Vuurwerkbesluit

Inhoud

Artikel 4.2 Vuurwerkbesluit – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 05-05-2004.

Officiële wettekst historische versie

  1. De gemeenteraad neemt de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij:

    1. de vaststelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

    2. het verlenen van vrijstelling van een geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van die wet;

    3. de wijziging van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 11, eerste lid, van die wet.

  2. Burgemeester en wethouders nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij:

    1. het verlenen van vrijstelling van een geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

    2. het verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid, van die wet;

    3. de wijziging van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 11, eerste lid, van die wet;

    4. de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer.

  3. Gedeputeerde staten nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer.

  4. Onze Minister neemt bij de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor een inrichting die is gelegen binnen het door hem op grond van categorie 10, bedoeld in bijlage II, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, aangewezen gebied, de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht ten aanzien van kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten die zijn gelegen buiten het door hem aangewezen gebied.

  5. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1.4.

  6. In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan het bevoegd gezag een kleinere afstand dan genoemd in bijlage 3, onder 1.3, vaststellen, indien het desbetreffende besluit betrekking heeft op:

    1. een inrichting waar theatervuurwerk al dan niet tezamen met professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 3.1.4 wordt opgeslagen of bewerkt,

    2. een inrichting waar meer dan 10 000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt, of

    3. de bestemming van grond, voor zover die grond ligt binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld onder a of b, indien aan de vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor de desbetreffende inrichting zodanige voorschriften zijn verbonden dat:

      1. 1°

        de warmtestraling ten gevolge van brand in die inrichting waarbij vuurwerk betrokken is voor personen die zich ophouden buiten een gebouw dat onderdeel is van een kwetsbaar object of een geprojecteerd kwetsbaar object beperkt blijft tot ten hoogste 10 kW/m2, en

      2. 2°

        de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de deuropening van een bewaarplaats of een bufferbewaarplaats en een gebouw, indien dat gebouw een kwetsbaar object of een geprojecteerd kwetsbaar object is, niet lager is dan 60 minuten.

Historische versies

01-10-2024 Huidig 01-01-2024 Historisch 19-04-2023 Historisch 02-01-2022 Historisch 18-12-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 02-01-2021 Historisch 15-12-2020 Historisch 29-11-2019 Historisch 17-10-2016 Historisch 22-09-2015 Historisch 13-12-2014 Historisch 16-07-2014 Historisch 04-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-07-2012 Historisch 24-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-10-2010 Historisch 04-07-2010 Historisch 30-12-2009 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-06-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-01-2007 Historisch 22-09-2006 Historisch 25-02-2005 Historisch 03-09-2004 Historisch 09-06-2004 Historisch 05-05-2004 Historisch 01-03-2004 Historisch 25-02-2004 Historisch 01-07-2002 Historisch 08-05-2002 Historisch 01-03-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 25-02-2004.

Tekst van deze versie

  1. De gemeenteraad neemt de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij:

    1. de vaststelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

    2. het verlenen van vrijstelling van een geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van die wet;

    3. de wijziging van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 11, eerste lid, van die wet.

  2. Burgemeester en wethouders nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij:

    1. het verlenen van vrijstelling van een geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

    2. het verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid, van die wet;

    3. de wijziging van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 11, eerste lid, van die wet;

    4. de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer.

  3. Gedeputeerde staten nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer.

  4. Onze Minister neemt bij de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor een inrichting die is gelegen binnen het door hem op grond van categorie 10, bedoeld in bijlage II, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, aangewezen gebied, de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht ten aanzien van kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten die zijn gelegen buiten het door hem aangewezen gebied.

  5. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1.4.

  6. In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan het bevoegd gezag een kleinere afstand dan genoemd in bijlage 3, onder 1.3, vaststellen, indien het desbetreffende besluit betrekking heeft op:

    1. een inrichting waar theatervuurwerk al dan niet tezamen met professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 3.1.4 wordt opgeslagen of bewerkt,

    2. een inrichting waar meer dan 10 000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt, of

    3. de bestemming van grond, voor zover die grond ligt binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld onder a of b, indien aan de vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor de desbetreffende inrichting zodanige voorschriften zijn verbonden dat:

      1. 1°

        de warmtestraling ten gevolge van brand in die inrichting waarbij vuurwerk betrokken is voor personen die zich ophouden buiten een gebouw dat onderdeel is van een kwetsbaar object of een geprojecteerd kwetsbaar object beperkt blijft tot ten hoogste 10 kW/m2, en

      2. 2°

        de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de deuropening van een bewaarplaats of een bufferbewaarplaats en een gebouw, indien dat gebouw een kwetsbaar object of een geprojecteerd kwetsbaar object is, niet lager is dan 60 minuten.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vuurwerkbesluit