Bijlage 1 — Voorschriften voor het opslaan van consumenten-vuurwerk, als bedoeld in de artikelen 2.2.1 en 2.2.2
Begripsbepalingen
1. In deze bijlage wordt verstaan onder:
automatische sprinklerinstallatie: vast leidingstelsel voorzien van sprinklers (sproeiers) die worden afgesloten door een hittegevoelig element of een systeem met sprinklers of sprinklerkoppen (deluge) dat wordt aangestuurd met een automatisch detectiesysteem, dat in geval van een brand wordt aangesproken, waardoor de sprinklers water gaan verspreiden;
bergingsverpakking: speciale verpakking, als bedoeld in het ADR, voor het vervoer van beschadigde, defecte of lekkende colli met gevaarlijke stoffen, of gevaarlijke goederen die zijn verspreid of vrijgekomen;
bewaarplaats: besloten ruimte, bestemd voor het bewaren van verpakt consumentenvuurwerk;
brandwerendheid van bouwdelen: tijd uitgedrukt in minuten, gedurende welke een bouwkundig onderdeel van een gebouw, niet zijnde een deur-, luik- of raamconstructie, zijn functie moet kunnen blijven vervullen bij verhitting, bepaald volgens NEN 6069, uitgave 1991;
brandwerendheid van deur-, luik- en raamconstructies: tijd uitgedrukt in minuten, gedurende welke deur-, luik- en raamconstructies weerstand bieden tegen bezwijken en vlamdicht blijven in geval van brand, bepaald volgens NEN 6069, uitgave 1991;
bufferbewaarplaats: besloten ruimte, waarin verpakt consumentenvuurwerk uit de transportverpakking wordt genomen voor het samenstellen van vuurwerkpakketten of bestellingen voor een klant en het aansluitend bewaren van onverpakt consumentenvuurwerk, al dan niet tezamen met verpakt consumentenvuurwerk;
domino-effect: effect dat de risico's van een ongeval binnen de inrichting of de gevolgen daarvan, buiten de inrichting groter kunnen zijn dan op grond van de in een inrichting aanwezige afzonderlijke hoeveelheden vuurwerk en gevaarlijke stoffen kan worden verwacht;
gevaarlijke stof: stof die of preparaat dat bij of krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten is ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen;
NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;
NPR 7910-2: Gevarenzone-indeling met betrekking tot ontploffingsgevaar; deel 2: Stofontploffingsgevaar, gebaseerd op NEN-EN 50281-3, uitgave 2001;
verkoopruimte: ruimte waarin de verkoop en aflevering van consumentenvuurwerk plaatsvinden.
2. Voor zover een NEN-norm of NPR-richtlijn waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de laatste vóór de datum, waarop dit besluit in het Staatsblad is geplaatst, uitgegeven norm met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen dan wel – voor zover het op voornoemde datum reeds bestaande constructies, toestellen en apparaten betreft – de norm die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen en apparaten is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald.
witregel3. Met de in deze bijlage onder A, onderdeel 1, sub d, e en j, bedoelde normen worden gelijkgesteld normen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die ten minste een gelijkwaardig niveau waarborgen.
witregel4. Met de in deze bijlage, onder B, onderdeel 5.2, 5.3, 5.4 en 5.5 bedoelde inspectie-instelling of certificatie-instelling die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie wordt gelijkgesteld een accreditatie afgegeven door een instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die aan ten minste een gelijkwaardig niveau voldoet.
Voorschriften
Algemene voorschriften voor de opslag en voor de verkoop
1.1 De voorschriften van deze bijlage zijn niet van toepassing op fop- en schertsvuurwerk, mits binnen de inrichting niet meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is.
witregel1.2 Bij de vaststelling van de in deze bijlage genoemde hoeveelheden vuurwerk wordt, indien meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is, 10 kg fop- en schertsvuurwerk gelijk gesteld aan 1 kg consumentenvuurwerk.
