Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding Actueel

Inhoud

§ 5

Slotbepalingen

Artikel 8

  1. Opzettelijk handelen in strijd met een verplichting of verbod, opgelegd krachtens artikel 2, eerste lid, artikel 3, of de voorschriften, verbonden aan een ontheffing als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

  2. Opzettelijk onttrekken aan controle middels een technische voorziening als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

  3. De in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.

Artikel 12

Onze Minister zendt voor 1 september 2024 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 13

  1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 12 van de Wet raadgevend referendum.

  2. Deze wet vervalt met ingang van 1 maart 2027.

Artikel 16

Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding.

← terug naar Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding