Vuurwerkbesluit

Inhoud

Artikel 3B.1 Vuurwerkbesluit – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2012.

Officiële wettekst historische versie

  1. Met uitzondering van de situatie, bedoeld in artikel 2.3.6, is het verboden zonder een daartoe verleende vergunning consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding te brengen, ten behoeve daarvan op te bouwen, te installeren, te bewerken, dan wel na ontbranding te verwijderen.

  2. Onze Minister beslist op een aanvraag om een toepassingsvergunning.

  3. Aan de toepassingsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat:

    1. voorafgaand aan het tot ontbranding brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik door de aanvrager toestemming is verkregen van gedeputeerde staten van de provincie waarin de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht en de aan de toestemming verbonden voorschriften worden nageleefd;

    2. het tot ontbranding te brengen vuurwerk en de tot ontbranding te brengen pyrotechnische artikelen voor theatergebruik afkomstig zijn uit een inrichting als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, 3.2.1, eerste lid, of 3A.2.1, eerste lid, of een inrichting ten aanzien waarvan de in artikel 4.11, eerste lid, van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer opgenomen verplichting geldt, dan wel rechtstreeks afkomstig zijn uit het buitenland.

  4. Aan de toepassingsvergunning worden voorts voorschriften verbonden in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu. Zij kan onder beperkingen worden verleend.

  5. Degene aan wie een toepassingsvergunning is verleend, is gehouden de in het derde en vierde lid bedoelde voorschriften na te leven.

  6. De toepassingsvergunning vervalt op het moment dat de geldigheidsduur van het certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 3B.2, tweede lid, onder c, afloopt. Is de toepassingsvergunning verleend aan een onderneming dan vervalt de toepassingsvergunning eveneens op het moment dat er geen persoon aan wie een certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, is afgegeven, meer werkzaam is voor de onderneming.

Historische versies

01-10-2024 Huidig 01-01-2024 Historisch 19-04-2023 Historisch 02-01-2022 Historisch 18-12-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 02-01-2021 Historisch 15-12-2020 Historisch 29-11-2019 Historisch 17-10-2016 Historisch 22-09-2015 Historisch 13-12-2014 Historisch 16-07-2014 Historisch 04-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-07-2012 Historisch 24-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-10-2010 Historisch 04-07-2010 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 04-07-2010

Tekst van deze versie

  1. Met uitzondering van de situatie, bedoeld in artikel 2.3.6, is het verboden zonder een daartoe verleende vergunning consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding te brengen, ten behoeve daarvan op te bouwen, te installeren, te bewerken, dan wel na ontbranding te verwijderen.

  2. GedeputeerdeOnze statenMinister van de provincie waarin de aanvrager is gevestigd zijn bevoegd om te beslissenbeslist op een aanvraag om een vergunning. Is de aanvrager in het buitenland gevestigd, dan is Onze Minister bevoegd.toepassingsvergunning.
  3. Aan de vergunningtoepassingsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat:

    1. voorafgaand aan het tot ontbranding brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik door de aanvrager toestemming is verkregen van gedeputeerde staten van de provincie waarin de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht en de aan de toestemming verbonden voorschriften worden nageleefd;

    2. het tot ontbranding te brengen vuurwerk en de tot ontbranding te brengen pyrotechnische artikelen voor theatergebruik afkomstig zijn uit een inrichting als bedoeld in artikel 2.2.1, 2.2.2,eerste 3.2.1lid, 3.2.1, eerste lid, of 3A.2.13A.2.1, eerste lid, of een inrichting ten aanzien waarvan de in artikel 4.11, eerste lid, van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer opgenomen verplichting geldt, dan wel rechtstreeks afkomstig zijn uit het buitenland.
  4. Aan de vergunningtoepassingsvergunning worden voorts voorschriften verbonden in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu. Zij kan onder beperkingen worden verleend.
  5. Degene aan wie een vergunningtoepassingsvergunning is verleend, is gehouden de in het derde en vierde lid bedoelde voorschriften na te leven.
  6. De vergunningtoepassingsvergunning vervalt op het moment dat de geldigheidsduur van het certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 3B.2, eerstetweede lid, onder c, afloopt. Is de vergunningtoepassingsvergunning verleend aan een onderneming dan vervalt de vergunningtoepassingsvergunning eveneens op het moment dat er geen persoon aan wie een certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, is afgegeven, meer werkzaam is voor de onderneming.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vuurwerkbesluit