witregel1.3 Consumentenvuurwerk is, behalve tijdens intern transport, alleen aanwezig in de daarvoor bestemde bewaarplaats, bufferbewaarplaats en verkoopruimte en alleen in de hoeveelheden, op die tijdstippen en op de wijze die genoemd is in de voorschriften ten aanzien van de betreffende ruimte. Aangeboden consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk na levering in de (buffer)bewaarplaats opgeborgen, waarbij het vervoermiddel waarmee het consumentenvuurwerk wordt aangeleverd niet onbewaakt blijft staan, tenzij het vervoermiddel zich bevindt op een voor onbevoegden afgesloten terrein.
witregel1.4 Degene die de inrichting drijft heeft de in zijn inrichting werkzame personen die belast zijn met de verkoop van consumentenvuurwerk, het gereedmaken van vuurwerkpakketten en het de bewaarplaats inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk, een schriftelijke instructie verstrekt, die erop gericht is gedragingen hunnerzijds, die tot gevolg kunnen hebben dat een voorschrift of nadere eis wordt overtreden, uit te sluiten en die erop gericht is dat voornoemde personen zijn geïnstrueerd over het gevaar van consumentenvuurwerk en de wijze van brandbestrijding in geval van calamiteiten.
witregel1.5 Gevallen of beschadigd consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk opgeraapt. Beschadigd consumentenvuurwerk wordt bovendien in een bergingsverpakking bewaard in de bufferbewaarplaats, of, indien geen bufferbewaarplaats aanwezig is, in de bewaarplaats, en als onbetrouwbaar afgevoerd. De bergingsverpakking is voorzien van het identificatienummer, voorafgegaan door de letters «UN» en van alle gevaarsetiketten van het beschadigde collo dat daarin aanwezig is, alsmede van het opschrift «BERGING». Vrijgekomen ontplofbare of pyrotechnische stof wordt bevochtigd met water, zorgvuldig opgeruimd en op dezelfde wijze als gevallen of beschadigd consumentenvuurwerk bewaard en afgevoerd.
witregel1.6 Op de toegangsdeur van alle ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig is, wordt een veiligheidssymbool aangebracht, waarmee het ontploffingsgevaar wordt aangeduid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de in bijlage XIA bij de Arbeidsomstandighedenregeling opgenomen borden.
witregel1.7 Binnen de inrichting mag niet worden gerookt en mag geen open vuur aanwezig zijn. Dit verbod is aangegeven door op een daarvoor geschikte plaats een verbodsbord overeenkomstig bijlage XIA bij de Arbeidsomstandighedenregeling aan te brengen waaruit blijkt dat vuur, open vlam en roken zijn verboden.
witregel1.8 Alle ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn, zijn met het oog op eventuele brandbestrijding goed bereikbaar en toegankelijk. Daartoe zijn deze ruimten op de begane grond gesitueerd. Bewaarplaatsen voor het opslaan van meer dan 10 000 kg verpakt consumentenvuurwerk mogen tevens op de eerste verdieping zijn gesitueerd, mits de onderliggende ruimte eveneens bestemd is voor het opslaan van verpakt consumentenvuurwerk.
witregel1.9 De afstand van ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn tot licht of zeer licht ontvlambare stoffen en drukhouders, met uitzondering van brandblusmiddelen, is ten minste 5 m.
witregel1.10 In de bewaarplaats, bufferbewaarplaats en het gedeelte van de verkoopruimte waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn, voldoet de gebruikte apparatuur en de installaties aan de in NPR 7910-2 genoemde voorschriften voor zone 22. De maximaal toegelaten oppervlaktetemperatuur is 100°C.
witregel1.11 Opdat een brand binnen redelijke tijd kan worden geblust, heeft een inrichting één of meer brandslanghaspels, waarbij aan de volgende voorwaarden is voldaan:
het aantal brandslanghaspels is zodanig dat de loopafstand tussen een brandslanghaspel en elk punt van de vloer van de inrichting niet groter is dan de lengte van de slang, vermeerderd met 5 m. Bij het bepalen van de loopafstand wordt een constructieonderdeel, niet zijnde een bouwconstructie, buiten beschouwing gelaten;
bij het bepalen van de loopafstand wordt de loopafstand gelegen in een verblijfsgebied, als bedoeld in hetBouwbesluit, met 1,5 vermenigvuldigd;
een brandslanghaspel is aangesloten op een voorziening voor leidingwater en ligt niet in een vluchttrappenhuis;
een brandslanghaspel heeft een lengte van niet meer dan 30 m en een statische druk van niet minder dan 100 kPa en een capaciteit van 1,3 m3/h, bij gelijktijdig gebruik van twee brandslanghaspels die zijn aangesloten op dezelfde voorziening voor leidingwater.
