Vuurwerkbesluit

Inhoud

Artikel 1.1.1 Vuurwerkbesluit – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-03-2002.

Officiële wettekst historische versie

  1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

    ADR: de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171);

    bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;

    bedrijfsmatig: in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;

    bestemmingsgrens: grens van het perceel waarop de bouw, vestiging of plaatsing van een kwetsbaar object op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan geëffectueerd of toelaatbaar is;

    bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer te verlenen, voor een inrichting waar consumentenvuurwerk of professioneel vuurwerk wordt opgeslagen of bewerkt;

    bouwstrook: gedeelte van het perceel dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan voor de bouw van een kwetsbaar object is bestemd;

    consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik;

    fop- en schertsvuurwerk: door Onze Minister aangewezen consumentenvuurwerk;

    geprojecteerd kwetsbaar object: nog niet aanwezig kwetsbaar object dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is;

    inspecteur: de ter plaatse bevoegde inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid, die door Onze Minister is aangewezen;

    kwetsbare objecten:

    1. woningen: gebouwen of afzonderlijke gedeelten van een gebouw die voor bewoning bestemd zijn, met uitzondering van dienst- en bedrijfswoningen die binnen inrichtingen als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2 of 3.2.1 zijn gelegen;

    2. woonketen of woonwagens als bedoeld in de Woningwet;

    3. woonschepen die uitsluitend of in hoofdzaak voor bewoning bestemd zijn;

    4. gebouwen waar dagopvang van minderjarigen plaatsvindt;

    5. gebouwen die gebruikt worden door een onderwijsinstelling;

    6. ziekenhuizen, verpleeginrichtingen en zorginstellingen;

    7. gebouwen of terreinen die in verband met het verrichten van arbeid worden of plegen te worden gebruikt of die daartoe bestemd zijn;

    8. winkels, hotels, restaurants en cafés;

    9. gebouwen ten behoeve van het belijden van godsdienst of levensovertuiging;

    10. sport-, kampeer- en recreatieterreinen;

    11. andere objecten en terreinen die met die onder a tot en met j gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de aard van hun functie of de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven;

    12. rijkswegen en spoorwegen;

    primaire verpakking: verpakking waarin zich meer dan één exemplaar bevindt van eenzelfde type vuurwerk, bedoeld om in zijn geheel aan de consument ter beschikking te worden gesteld;

    onverpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief de primaire verpakking voor zover het vuurwerk zich daarin bevindt, doch exclusief de vervoersverpakking als bedoeld in het ADR;

    verpakt vuurwerk: vuurwerk, inclusief de vervoersverpakking als bedoeld in het ADR;

    professioneel vuurwerk: vuurwerk, niet zijnde consumentenvuurwerk;

    pyrotechnische stof of pyrotechnisch preparaat: stof of preparaat bestemd om als gevolg van niet-detonatieve, zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties een effect te veroorzaken in de vorm van warmte, licht, geluid, gas of rook of een combinatie daarvan;

    sas: ontstekingsmiddel, bestaande uit een pyrotechnische stof, een pyrotechnisch preparaat of een andere stof of preparaat met een gelijksoortige werking als een pyrotechnische stof of pyrotechnisch preparaat, met inbegrip van eventuele toevoegingen;

    veiligheidsafstand: afstand die met het oog op de kwaliteit van het milieu voor zover het betreft externe veiligheid tenminste moet zijn gelegen tussen een inrichting als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2 en 3.2.1, of een onderdeel van een zodanige inrichting, dan wel een zodanige inrichting waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van een bouwvergunning toelaat enerzijds en kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten anderzijds;

    vuurwerk: een product of voorwerp waarin of waarop een sas aanwezig is en dat bestemd is om voor vermakelijkheidsdoeleinden tot ontbranding gebracht te worden.

  2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. bewerken van professioneel vuurwerk: bewerken, verwerken, verpakken, herverpakken, voormonteren, monteren en assembleren;

    2. bewerken van consumentenvuurwerk: handelingen gericht op het positief beïnvloeden van de stabiliteit, waardoor de kans op omvallen of afbreken tijdens het afsteken wordt verkleind, waarbij geen pyrotechnische stof wordt verwijderd of toegevoegd.

  3. Onder professioneel vuurwerk wordt mede verstaan: een door Onze Minister aangewezen stof of een preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp dan wel een stof of een preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp dat behoort tot een door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorie, voor zover die stof of dat preparaat, dat voorwerp of dat onderdeel van een voorwerp kennelijk is bestemd of wordt gebruikt om voor vermakelijkheidsdoeleinden effecten te bewerkstelligen.

