste lid, onder j, en tweede lid, artikel 3.1.1, eerste lid, onder i, en tweede lid, en artikel 3A.1.1, eerste lid, onder i, en tweede lid;

  3. de fabrikant en de importeur aan de verplichtingen ingevolgeartikel 2.1.3, 3.1.1 en 3A.1.1 hebben voldaan.

Artikel 1A.2C.3

De distributeur die van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik niet in overeenstemming zijn met de essentiële veiligheidseisen:

  1. biedt het vuurwerk of pyrotechnische artikel voor theatergebruik niet op de markt aan alvorens het in overeenstemming is gemaakt met de essentiële veiligheidseisen, en

  2. brengt de fabrikant, de importeur en de markttoezichthouder hiervan op de hoogte, indien het vuurwerk of pyrotechnische artikel voor theatergebruik een risico vertoont.

Artikel 1A.2C.4

De distributeur zorgt gedurende de periode dat hij voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik verantwoordelijk is, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden ervan dat de conformiteit van het artikel met de essentiële veiligheidseisen niet in het gedrang komt.

Artikel 1A.2C.5

Indien een distributeur van mening is, of redenen heeft om aan te nemen, dat door hem op de markt aangeboden vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik niet in overeenstemming is met de eisen gesteld bij of krachtens dit besluit:

  1. ziet hij erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om die artikelen in overeenstemming te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen; en

  2. brengt hij, indien het artikel een risico vertoont, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar hij het artikel op de markt heeft aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte. Indien hij de artikelen in Nederland op de markt heeft aangeboden, brengt hij de bevoegde autoriteit op de hoogte. Hierbij beschrijft hij in het bijzonder uitvoerig de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen.

Artikel 1A.2C.6

  1. Op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit of bevoegde autoriteiten van andere lidstaten:

    1. verstrekt de distributeur deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik met de eisen gesteld bij of krachtens dit besluit aan te tonen; en

    2. verleent de distributeur medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico’s van de door hem in de handel gebrachte artikelen uit te sluiten.

  2. De informatie en documentatie, genoemd in het eerste lid, onder a, wordt op papier of elektronisch ter beschikking van de autoriteiten, genoemd in het eerste lid, gesteld.

Artikel 1A.2D.1

  1. Op verzoek van de bevoegde autoriteit verstrekken de marktdeelnemers de volgende informatie:

    1. welke marktdeelnemer vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aan hen heeft geleverd; en

    2. aan welke marktdeelnemer zij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik hebben geleverd.

  2. De marktdeelnemers houden de informatie, genoemd in het eerste lid, ten minste tien jaar nadat het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik aan de marktdeelnemers is geleverd, dan wel nadat de marktdeelnemers het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik heeft geleverd, ter beschikking van de bevoegde autoriteit.

Artikel 1A.2E.1

  1. De fabrikant etiketteert vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met een registratienummer dat de volgende elementen bevat:

    1. het viercijferig identificatienummer van de aangemelde instantie die het volgende heeft opgesteld:

      1. de verklaring van EU-typeonderzoek in overeenstemming met de conformiteitsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 1A.3.2, onder a (module B);

      2. de verklaring van overeenstemming, overeenkomstig de conformiteitsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 1A.3.2, onder b (module G);

      3. de goedkeuring van het kwaliteitssysteem, in overeenkomst met de conformiteitsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 1A.3.2, onder c (module H).

    2. de afkorting van de categorie in hoofdletters van de categorie vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarvoor de conformiteit is gecertificeerd:

      1. F1, F2, F3 of F4 voor vuurwerk uit de desbetreffende categorieën vuurwerk;

      2. T1 of T2 voor pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor de desbetreffende categorieën pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    3. het verwerkingsnummer dat door de aangemelde instantie voor het pyrotechnische artikel wordt gebruikt.

  2. De structuur van het registratienummer is «XXXX-YY-ZZZZ...», waarbij XXXX verwijst naar het element, genoemd in het eerste lid, onder a, YY naar het element, genoemd in het eerste lid, onder b, en ZZZZ... naar het element, genoemd in het eerste lid, onder c.

Artikel 1A.2E.2

Fabrikanten en importeurs van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik:

  1. houden een register bij met alle registratienummers van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die zij hebben vervaardigd of ingevoerd, vergezeld van de handelsnaam, het algemene type en, indien van toepassing, het subtype, en de plaats van vervaardiging. Deze informatie wordt ten minste tien jaar nadat het artikel in de handel is gebracht bijgehouden;

  2. dragen het register over aan Onze Minister indien zij hun activiteiten staken;

  3. verstrekken de bevoegde autoriteit, de markttoezichthouder en bevoegde autoriteiten en markttoezichtautoriteiten van andere lidstaten, op hun met redenen omkleed verzoek, het register, genoemd onder a.