1.12 Een brandslanghaspel is steeds voor onmiddellijk gebruik beschikbaar en kan onbelemmerd worden bereikt. Een brandslanghaspel wordt jaarlijks door een deskundige gecontroleerd op zijn deugdelijkheid.
Constructie van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
2.1 De afstand vanaf de bewaarplaats en vanaf de bufferbewaarplaats tot de erfgrens bedraagt minimaal 5 m, indien:
in de bewaarplaats meer dan 10 000 kg verpakt consumentenvuurwerk mag worden opgeslagen;
in de bufferbewaarplaats in totaal meer dan 2 000 kg consumentenvuurwerk mag worden opgeslagen, ongeacht of het consumentenvuurwerk verpakt of onverpakt is.
2.2 De (buffer)bewaarplaats wordt gelijkgesteld met een brandcompartiment als bedoeld in het Bouwbesluit. De brandwerendheid van een (buffer)bewaarplaats is niet lager dan 60 minuten. De brandwerendheid van een (buffer)bewaarplaats naar een andere (buffer)bewaarplaats is niet lager dan 120 minuten. Bovendien zijn de wanden, vloer en afdekking van een (buffer)bewaarplaats vervaardigd van metselwerk, beton of cellenbeton.
witregel2.3 Indien de toegangsdeuren van verschillende (buffer)bewaarplaatsen of van een bewaarplaats en een bufferbewaarplaats zich naast elkaar bevinden steekt de constructieve scheiding ten minste 300 mm uit aan de zijde van de toegangsdeuren van de (buffer)bewaarplaatsen.
witregel2.4 Van de (buffer)bewaarplaats zijn, behalve de toegangsdeur, in de wanden en de afdekking geen openingen of ramen aanwezig.
witregel2.5 De toegangsdeur van de (buffer)bewaarplaats:
draait naar buiten,
is zelfsluitend,
is om drukontlasting mogelijk te maken niet voorzien van dievenklauwen of daarmee vergelijkbare voorzieningen,
is steeds onbelemmerd bereikbaar, en
heeft een oppervlak van maximaal 4 m2.
2.6 De deur van de (buffer)bewaarplaats bevindt zich niet:
in een gang, open bordes of portaal dat deel uitmaakt van een vluchtroute,
in of nabij een liftkoker, en
in enig deel van de inrichting dat voor het publiek toegankelijk is.
2.7 Voor de verwarming van de (buffer)bewaarplaats worden slechts toestellen gebruikt, waarbij water voor de warmteoverdracht wordt toegepast. De maximale oppervlaktetemperatuur van de verwarmingsapparatuur mag niet boven 100°C kunnen komen.
witregel2.8 Als de toegangsdeur van de (buffer)bewaarplaats kan worden bereikt via een terrein dat voor derden toegankelijk is, is op een afstand van ten minste 4 m van de toegangsdeur een deugdelijke (erf)afscheiding aanwezig waardoor onbevoegden geen toegang hebben tot het terrein.
witregel2.9 Binnen de (buffer)bewaarplaats bevindt zich geen gasleiding of brandstofleiding.
Gebruik van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
3.1 In de (buffer)bewaarplaats mogen geen consumentenvuurwerk en andere goederen gelijktijdig aanwezig zijn.
witregel3.2 In de bufferbewaarplaats mogen geen andere werkzaamheden worden verricht dan:
het inbrengen of uitnemen van verpakt of onverpakt consumentenvuurwerk,
het herverpakken van consumentenvuurwerk voor het samenstellen van vuurwerkpakketten, of
het bewerken van consumentenvuurwerk.