Historische versies

01-10-2024 Huidig 01-01-2024 Historisch 19-04-2023 Historisch 02-01-2022 Historisch 18-12-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 02-01-2021 Historisch 15-12-2020 Historisch 29-11-2019 Historisch 17-10-2016 Historisch 22-09-2015 Historisch 13-12-2014 Historisch 16-07-2014 Historisch 04-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-07-2012 Historisch 24-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-10-2010 Historisch 04-07-2010 Historisch 30-12-2009 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-06-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-01-2007 Historisch 22-09-2006 Historisch 25-02-2005 Historisch 03-09-2004 Historisch 09-06-2004 Historisch 05-05-2004 Historisch 01-03-2004 Historisch 25-02-2004 Historisch 01-07-2002 Historisch 08-05-2002 Historisch 01-03-2002 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 25-02-2004.

Tekst van deze versie

  1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

    ADR: de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171);

    bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;

    bedrijfsmatig: in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;

    bestemmingsgrens: grens van het perceel waarop de bouw, vestiging of plaatsing van een kwetsbaar object op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan geëffectueerd of toelaatbaar is;

    bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer te verlenen, voor een inrichting waar consumentenvuurwerk of professioneel vuurwerk wordt opgeslagen of bewerkt;

    bouwstrook: gedeelte van het perceel dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan voor de bouw van een kwetsbaar object is bestemd;

    consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik;

    fop- en schertsvuurwerk: door Onze Minister aangewezen consumentenvuurwerk;

    geprojecteerd kwetsbaar object: nog niet aanwezig kwetsbaar object dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is;

    inspecteur: de ter plaatse bevoegde inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid, die door Onze Minister is aangewezen;

    kwetsbare objecten:

    1. woningen: gebouwen of afzonderlijke gedeelten van een gebouw die voor bewoning bestemd zijn, met uitzondering van dienst- en bedrijfswoningen die binnen inrichtingen als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2 of 3.2.1 zijn gelegen;

    2. woonketen of woonwagens als bedoeld in de Woningwet;

    3. woonschepen die uitsluitend of in hoofdzaak voor bewoning bestemd zijn;

    4. gebouwen waar dagopvang van minderjarigen plaatsvindt;

    5. gebouwen die gebruikt worden door een onderwijsinstelling;

    6. ziekenhuizen, verpleeginrichtingen en zorginstellingen;

    7. gebouwen of terreinen die in verband met het verrichten van arbeid worden of plegen te worden gebruikt of die daartoe bestemd zijn;

    8. winkels, hotels, restaurants en cafés;

    9. gebouwen ten behoeve van het belijden van godsdienst of levensovertuiging;

    10. sport-, kampeer- en recreatieterreinen;

    11. andere objecten en terreinen die met die onder a tot en met j gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de aard van hun functie of de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven;

    12. rijkswegen en spoorwegen;

    primaire verpakking: verpakking waarin zich meer dan één exemplaar bevindt van eenzelfde type vuurwerk, bedoeld om in zijn geheel aan de consument ter beschikking te worden gesteld;

    onverpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief de primaire verpakking voor zover het vuurwerk zich daarin bevindt, doch exclusief de vervoersverpakking als bedoeld in het ADR;

    verpakt vuurwerk: vuurwerk, inclusief de vervoersverpakking als bedoeld in het ADR;

    professioneel vuurwerk: vuurwerk, niet zijnde consumentenvuurwerk;

    pyrotechnische stof of pyrotechnisch preparaat: stof of preparaat bestemd om als gevolg van niet-detonatieve, zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties een effect te veroorzaken in de vorm van warmte, licht, geluid, gas of rook of een combinatie daarvan;

    sas: ontstekingsmiddel, bestaande uit een pyrotechnische stof, een pyrotechnisch preparaat of een andere stof of preparaat met een gelijksoortige werking als een pyrotechnische stof of pyrotechnisch preparaat, met inbegrip van eventuele toevoegingen;

    veiligheidsafstand: afstand die met het oog op de kwaliteit van het milieu voor zover het betreft externe veiligheid tenminste moet zijn gelegen tussen een inrichting als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2 en 3.2.1, of een onderdeel van een zodanige inrichting, dan wel een zodanige inrichting waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van een bouwvergunning toelaat enerzijds en kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten anderzijds;

    vuurwerk: een product of voorwerp waarin of waarop een sas aanwezig is en dat bestemd is om voor vermakelijkheidsdoeleinden tot ontbranding gebracht te worden.

  2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. bewerken van professioneel vuurwerk: bewerken, verwerken, verpakken, herverpakken, voormonteren, monteren en assembleren;

    2. bewerken van consumentenvuurwerk: handelingen gericht op het positief beïnvloeden van de stabiliteit, waardoor de kans op omvallen of afbreken tijdens het afsteken wordt verkleind, waarbij geen pyrotechnische stof wordt verwijderd of toegevoegd.

  3. Onder professioneel vuurwerk wordt mede verstaan: een door Onze Minister aangewezen stof of een preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp dan wel een stof of een preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp dat behoort tot een door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorie, voor zover die stof of dat preparaat, dat voorwerp of dat onderdeel van een voorwerp kennelijk is bestemd of wordt gebruikt om voor vermakelijkheidsdoeleinden effecten te bewerkstelligen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vuurwerkbesluit