Artikel 1A.2F.1

  1. Indien de marktdeelnemer van de markttoezichthouder verneemt dat vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik, dat weliswaar in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen en overige bepalingen van dit Besluit, toch een risico vormt voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor andere aspecten van de bescherming van algemene belangen:

    1. neemt hij alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat dit vuurwerk of dit pyrotechnische artikel voor theatergebruik dat risico niet meer meebrengt wanneer zij in de handel worden gebracht, of

    2. neemt hij, binnen een door de markttoezichthouder vast te stellen termijn, dit vuurwerk of dit pyrotechnische artikel voor theatergebruik uit de handel of roept hij deze terug.

  2. De marktdeelnemer zorgt ervoor dat door hem genomen corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die hij in de Europese Unie op de markt heeft aangeboden.

Artikel 1A.3.1

  1. Vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden onderworpen aan een conformiteitsbeoordelingsprocedure overeenkomstig bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.

  2. De fabrikant voldoet aan de verplichtingen die uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan hem worden gesteld.

  3. De aangewezen instantie voldoet aan de verplichtingen die uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan haar worden gesteld.

Artikel 1A.3.2

De fabrikant kiest een van de navolgende conformiteitsbeoordelingsprocedures, volgens welke de door hem gekozen aangemelde instantie de conformiteitsbeoordelingsprocedure uitvoert:

  1. het EU-typeonderzoek (module B), en naar keuze van de fabrikant een van de volgende procedures:

    1. conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole plus productcontroles onder toezicht met willekeurige tussenpozen (module C2);

    2. conformiteit met het type op basis van de kwaliteitsborging van het productieproces (module D); of

    3. conformiteit met het type op basis van productkwaliteitsborging (module E);

  2. conformiteit op basis van eenheidskeuring (module G);

  3. conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging (module H), voor zover het gaat om vuurwerk van categorie F4.

Artikel 1A.4.1

  1. De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar op het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik aangebracht. Wanneer dit gezien de aard van het artikel niet mogelijk of niet gerechtvaardigd is, wordt de CE-markering aangebracht op de verpakking en in de begeleidende documenten.

  2. De CE-markering wordt aangebracht voordat het vuurwerk of pyrotechnische artikel voor theatergebruik in de handel wordt gebracht.

  3. Indien de aangemelde instantie betrokken is geweest bij de productiecontrolefase, wordt de CE-markering gevolgd door het identificatienummer van die aangemelde instantie.

  4. Het identificatienummer, bedoeld in het derde lid, wordt aangebracht door de aangemelde instantie zelf, dan wel overeenkomstig haar instructies door de fabrikant.

Artikel 1A.4.2

  1. In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat is aangetoond dat aan de essentiële veiligheidseisen is voldaan.

  2. De EU-conformiteitsverklaring:

    1. komt qua structuur overeen met het model van bijlage III bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;

    2. bevat de in de desbetreffende modules van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen vermelde elementen;

    3. wordt voortdurend bijgewerkt;

    4. wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.

  3. De EU-conformiteitsverklaring die betrekking heeft op vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die binnen het grondgebied van Nederland in de handel worden gebracht of op de markt worden aangeboden, is gesteld in de Nederlandse taal.

  4. Indien voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik uit hoofde van meer dan één handeling van de Europese Unie een EU-conformiteitsverklaring vereist is, wordt één EU-conformiteitsverklaring met betrekking tot al die handelingen van de Europese Unie opgesteld. In die verklaring moet duidelijk worden aangegeven om welke handelingen van de Europese Unie het gaat, met vermelding van de publicatiereferenties ervan.

  5. Door de EU-conformiteitsverklaring op te stellen neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik met de eisen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen op zich.

Artikel 1A.4a.1

  1. Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarop de EU-verordening markttoezicht van toepassing is, in de handel te brengen in strijd met artikel 4, eerste lid, van die verordening.

  2. Het is de fabrikant, de importeur, de gemachtigde die is aangewezen om de in artikel 4, derde lid, van de EU-verordening markttoezicht vermelde taken namens de fabrikant te verrichten, of de fulfilmentdienstverlener ten aanzien van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bedoeld in het eerste lid, verboden te handelen in strijd met artikel 4, derde en vierde lid, van de EU-verordening markttoezicht.

  3. Het is de gemachtigde, bedoeld in het tweede lid, verboden te handelen in strijd met artikel 5, tweede lid, van de EU-verordening markttoezicht.

Artikel 1A.4a.2

  1. Het is een marktdeelnemer die betrokken is of is geweest bij het op de markt brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarop de EU-verordening markttoezicht van toepassing is, verboden in strijd te handelen met artikel 7, eerste lid, van die verordening.

  2. Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij die betrokken is of is geweest bij het online te koop aanbieden van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarop de EU-verordening markttoezicht van toepassing is, verboden in strijd te handelen met artikel 7, tweede lid, van die verordening.

Artikel 1A.5.1

  1. Onze Minister kan een instantie, die hiertoe een verzoek heeft ingediend overeenkomstig artikel 1A.5.2, aanwijzen die bevoegd is tot het uitvoeren van de conformiteitsbeoordelingsprocedure. Onze Minister meldt de aangewezen instantie aan overeenkomstig artikel 21 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.

  2. De aangewezen instantie voldoet aan de eisen, genoemd in de artikelen 1A.5.3 tot en met 1A.5.10.

  3. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden ter uitvoering van de eisen, genoemd in de artikelen 1A.5.3 tot en met 1A.5.10.

Artikel 1A.5.2

  1. Een instantie die wenst te worden aangewezen in de zin van artikel 1A.5.1, eerste lid, dient een verzoek tot aanwijzing in bij Onze Minister.

  2. Het verzoek tot aanwijzing, genoemd in het eerste lid, gaat vergezeld van:

    1. een beschrijving van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, de conformiteitbeoordelingsmodule(s), genoemd in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen en het pyrotechnische artikel of de pyrotechnische artikelen waarvoor de instantie verklaart bekwaam te zijn, en

    2. het accreditatiecertificaat dat is afgegeven door een nationale accreditatie-instantie, waarin wordt verklaard dat de instantie voldoet aan de eisen, genoemd in de artikelen 1A.5.3 tot en met 1A.5.10.

Artikel 1A.5.3

  1. De aangewezen instantie is onafhankelijk van de door haar beoordeelde organisaties en het door haar beoordeeld vuurwerk of de door haar beoordeelde pyrotechnische artikelen voor theatergebruik.

  2. De aangewezen instantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, installateur, koper, eigenaar, gebruiker of onderhouder van het vuurwerk, de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, of explosieve stoffen, noch de vertegenwoordiger van een van die partijen. Dit belet echter niet het gebruik van pyrotechnische artikelen of explosieve stoffen die nodig zijn voor de activiteiten van de aangewezen instantie of het gebruik van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor persoonlijke doeleinden.

  3. De aangewezen instantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet rechtstreeks of als vertegenwoordiger van de betrokken partijen betrokken bij het ontwerpen, vervaardigen of bouwen, verhandelen, installeren, gebruiken of onderhouden van vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik of explosieve stoffen. Zij oefenen geen activiteiten uit die hun onafhankelijke oordeel of hun integriteit met betrekking tot conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor zij zijn aangewezen in het gedrang kunnen brengen. Dit geldt met name voor adviesdiensten.

  4. De aangewezen instantie waarborgt dat activiteiten van haar dochterondernemingen of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit of onpartijdigheid van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die de aangewezen instantie verricht;

Artikel 1A.5.4

  1. De aangewezen instantie en haar personeel voeren de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied.

  2. De aangewezen instantie en haar personeel zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, met name van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.

Artikel 1A.5.5

  1. De aangewezen instantie is in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten die in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan haar zijn toegewezen en waarvoor zij is aangewezen, ongeacht of deze taak door de aangewezen instantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid wordt verricht.

  2. De aangewezen instantie beschikt te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elk soort en elke categorie vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarvoor zij is aangemeld over:

    1. benodigd personeel met technische kennis en voldoende passende ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten;

    2. beschrijvingen van de procedures voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, waarbij de transparantie en de mogelijkheid tot reproductie van deze procedures worden gewaarborgd;

    3. gepast beleid en geschikte procedures om een onderscheid te maken tussen taken die zij als aangewezen instantie verricht en andere activiteiten; en

    4. procedures voor de uitoefening van haar activiteiten die naar behoren rekening houden met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, de structuur ervan, de relatieve complexiteit van de producttechnologie in kwestie en het massa- of seriële karakter van het productieproces.