3.3 In de bewaarplaats mogen geen andere werkzaamheden worden verricht dan het inbrengen of uitnemen van verpakt consumentenvuurwerk.
witregel3.4 Met uitzondering van de tijd die nodig is voor het inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk moet de deur van de (buffer)bewaarplaats gesloten worden gehouden.
witregel3.5 De (buffer)bewaarplaats is zodanig ingericht dat consumentenvuurwerk of verpakkingsmateriaal niet tegen toestellen en leidingen van de verwarmings- of de verlichtingsinstallatie is geplaatst. De afstand tussen verwarmings- of verlichtingsapparatuur bedraagt ten minste 30 cm.
witregel3.6 De (buffer)bewaarplaats is zodanig ingericht dat visuele inspectie van consumentenvuurwerk mogelijk is en het inbrengen en uitnemen van vuurwerk niet wordt belemmerd. In een betreedbare (buffer)bewaarplaats is daarom ten minste één gangpad met een breedte van ten minste 75 cm aanwezig.
witregel3.7 Bij stapeling van verpakt consumentenvuurwerk wordt de maximale hoogte van een stapel mede bepaald door de sterkte van het verpakkingsmateriaal. De onderste lagen mogen niet worden vervormd noch worden beschadigd door het gewicht van de hoger gelegen lagen.
Verkoopruimte
4.1 Gedurende de openingstijden van de winkel is tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk in de verkoopruimte niet meer dan 250 kg consumentenvuurwerk aanwezig. Buiten deze tijden is geen consumentenvuurwerk in de verkoopruimte aanwezig.
witregel4.2 Het in de verkoopruimte aanwezige consumentenvuurwerk is opgeslagen in een vitrine, stelling of winkelkast. Deze vitrine, stelling of winkelkast is zodanig geplaatst of uitgevoerd dat het vuurwerk zich niet onder handbereik van het publiek bevindt.
Automatische sprinklerinstallatie
5.1 De bewaarplaats, de bufferbewaarplaats en de winkelruimte zijn voorzien van een automatische sprinklerinstallatie. In de directe nabijheid van de bewaarplaats, de bufferbewaarplaats en de winkelruimte is een brandmeldinstallatie aanwezig.
witregel5.2 De automatische sprinklerinstallatie en de brandmeldinstallatie zijn ontworpen en aangelegd overeenkomstig een Programma van Eisen dat is opgesteld door een EN 45004, type A, inspectie-instelling, die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie. Het Programma van Eisen is goedgekeurd door het bevoegd gezag, voordat met de aanleg van de installaties wordt begonnen. Het Programma van Eisen is binnen de inrichting aanwezig.
witregel5.3 De installaties zijn ontworpen, aangelegd, opgeleverd en onderhouden door een erkende installateur. De erkenning is afgegeven door een certificatie-instelling die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie. De installateur mag de installatie niet aanleggen voordat de ontwerpen, de hydraulische berekeningen en de elektrische schema's die betrekking hebben op de installatie zijn goedgekeurd door een EN 45004, type A, inspectie-instelling die geaccrediteerd is door de Stichting Raad voor Accreditatie. Het bewijs van goedkeuring is binnen de inrichting aanwezig.
witregel5.4 Uiterlijk één maand na de aanleg van de installaties, en vervolgens iedere twaalf maanden daarna, worden de installaties geïnspecteerd door een EN 45004, type A, inspectie-instelling die geaccrediteerd is door de Stichting Raad voor Accreditatie. De inspectierapporten zijn binnen de inrichting aanwezig.
witregel5.5 Een installatie is voorzien van een geldige kwaliteitsverklaring (certificaat) die is afgegeven door een certificatie-instelling die geaccrediteerd is door de Stichting Raad voor Accreditatie.
witregel5.6 De wijze waarop verpakt of onverpakt consumentenvuurwerk wordt opgeslagen heeft geen negatieve invloed op de functionele werking van de automatische sprinklerinstallatie. Daartoe is de wijze van opslaan tenminste in overeenstemming met de uitgangspunten die ten aanzien daarvan ten grondslag hebben gelegen aan het ontwerp van de automatische sprinklerinstallatie, zoals deze zijn neergelegd in het Programma van Eisen.
