Telecommunicatiewet Actueel

Inhoud

§ 6a.2

Met toegang verband houdende verplichtingen

Artikel 6a.6

  1. De Autoriteit Consument en Markt kan op grond van artikel 6a.2, eerste lid, de verplichting opleggen om te voldoen aan redelijke verzoeken tot door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen vormen van toegang, onder andere indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat het weigeren van toegang of het stellen van onredelijke voorwaarden met eenzelfde effect, de ontwikkeling van een door duurzame concurrentie gekenmerkte eindgebruikersmarkt zou belemmeren of niet in het belang van de eindgebruiker zou zijn.

  2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, kan onder meer inhouden dat de desbetreffende onderneming:

    1. aanbieders van elektronische communicatiediensten toegang verleent tot bepaalde netwerkelementen of faciliteiten, met inbegrip van ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk of subnetwerk;

    2. te goeder trouw onderhandelt met aanbieders van elektronische communicatiediensten die verzoeken om toegang;

    3. reeds verleende toegang tot faciliteiten niet intrekt;

    4. op groothandelsbasis bepaalde diensten aanbiedt voor wederverkoop door aanbieders van elektronische communicatiediensten;

    5. open toegang verleent tot technische interfaces, protocollen of andere kerntechnologieën die onmisbaar zijn voor de interoperabiliteit van openbare elektronische communicatiediensten of virtuele netwerkdiensten;

    6. collocatie of andere vormen van gedeeld gebruik van bijbehorende faciliteiten aanbiedt;

    7. bepaalde diensten aanbiedt die nodig zijn voor de interoperabiliteit van de aan gebruikers geleverde eind- tot einddiensten, inclusief faciliteiten voor intelligente netwerkdiensten of roaming binnen mobiele elektronische communicatienetwerken;

    8. toegang verleent tot operationele ondersteuningssystemen of vergelijkbare softwaresystemen die nodig zijn om eerlijke concurrentie bij het aanbieden van elektronische communicatiediensten te waarborgen;

    9. zorgt voor interconnectie van openbare elektronische communicatienetwerken of netwerkfaciliteiten;

    10. toegang verschaffen tot bijbehorende diensten;

    11. derden toegang verleent tot specifieke actieve of virtuele netwerkelementen of -diensten.

  3. De Autoriteit Consument en Markt kan aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, voorschriften verbinden betreffende billijkheid, redelijkheid en opportuniteit.

  4. Indien dit nodig is om de normale werking van het betrokken openbare elektronische communicatienetwerk te garanderen, kan de Autoriteit Consument en Markt technische of operationele voorschriften vaststellen die:

    1. een onderneming waarvoor een verplichting geldt als bedoeld in het eerste lid bij het verlenen van toegang in acht neemt, of

    2. een onderneming die toegang heeft gekregen op basis van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, in acht neemt.

  5. Artikel 6.4 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot voorschriften als bedoeld in het vierde lid.

  6. Voor zover dat op grond van de notificatierichtlijn noodzakelijk is, stelt de Autoriteit Consument en Markt de voorschriften niet vast dan nadat de voorschriften aan de Europese Commissie in ontwerp zijn medegedeeld en de van toepassing zijnde termijnen, bedoeld in artikel 9 van de notificatierichtlijn, zijn verstreken.

  7. Voor zover de voorschriften technische normen of specificaties bevatten, stroken deze met de normen, bedoeld in artikel 39, eerste en tweede lid, van richtlijn (EU) 2018/1972.

Artikel 6a.6a

  1. De Autoriteit Consument en Markt kan op grond van artikel 6a.2, eerste lid, de verplichting opleggen om te voldoen aan redelijke verzoeken tot toegang tot en gebruik van civieltechnische voorzieningen, indien zij op basis van een marktanalyse concludeert dat het weigeren van toegang of het verlenen van toegang onder onredelijke voorwaarden met eenzelfde effect de ontwikkeling van een door duurzame concurrentie gekenmerkte eindgebruikersmarkt zou belemmeren of niet in het belang van de eindgebruiker zou zijn.

