Vuurwerkbesluit

Inhoud

Artikel 3B.1 Vuurwerkbesluit – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 24-04-2012.

Officiële wettekst historische versie

  1. Met uitzondering van de situatie, bedoeld in artikel 2.3.6, is het verboden zonder een daartoe verleende vergunning consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding te brengen, ten behoeve daarvan op te bouwen, te installeren, te bewerken, dan wel na ontbranding te verwijderen.

  2. Gedeputeerde staten van de provincie waarin de aanvrager is gevestigd zijn bevoegd om te beslissen op een aanvraag om een vergunning. Is de aanvrager in het buitenland gevestigd, dan is Onze Minister bevoegd.

  3. Aan de vergunning wordt het voorschrift verbonden dat:

    1. voorafgaand aan het tot ontbranding brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik door de aanvrager toestemming is verkregen van gedeputeerde staten van de provincie waarin de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht en de aan de toestemming verbonden voorschriften worden nageleefd;

    2. de tot ontbranding te brengen artikelen afkomstig zijn uit een inrichting als bedoeld in artikel 2.2.1, 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1 dan wel rechtstreeks afkomstig zijn uit het buitenland.

  4. Aan de vergunning worden voorts voorschriften verbonden in het belang van de bescherming van mens en milieu. Zij kan onder beperkingen worden verleend.

  5. Degene aan wie een vergunning is verleend, is gehouden de in het derde en vierde lid bedoelde voorschriften na te leven.

  6. De vergunning vervalt op het moment dat de geldigheidsduur van het certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 3B.2, eerste lid, onder c, afloopt. Is de vergunning verleend aan een onderneming dan vervalt de vergunning eveneens op het moment dat er geen persoon aan wie een certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, is afgegeven, meer werkzaam is voor de onderneming.

  7. Gedeputeerde staten stellen de korpschef van de politieregio waar de aanvrager is gevestigd, in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een vergunning.

  8. Een afschrift van de vergunning wordt door gedeputeerde staten gezonden aan Onze Minister.

Historische versies

01-10-2024 Huidig 01-01-2024 Historisch 19-04-2023 Historisch 02-01-2022 Historisch 18-12-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 02-01-2021 Historisch 15-12-2020 Historisch 29-11-2019 Historisch 17-10-2016 Historisch 22-09-2015 Historisch 13-12-2014 Historisch 16-07-2014 Historisch 04-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-07-2012 Historisch 24-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-10-2010 Historisch 04-07-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 04-07-2010.

Tekst van deze versie

  1. Met uitzondering van de situatie, bedoeld in artikel 2.3.6, is het verboden zonder een daartoe verleende vergunning consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding te brengen, ten behoeve daarvan op te bouwen, te installeren, te bewerken, dan wel na ontbranding te verwijderen.

  2. Gedeputeerde staten van de provincie waarin de aanvrager is gevestigd zijn bevoegd om te beslissen op een aanvraag om een vergunning. Is de aanvrager in het buitenland gevestigd, dan is Onze Minister bevoegd.

  3. Aan de vergunning wordt het voorschrift verbonden dat:

    1. voorafgaand aan het tot ontbranding brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik door de aanvrager toestemming is verkregen van gedeputeerde staten van de provincie waarin de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht en de aan de toestemming verbonden voorschriften worden nageleefd;

    2. de tot ontbranding te brengen artikelen afkomstig zijn uit een inrichting als bedoeld in artikel 2.2.1, 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1 dan wel rechtstreeks afkomstig zijn uit het buitenland.

  4. Aan de vergunning worden voorts voorschriften verbonden in het belang van de bescherming van mens en milieu. Zij kan onder beperkingen worden verleend.

  5. Degene aan wie een vergunning is verleend, is gehouden de in het derde en vierde lid bedoelde voorschriften na te leven.

  6. De vergunning vervalt op het moment dat de geldigheidsduur van het certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 3B.2, eerste lid, onder c, afloopt. Is de vergunning verleend aan een onderneming dan vervalt de vergunning eveneens op het moment dat er geen persoon aan wie een certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, is afgegeven, meer werkzaam is voor de onderneming.

  7. Gedeputeerde staten stellen de korpschef van de politieregio waar de aanvrager is gevestigd, in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een vergunning.

  8. Een afschrift van de vergunning wordt door gedeputeerde staten gezonden aan Onze Minister.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vuurwerkbesluit