  3. Een aangewezen instantie beschikt over de noodzakelijke middelen om de technische en administratieve taken, die zijn verbonden met de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, op passende wijze uit te voeren en heeft toegang tot alle noodzakelijke apparatuur en faciliteiten.

Artikel 1A.5.6

Het personeel van de aangewezen instantie dat verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordelingstaken beschikt over:

  1. een gedegen technische en beroepsopleiding die alle relevante conformiteitsbeoordelingsactiviteiten omvat waarvoor de instantie is aangewezen;

  2. een voldoende kennis van de eisen inzake de beoordelingen die de aangewezen instantie verricht en voldoende bevoegdheden om deze beoordelingen uit te voeren;

  3. voldoende kennis van en inzicht in de essentiële veiligheidseisen, de toepasselijke geharmoniseerde normen en de relevante bepalingen van de harmonisatiewetgeving van de Europese Unie en van het bij of krachtens dit besluit bepaalde; en

  4. de bekwaamheid om certificaten, dossiers en rapporten op te stellen die aantonen dat de beoordelingen zijn verricht.

Artikel 1A.5.7

  1. De aangewezen instantie waarborgt haar onpartijdigheid en die van haar leidinggevenden en haar personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht.

  2. De beloning van leidinggevenden en personeel van de aangewezen instantie hangt niet af van het aantal uitgevoerde beoordelingen of van de resultaten daarvan;

Artikel 1A.5.8

De aangewezen instantie heeft een geldige aansprakelijkheidsverzekering.

Artikel 1A.5.9

  1. Het personeel van een aangewezen instantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het kennisneemt bij de uitoefening van de taken van de aangewezen instantie uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen of bij of krachtens dit besluit. De eigendomsrechten worden beschermd.

  2. Het beroepsgeheim, genoemd in het eerste lid, geldt niet ten opzichte van de bevoegde autoriteit.

Artikel 1A.5.10

  1. De aangewezen instantie neemt deel aan of zorgt ervoor dat haar personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, op de hoogte is van:

    1. de relevante normalisatieactiviteiten, en

    2. de activiteiten van de coördinatiegroep van aangemelde instantie die is opgericht uit hoofde van de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Europese Unie.

  2. De aangewezen instantie hanteert de administratieve beslissingen en geproduceerde documenten van de coördinatiegroep, genoemd in het eerste lid, onder b, als algemene richtsnoeren.

Artikel 1A.5.11

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie die aantoont dat zij voldoet aan de criteria in de ter zaken doende geharmoniseerde normen of delen ervan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt geacht aan de eisen, genoemd in artikel 1A.5.3 tot en met 1A.5.10, te voldoen, op voorwaarde dat de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen de eisen dekken.

Artikel 1A.5.12

  1. Indien de aangewezen instantie specifieke taken in verband met de conformiteitsbeoordeling uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren:

    1. waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen, genoemd in artikel 1A.5.3 tot en met 1A.5.10, voldoet;

    2. brengt zij Onze Minister hiervan op de hoogte;

    3. neemt zij de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de taken die onderaannemers of dochterondernemingen verrichten, ongeacht waar deze gevestigd zijn;

    4. houdt zij de relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of dochteronderneming en over de door de onderaannemer of dochteronderneming uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen uitgevoerde werkzaamheden ter beschikking van Onze Minister.

  2. Activiteiten mogen uitsluitend met instemming van de klant worden uitbesteed of door een dochteronderneming worden uitgevoerd.

Artikel 1A.5.13

  1. De aangewezen instantie voert conformiteitsbeoordelingen uit. Zij voldoet aan de eisen die in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan haar worden gesteld.

  2. De aangewezen instantie is bij uitvoering van de conformiteitsbeoordelingen, genoemd in het eerste lid, in elk geval bevoegd tot het nemen van de volgende besluiten:

    1. beslissen omtrent afgifte van een verklaring van EU-typeonderzoek in het kader van de toepassing van module B, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 6;

    2. beslissen omtrent afgifte van een aanvullende goedkeuring in het kader van de toepassing van module B, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 7;

    3. beslissen omtrent beoordelen of opnieuw beoordelen van het kwaliteitssysteem in het kader van de toepassing van module D, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 3.3 en 3.5.

