-
Het bevoegd gezag neemt de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij:
het vaststellen van een bestemmings- of inpassingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, 3.26 of 3.28, onderscheidenlijk artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening;
het wijzigen van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 3.6, eerste lid, onder a, van die wet.
-
Gedeputeerde staten nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning.
-
Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1.4.
-
In afwijking van het eerste en tweede lid kan het bevoegd gezag een kleinere afstand dan genoemd in bijlage 3, onder 1.3, vaststellen, indien het desbetreffende besluit betrekking heeft op:
een inrichting waar theatervuurwerk al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk wordt opgeslagen of bewerkt,
een inrichting waar meer dan 10 000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt, of
de bestemming van grond, voor zover die grond ligt binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld onder a of b, indien aan de omgevingsvergunning voor de desbetreffende inrichting zodanige voorschriften zijn verbonden dat:
- 1°
de warmtestraling ten gevolge van brand in die inrichting waarbij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betrokken zijn voor personen die zich ophouden buiten een gebouw dat onderdeel is van een beperkt kwetsbaar object, kwetsbaar object of geprojecteerd beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object beperkt blijft tot ten hoogste 10 kW/m2, en
- 2°
de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de deuropening van een bewaarplaats of een bufferbewaarplaats en een gebouw, indien dat gebouw een beperkt kwetsbaar object, kwetsbaar object of geprojecteerd beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object is, niet lager is dan 60 minuten.
- 1°
Inhoud
Artikel 4.2 Vuurwerkbesluit – Wettekst
Officiële wettekst historische versie
Historische versies
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
-
Het bevoegd gezag neemt de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij:
het vaststellen van een bestemmings- of inpassingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, 3.26 of 3.28, onderscheidenlijk artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening;
- het wijzigen van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 3.6, eerste lid, onder a, van die wet;wet.
-
Gedeputeerde staten nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning.
- OnzeHet Ministertweede neemtlid bijis de verlening of wijzigingniet van een omgevingsvergunning voor een inrichting die is gelegen binnen het door hem op grond van categorie 29.1, onder l, van bijlage I, onder C, bij het Besluit omgevingsrecht, aangewezen gebied, de in bijlage 3 gestelde afstanden in achttoepassing ten aanzien van kwetsbareinrichtingen objectenals enbedoeld geprojecteerdein kwetsbareartikel objecten die zijn gelegen buiten het door hem aangewezen gebied.1.1.4.
-
In afwijking van het eerste en tweede lid kan het bevoegd gezag een kleinere afstand dan genoemd in bijlage 3, onder 1.3, vaststellen, indien het desbetreffende besluit betrekking heeft op:
een inrichting waar theatervuurwerk al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk wordt opgeslagen of bewerkt,
een inrichting waar meer dan 10 000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt, of
de bestemming van grond, voor zover die grond ligt binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld onder a of b, indien aan de omgevingsvergunning voor de desbetreffende inrichting zodanige voorschriften zijn verbonden dat:
- 1°de warmtestraling ten gevolge van brand in die inrichting waarbij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betrokken zijn voor personen die zich ophouden buiten een gebouw dat onderdeel is van een beperkt kwetsbaar object, kwetsbaar object of eengeprojecteerd geprojecteerdbeperkt kwetsbaar of kwetsbaar object beperkt blijft tot ten hoogste 10 kW/m2, en
- 2°de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de deuropening van een bewaarplaats of een bufferbewaarplaats en een gebouw, indien dat gebouw een beperkt kwetsbaar object, kwetsbaar object of eengeprojecteerd geprojecteerdbeperkt kwetsbaar of kwetsbaar object is, niet lager is dan 60 minuten.
Nog geen automatische verwijzingen.