  2. Civieltechnische voorzieningen als bedoeld in het eerste lid zijn in elk geval gebouwen of toegang tot gebouwen, kabels in gebouwen inclusief bedrading, antennes, torens of andere ondersteuningsgebouwen, palen, masten, kabelgaten, leidingen, inspectieputten, mangaten en straatkasten.

  3. Het eerste lid is van toepassing ongeacht of de netwerkelementen die door de verplichtingen worden beïnvloed deel uitmaken van de relevante markt, bedoeld in artikel 6a.1, eerste lid.

Artikel 6a.7

  1. De Autoriteit Consument en Markt kan op grond van artikel 6a.2, eerste lid, voor door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen vormen van toegang een verplichting opleggen betreffende het beheersen van de hiervoor te rekenen tarieven of kostentoerekening indien uit een marktanalyse blijkt dat de betrokken exploitant de prijzen door het ontbreken van werkelijke concurrentie op een buitensporig hoog peil kan handhaven of de marges kan uithollen, in beide gevallen ten nadele van de eindgebruikers. Aan de verplichting kunnen door de Autoriteit Consument en Markt voorschriften worden verbonden die nodig zijn voor een goede uitvoering van de verplichting.

  2. Bij het bepalen of een verplichting als bedoeld in het eerste lid moet worden opgelegd, houdt de Autoriteit Consument en Markt rekening met:

    1. de noodzaak de mededinging te bevorderen;

    2. de belangen van eindgebruikers op de lange termijn, met betrekking tot de aanleg en toepassing van nieuwe generatienetwerken;

    3. door de onderneming gedane investeringen;

    4. het belang van voorspelbare en stabiele tarieven.

  3. Een verplichting als bedoeld in het eerste lid kan inhouden dat voor toegang een kostengeoriënteerd tarief moet worden gerekend of dat een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen of goed te keuren kostentoerekeningssysteem moet worden gehanteerd, waarbij de onderneming een redelijke opbrengst krijgt, mede gelet op de bijbehorende risico’s.

  4. Indien de Autoriteit Consument en Markt een onderneming heeft verplicht om voor toegang een kostengeoriënteerd tarief te rekenen, toont de onderneming aan dat haar tarieven werkelijk kostengeoriënteerd zijn.

  5. Onverminderd het eerste lid, tweede volzin, kan de Autoriteit Consument en Markt aan een verplichting tot het opstellen van een kostentoerekeningssysteem voorschriften verbinden met betrekking tot het overleggen van de resultaten van de toepassing van het systeem door de onderneming waarop de verplichting rust.

  6. Indien een verplichting tot het opstellen van een kostentoerekeningssysteem is opgelegd:

    1. maakt de desbetreffende onderneming, met inachtneming van de door de Autoriteit Consument en Markt gegeven voorschriften, op genoegzame wijze bekend een beschrijving van het systeem die ten minste de hoofdcategorieën bevat waarin de kosten worden ingedeeld en de voor de toerekening van de kosten toegepaste regels;

    2. onderzoekt de Autoriteit Consument en Markt dan wel een door de Autoriteit Consument en Markt aan te wijzen onafhankelijke deskundige derde jaarlijks of er in overeenstemming met het systeem is gehandeld.

  7. Van de resultaten van het onderzoek, bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

  8. Indien de Europese Commissie geen gedelegeerde handeling met betrekking tot maximumtarieven als bedoeld in artikel 18.21a heeft vastgesteld en uit een marktanalyse blijkt dat het noodzakelijk is om kostengeoriënteerde afgiftetarieven op te leggen, kan de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 6a.2, eerste lid, overeenkomstig bijlage III bij richtlijn (EU) 2018/1972 de verplichting opleggen om kostengeoriënteerde afgiftetarieven te hanteren.

Artikel 6a.8

De Autoriteit Consument en Markt kan op grond van artikel 6a.2, eerste lid, voor door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen vormen van toegang de verplichting opleggen om deze toegang onder gelijke omstandigheden onder gelijke voorwaarden te verlenen. Deze verplichting houdt tevens in dat de onderneming gelijke voorwaarden toepast als die welke onder gelijke omstandigheden gelden voor haarzelf, haar dochterondernemingen of haar partnerondernemingen.

