Vuurwerkbesluit

Inhoud

Artikel 1.1.1 Vuurwerkbesluit – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2024.

Officiële wettekst historische versie

  1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij: aanbieder van een dienst zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241);

    2. ADR: op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171);

    3. bedrijfsmatig: in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;

    4. Categorie F1, F2, F3 en F4: categorie F1, F2, F3 onderscheidenlijk F4 als bedoeld in artikel 1A.1.3;

    5. categorie T1 en T2: categorie T1 onderscheidenlijk T2 als bedoeld in artikel 1A.1.3;

    6. CE-markering: CE-markering als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;

    7. consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F1 of F2 en dat bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;

    8. distributeur: natuurlijk of rechtspersoon in de toeleveringsketen, niet zijnde de fabrikant of de importeur, die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op de markt aanbiedt;

    9. EU-richtlijn pyrotechnische artikelen: richtlijn nr. 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking) (PbEU L 178);

    10. fabrikant: natuurlijke of rechtspersoon die vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en dat vuurwerk of pyrotechnische artikel voor theatergebruik onder zijn naam of merknaam verhandelt;

    11. fop- en schertsvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F1 alsmede ander, als zodanig bij ministeriële regeling aangewezen vuurwerk;

    12. fulfilmentdienstverlener: fulfilmentdienstverlener als, bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van de EU-verordening markttoezicht;

    13. gemachtigde: gemachtigde als, bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van de EU-verordening markttoezicht;.

    14. grondgebied van de Europese Unie: gebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;

    15. importeur: in de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik uit een derde land in de Europese Unie in de handel brengt;

    16. in de handel brengen: het voor het eerst in de Europese Unie op de markt aanbieden van vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik;

    17. inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;

    18. lidstaat van de Europese Unie: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

    19. luchthaven: luchthaven als bedoeld in de Wet luchtvaart;

    20. Marktdeelnemers: fabrikant, importeur en distributeur;

    21. NEM: netto explosieve massa, zijnde de totale hoeveelheid pyrotechnische stof of preparaat, met eventuele toevoegingen, in vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    22. omgevingsvergunning: omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Omgevingswet;

    23. ontbrandingstoestemming: toestemming als bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, onder a;

    24. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

    25. Op de markt aanbieden: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;

    26. persoon met gespecialiseerde kennis: persoon, aangewezen bij artikel 1.1.2a;

    27. professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of F3 alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F2 en dat niet bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;

    28. pyrotechnisch artikel: artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat en dat tot doel heeft warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;

    29. pyrotechnische artikelen die zijn ingedeeld in categorie P1: andere pyrotechnische artikelen dan vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, die weinig gevaar opleveren;

    30. pyrotechnische artikelen die zijn ingedeeld in categorie P2: andere pyrotechnische artikelen dan vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die uitsluitend bestemd zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gehanteerd of gebruikt;

    31. pyrotechnisch artikel voor theatergebruik: pyrotechnisch artikel voor podiumgebruik;

    32. Richtlijn 2007/23/EG: Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen (PbEU L 154);

    33. toepassingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;

    34. vuurwerk: pyrotechnische artikelen ter vermaak;

    35. werkdag: dag, niet zijnde een zondag of algemeen erkende feestdag in de zin van de Algemene termijnenwet.

  2. Voor de toepassing van de artikelen 1.2.2, eerste tot en met derde lid, 2.3.2, 2.3.3 en 2.3.4 wordt onder het begrip particulier mede verstaan een exploitant van een bedrijf zonder rechtspersoonlijkheid of een rechtspersoon die:

    1. geen milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.30 of 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving verricht;

    2. geen houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;

    3. in het buitenland is gevestigd en wiens bedrijfsmatige activiteit niet bestaat uit het verhandelen van of het tot ontbranding brengen van vuurwerk.

  3. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. verpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentverpakking en inclusief de transportverpakking als bedoeld in de ADR;

    2. onverpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentverpakking doch exclusief de transportverpakking als bedoeld in de ADR.

  4. Voor de toepassing van dit besluit wordt, voor zover dat voor de toepassing van de EU-verordening markttoezicht noodzakelijk is, verstaan onder marktdeelnemer hetgeen daaronder in artikel 3, onderdeel 13, van die verordening wordt verstaan.

Historische versies

01-10-2024 Huidig 01-01-2024 Historisch 19-04-2023 Historisch 02-01-2022 Historisch 18-12-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 02-01-2021 Historisch 15-12-2020 Historisch 29-11-2019 Historisch 17-10-2016 Historisch 22-09-2015 Historisch 13-12-2014 Historisch 16-07-2014 Historisch 04-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-07-2012 Historisch 24-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-10-2010 Historisch 04-07-2010 Historisch 30-12-2009 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-06-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-01-2007 Historisch 22-09-2006 Historisch 25-02-2005 Historisch 03-09-2004 Historisch 09-06-2004 Historisch 05-05-2004 Historisch 01-03-2004 Historisch 25-02-2004 Historisch 01-07-2002 Historisch 08-05-2002 Historisch 01-03-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 19-04-2023

Tekst van deze versie

  1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij: aanbieder van een dienst zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241);

    2. ADR: de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171);
    3. bedrijfsmatig: in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;

    4. Categorie F1, F2, F3 en F4: categorie F1, F2, F3 onderscheidenlijk F4 als bedoeld in artikel 1A.1.3;

    5. categorie T1 en T2: categorie T1 onderscheidenlijk T2 als bedoeld in artikel 1A.1.3;