  3. De aangewezen instantie voert de conformiteitbeoordelingen op evenredige wijze uit, waarbij zij voorkomt dat de marktdeelnemers onnodig worden belast. De aangewezen instantie houdt hierbij naar behoren rekening met de volgende aspecten, waarbij zij de striktheid en het beschermingsniveau eerbiedigt die nodig zijn opdat het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik voldoet aan de essentiële veiligheidseisen:

    1. de omvang van de onderneming;

    2. de sector waarin zij actief is;

    3. de structuur van de onderneming;

    4. de relatieve technologische complexiteit van de producten; en

    5. het massa- of seriële karakter van het productieproces.

Artikel 1A.5.14

  1. De aangewezen instantie kent registratienummers toe ter identificatie van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die aan een conformiteitsbeoordeling zijn onderworpen en ter identificatie van de fabrikanten van deze artikelen.

  2. De aangewezen instantie houdt een register bij van de registratienummers van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarvoor zij conformiteitcertificaten heeft afgegeven.

  3. Bij het bijhouden van het register gebruikt de aangewezen instantie het model en het formaat daarvan dat is vastgelegd in de bijlage bij dit besluit.

  4. Het register moet ten minste de in de bijlage bij dit besluit vermelde informatie over producten bevatten. Deze informatie wordt gedurende tien jaar bewaard na de datum waarop de aangemelde instantie de documenten, bedoeld in artikel 1A.5.13, heeft afgegeven.

  5. De aangewezen instantie werkt het register regelmatig bij. Zij maken het register bekend via internet.

  6. Wanneer de aanmelding van een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt ingetrokken, draagt deze instantie de registers onverwijld over aan een andere aangemelde instantie of aan Onze Minister.

Artikel 1A.5.15

De aangewezen instantie verleent geen conformiteitscertificaat indien zij vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de essentiële veiligheidseisen of aan de overeenkomstige geharmoniseerde normen of andere technische specificaties. Zij verlangt dat de fabrikant de passende corrigerende maatregelen neemt.

Artikel 1A.5.16

  1. De aangewezen instantie verlangt dat de fabrikant passende corrigerende maatregelen neemt, indien zij bij het toezicht op de conformiteit na verlening van een certificaat vaststelt dat vuurwerk of het pyrotechnische artikelen voor theatergebruik niet meer in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen, de overeenkomstige geharmoniseerde normen of andere technische specificaties. Zo nodig schorst zij het certificaat of trekt zij dit in.

  2. Indien geen corrigerende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden genomen, worden de certificaten naargelang het geval door de aangewezen instantie geschorst, beperkt of ingetrokken.

Artikel 1A.5.17

De aangewezen instantie neemt rechtstreeks of via aangestelde vertegenwoordigers deel aan de werkzaamheden van het forum van aangemelde instanties.

Artikel 1A.5.18

  1. Onze Minister ziet toe op de rechtmatige en doeltreffende uitvoering van het bepaalde bij of krachtens dit besluit door de aangewezen instantie.

  2. De aangewezen instantie brengt Onze Minister op de hoogte van:

    1. elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van certificaten;

    2. omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van of de voorwaarden voor de aanwijzing;

    3. informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van de markttoezichthouder of de marktautoriteiten uit andere lidstaten, ontvangen;

  3. Op verzoek van Onze Minister brengt de aangewezen instantie Onze Minister op de hoogte van de binnen haar werkingssfeer verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbestedingen.

  4. De aangewezen instantie verstrekt relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten en op verzoek over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten aan de andere aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor dezelfde pyrotechnische artikelen verrichten.

Artikel 1A.5.19

De aangewezen instantie beschikt over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd. Aan de hand van deze gegevens zijn de beoordeelde pyrotechnische artikelen afdoende te identificeren.

Artikel 1A.5.20

  1. Indien is gebleken dat de aangewezen instantie niet langer voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 1A.5.3 tot en met 1A.5.10, of haar verplichtingen niet nakomt, kan Onze Minister de aanwijzing beperken, schorsen of intrekken, afhankelijk van de ernst van het niet-voldoen aan die eisen of het niet-nakomen van die verplichtingen.

  2. Onze Minister stelt de andere lidstaten van de Europese Unie en de Europese Commissie onverwijld op de hoogte van de maatregelen, genoemd in het eerste lid.

  3. Wanneer de aanwijzing wordt beperkt, geschorst, of ingetrokken, of de aangewezen instantie haar activiteiten heeft gestaakt:

    1. stelt deze instantie, ook nadat de aanwijzing is beperkt, geschorst of ingetrokken, de dossiers op verzoek van Onze Minister, ter beschikking aan Onze Minister en de markttoezichthouder, of

    2. draagt deze instantie de dossiers over aan een andere aangemelde instantie.

← terug naar Vuurwerkbesluit