Afstanden tot objecten binnen de inrichting
6.1 Indien vanuit de deuropening van de bewaarplaats de toegangsdeur van de verkoopruimte of van een andere bewaarplaats visueel kan worden waargenomen, dient, gemeten vanaf de deuropening van de bewaarplaats tot de deuropening van de andere ruimte, een afstand van ten minste 20 m in acht te worden genomen. Indien in de inrichting niet meer dan 10 000 kg mag worden opgeslagen, dient, in afwijking van de vorige volzin, ten minste 8 m in acht te worden genomen.
witregel6.2 Indien vanuit de deuropening van de bufferbewaarplaats de toegangsdeur van de verkoopruimte, van een bewaarplaats of van een andere bufferbewaarplaats visueel kan worden waargenomen, dienen, gemeten vanaf de deuropening van de bufferbewaarplaats tot de deuropening van de andere ruimte, de volgende afstanden in acht te worden genomen:
toegestane hoeveelheid consumentenvuurwerk per bufferbewaarplaats | afstand tussen deuropeningen |
vanaf 0 kg tot en met 2 000 kg | 8 meter |
vanaf 2 000 kg tot en met 3 500 kg | 30 meter |
vanaf 3 500 kg tot en met 5 000 kg | 35 meter |
Onder de hoeveelheid consumentenvuurwerk wordt verstaan de totale massa consumentenvuurwerk in de bufferbewaarplaats inclusief eventuele primaire verpakkingen, transportverpakkingen en omhulsel van het consumentenvuurwerk.
witregel6.3 Indien de toegangsdeur, bedoeld in de voorschriften 6.1 en 6.2, niet visueel kan worden waargenomen en niet aan de daar genoemde afstanden wordt voldaan, zijn tussen de deuropening van de bewaarplaats onderscheidenlijk de bufferbewaarplaats en die toegangsdeur voldoende bouwkundige voorzieningen aangebracht om brandoverslag te voorkomen.
witregel6.4 Teneinde domino-effecten tussen ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig kan zijn en andere onderdelen van de inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig kunnen zijn te voorkomen, worden vanaf de (buffer)bewaarplaats ten opzichte van die onderdelen ten minste de in bijlage 3, onderdeel B, onder 1.2 en 1.3 gestelde veiligheidsafstanden in acht genomen.
Opslag van ten hoogste 1 000 kilogram consumentenvuurwerk
In een inrichting waar ten hoogste 1 000 kg consumentenvuurwerk mag worden opgeslagen, mag ten hoogste één bufferbewaarplaats aanwezig zijn en mag in die bufferbewaarplaats in totaal ten hoogste 500 kg consumentenvuurwerk aanwezig zijn, ongeacht of het consumentenvuurwerk verpakt of onverpakt is.
Opslag van meer dan 1 000 kilogram consumentenvuurwerk
1. In een inrichting waar meer dan 1 000 kg consumentenvuurwerk doch niet meer dan 10 000 kg consumentenvuurwerk mag worden opgeslagen:
mogen ten hoogste twee bewaarplaatsen aanwezig zijn;
mag ten hoogste één bufferbewaarplaats aanwezig zijn en mag in die bufferbewaarplaats in totaal ten hoogste 2 000 kg consumentenvuurwerk aanwezig zijn, ongeacht of het consumentenvuurwerk verpakt of onverpakt is.
2. In een inrichting waar meer dan 10 000 kg consumentenvuurwerk mag worden opgeslagen:
mag per bewaarplaats ten hoogste 50 000 kg verpakt consumentenvuurwerk worden opgeslagen;
mogen ten hoogste twee bufferbewaarplaatsen aanwezig zijn en mag in elke bufferbewaarplaats in totaal ten hoogste 5 000 kg consumentenvuurwerk aanwezig zijn, ongeacht of het consumentenvuurwerk verpakt of onverpakt is.