    6. CE-markering: CE-markering als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;

    7. consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F1, F2F1 of F3F2 en dat bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;
    8. distributeur: natuurlijk of rechtspersoon in de toeleveringsketen, niet zijnde de fabrikant of de importeur, die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op de markt aanbiedt;

    9. EU-richtlijn pyrotechnische artikelen: richtlijn nr. 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking) (PbEU L 178);

    10. fabrikant: natuurlijke of rechtspersoon die vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en dat vuurwerk of pyrotechnische artikel voor theatergebruik onder zijn naam of merknaam verhandelt;

    11. fop- en schertsvuurwerk: consumentenvuurwerkvuurwerk dat is ingedeeld in categorie F1 alsmede ander, als zodanig bij ministeriële regeling aangewezen consumentenvuurwerk;vuurwerk;
    12. fulfilmentdienstverlener: fulfilmentdienstverlener als, bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van de EU-verordening markttoezicht;

    13. gemachtigde: gemachtigde als, bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van de EU-verordening markttoezicht;.

    14. grondgebied van de Europese Unie: gebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;

    15. importeur: in de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik uit een derde land in de Europese Unie in de handel brengt;

    16. in de handel brengen: het voor het eerst in de Europese Unie op de markt aanbieden van vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik;

    17. inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;

    18. lidstaat van de Europese Unie: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

    19. luchthaven: luchthaven als bedoeld in de Wet luchtvaart;

    20. Marktdeelnemers: fabrikant, importeur en distributeur;

    21. NEM: netto explosieve massa, zijnde de totale hoeveelheid pyrotechnische stof of preparaat, met eventuele toevoegingen, in vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    22. omgevingsvergunning: omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Omgevingswet;
    23. ontbrandingstoestemming: toestemming als bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, onder a;

    24. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

    25. Op de markt aanbieden: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;

    26. persoon met gespecialiseerde kennis: persoon, aangewezen bij artikel 1.1.2a;

    27. primaireprofessioneel verpakking:vuurwerk: verpakkingvuurwerk waarindat zichis meer dan één exemplaar bevindt van eenzelfde type vuurwerk, bedoeld omingedeeld in zijncategorie geheelF4 aanof deF3 particulieralsmede vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F2 en dat niet bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking temag worden gesteld;gesteld voor particulier gebruik;
    28. professioneelpyrotechnisch vuurwerk:artikel: vuurwerkartikel dat isexplosieve ingedeeld in categorie F4 alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F2stoffen of F3een explosief mengsel van stoffen bevat en dat niettot bijdoel heeft warmte, licht, geluid, gas of krachtensrook ditdan besluitwel iseen aangewezencombinatie alsvan vuurwerkdergelijke datverschijnselen terte beschikkingproduceren magdoor wordenmiddel gesteldvan voorzichzelf particulieronderhoudende gebruik;exotherme chemische reacties;
    29. pyrotechnischpyrotechnische artikel: artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevatartikelen die totzijn doelingedeeld hebbenin warmte,categorie licht,P1: geluid,andere gaspyrotechnische of rookartikelen dan welvuurwerk eenen combinatiepyrotechnische vanartikelen dergelijkevoor verschijnselentheatergebruik, tedie producerenweinig doorgevaar middel van zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;opleveren;
    30. pyrotechnische artikelen die zijn ingedeeld in categorie P2: andere pyrotechnische artikelen dan vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: pyrotechnische artikelentheatergebruik die uitsluitend bestemd zijn voorom binnenshuisdoor personen met gespecialiseerde kennis te worden gehanteerd of buitenshuis plaatsvindend podiumgebruik, met inbegrip van film- en TV-producties of soortgelijke vormen van gebruik;gebruikt;
    31. pyrotechnisch artikel voor theatergebruik: pyrotechnisch artikel voor podiumgebruik;
    32. Richtlijn 2007/23/EG: Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen (PbEU L 154);

    33. toepassingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;

    34. vuurwerk: pyrotechnische artikelen ter vermaak;

    35. werkdag: dag, niet zijnde een zondag of algemeen erkende feestdag in de zin van de Algemene termijnenwet;termijnenwet.
  2. woning:Voor gebouwde oftoepassing gedeeltevan de artikelen 1.2.2, eerste tot en met derde lid, 2.3.2, 2.3.3 en 2.3.4 wordt onder het begrip particulier mede verstaan een exploitant van een gebouwbedrijf datzonder voorrechtspersoonlijkheid bewoningof iseen bestemd;rechtspersoon die:

    1. woonschip:geen schipmilieubelastende datactiviteit voorals bewoningbedoeld isin bestemd;artikel 3.30 of 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving verricht;
    2. geen houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;

    3. in het buitenland is gevestigd en wiens bedrijfsmatige activiteit niet bestaat uit het verhandelen van of het tot ontbranding brengen van vuurwerk.

  3. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. verpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentverpakking en inclusief de transportverpakking als bedoeld in hetde ADR;
    2. onverpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentverpakking doch exclusief de transportverpakking als bedoeld in hetde ADR;ADR.
  4. Voor de toepassing van dit besluit wordt, voor zover dat voor de toepassing van de EU-verordening markttoezicht noodzakelijk is, verstaan onder marktdeelnemer hetgeen daaronder in artikel 3, onderdeel 13, van die verordening wordt verstaan.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vuurwerkbesluit