Artikel 6a.9

  1. De Autoriteit Consument en Markt kan op grond artikel 6a.2, eerste lid, de verplichting opleggen om door de Autoriteit Consument en Markt nader te bepalen informatie met betrekking tot door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen vormen van toegang bekend te maken. Deze informatie kan onder meer betrekking hebben op:

    1. tarieven en andere voorwaarden die bij het verlenen van toegang worden gehanteerd;

    2. technische kenmerken en andere eigenschappen van het netwerk.

  2. De Autoriteit Consument en Markt kan op grond van artikel 6a.2, eerste lid, de verplichting opleggen om een referentieaanbod bekend te maken waarin een omschrijving is opgenomen van door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen vormen van toegang. Het referentieaanbod is opgesplitst naar de onderscheiden vormen van toegang en de daarbij gehanteerde tarieven en andere voorwaarden.

  3. Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat het referentieaanbod niet in overeenstemming is met de op grond van dit hoofdstuk opgelegde verplichtingen, geeft het de onderneming aanwijzingen met betrekking tot de aan te brengen wijzigingen.

  4. Aan een verplichting als bedoeld in het eerste en tweede lid kan de Autoriteit Consument en Markt voorschriften verbinden met betrekking tot de mate van detaillering en de wijze van bekendmaking.

Artikel 6a.10

  1. De Autoriteit Consument en Markt kan op grond van artikel 6a.2, eerste lid, de verplichting opleggen om een gescheiden boekhouding te voeren waarin de opbrengsten en de kosten van de door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen vormen van toegang, aan de onderneming zelf of aan andere ondernemingen, gescheiden zijn van die van de door de ondernemingen verrichte overige activiteiten.

  2. Aan de verplichting tot het voeren van een gescheiden boekhouding kan de Autoriteit Consument en Markt voorschriften verbinden met betrekking tot de methode van inrichting van de boekhouding en het aan de Autoriteit Consument en Markt verstrekken van boekhoudkundige documenten met inbegrip van gegevens over van derden ontvangen inkomsten.

Artikel 6a.11

  1. In uitzonderlijke omstandigheden kan de Autoriteit Consument en Markt aan een onderneming waarvan door de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 6a.2, eerste lid, is vastgesteld dat zij beschikt over een aanmerkelijke marktmacht bij de aanbieding van openbare elektronische communicatienetwerken of bijbehorende faciliteiten, andere bij ministeriële regeling aan te wijzen verplichtingen die verband houden met toegang opleggen, voor zover deze passend zijn.

  2. Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het opleggen door de Autoriteit Consument en Markt van bij die regeling aangewezen verplichtingen. Deze regels hebben in elk geval betrekking op:

    1. de omstandigheden die zich moeten voordoen alvorens deze verplichtingen kunnen worden opgelegd, en

    2. de aard van de verplichtingen.

  3. De Autoriteit Consument en Markt trekt een besluit als bedoeld in het eerste lid in, indien:

    1. het op grond van artikel 6a.3, eerste lid, heeft bepaald dat de desbetreffende relevante onderscheidenlijk transnationale markt niet voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 6a.1, vijfde lid, onderdeel a;

    2. op grond artikel 6a.3, tweede lid, is gebleken dat de onderneming als bedoeld in het eerste lid geen aanmerkelijke marktmacht meer heeft.

  4. De Autoriteit Consument en Markt trekt een besluit als bedoeld in het eerste lid tevens in, indien:

    1. er geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden meer is, of

    2. de opgelegde of in stand gehouden verplichting niet langer passend is.

  5. Uiterlijk binnen achttien maanden nadat een besluit als bedoeld in het eerste lid in werking is getreden, onderzoekt de Autoriteit Consument en Markt of er nog sprake is van uitzonderlijke omstandigheden en of de opgelegde of in stand gehouden verplichting nog passend is en besluit de Autoriteit Consument en Markt op grond van:

    1. het eerste lid om het besluit in stand te houden, of

    2. het vierde lid om het besluit in te trekken.

  6. Artikel 6a.2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

← terug naar Telecommunicatiewet