Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake het maken van reclame voor uitrusting of radioapparaten waarvan het in de handel brengen of het op de markt aanbieden op grond van artikel 10.1 of artikel 10.11 is verboden.
Telecommunicatiewet Actueel
Inhoud
§ 10.2
Artikel 10.13
-
Indien uitrusting of radioapparaten een ontoelaatbare storing of belemmering veroorzaken in uitrusting of radioapparaten die voldoen aan de krachtens artikel 10.9, onderdeel a, b, c, e, h en i gestelde voorschriften, kan de houder van de storing veroorzakende uitrusting of radioapparaat worden verplicht een door Onze Minister gegeven aanwijzing op te volgen.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake de behandeling van klachten over elektromagnetische storingen, ondervonden van het gebruik van uitrusting of radioapparaten, of over belemmeringen, welke bij het gebruik van apparaten of radioapparaten worden ondervonden.
Artikel 10.14
Voor de toepassing van de artikelen 10.15 tot en met 10.17 worden met radioapparaten gelijk gesteld:
elke samenvoeging van onderdelen geschikt om een radioapparaat dan wel een ingevolge het bepaalde onder b daarmee gelijkgesteld apparaat te vormen;
de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te omschrijven elektrische of elektronische apparaten die geschikt zijn om door gebruik tezamen met een radioapparaat een radioapparaat te vormen met andere technische eigenschappen.
Artikel 10.15
-
Het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben, of het gebruik van radioapparaten is slechts toegestaan indien voor het gebruik ervan aan de houder van die radioapparaten op grond van hoofdstuk 3 een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte is verleend.
-
In afwijking van het eerste lid, is het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aanwezig hebben, of het gebruik van radioapparaten zonder dat aan de houder een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte, toegestaan, indien:
krachtens hoofdstuk 3 geen vergunning is vereist voor het gebruik van frequentieruimte en, indien voor het gebruik melding en registratie verplicht zijn krachtens artikel 3.9, eerste lid, onder d, indien melding en registratie heeft plaatsgevonden;
de houder van het radioapparaat met de houder of huurder van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte een overeenkomst heeft gesloten voor de aanleg en het instandhouden van een radioapparaat ten behoeve van het verzorgen van diensten van de opdrachtgever waarbij gebruik wordt gemaakt van de aan de opdrachtgever toegewezen frequentieruimte;
de houder van het radioapparaat gebruik maakt van frequentieruimte krachtens een overeenkomst van verhuur in overeenstemming met het bij of krachtens artikel 3.20a bepaalde;
deze apparaten worden gebruikt aan boord van andere schepen dan schepen die op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren of andere dan Nederlandse luchtvaartuigen en daarvoor een vergunning is afgegeven in overeenstemming met het Internationaal Telecommunicatieverdrag, of
deze apparaten worden gebruikt door niet-ingezetenen van Nederland die tijdelijk hier te lande verblijven en daartoe voor Nederland bindende afspraken zijn gemaakt.
Artikel 10.16
-
Onze Minister kan, in afwijking van artikel 10.15, eerste lid, een vergunning verlenen voor het aanleggen van radioapparaten zonder dat aan de houder een vergunning is verleend voor gebruik van frequentieruimte. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.
-
De vergunning kan worden geweigerd, indien:
het ernstige vermoeden bestaat dat de vergunning zal worden misbruikt;
een eerder verleende vergunning is ingetrokken wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften;
de aanvraag niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels, of
de aanvrager naar het oordeel van Onze Minister geen gerechtvaardigd belang heeft bij verlening van de vergunning.
-
De vergunning kan worden ingetrokken, indien:
de houder van de vergunning de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet nakomt, of
de gronden waarop de vergunning is verleend zijn vervallen.
Artikel 10.17
-
Het is verboden:
een radioapparaat te gebruiken om aan boord van een schip of luchtvaartuig buiten elk nationaal gebied programma's uit te zenden;
een radioapparaat, bestemd voor een gebruik als onder a bedoeld, te exploiteren;
een radioapparaat ter beschikking te stellen of aan te leggen in de wetenschap, dat het is bestemd voor een gebruik als bedoeld onder a;
een schip of luchtvaartuig ter beschikking te stellen in de wetenschap, dat dit is bestemd om aan boord daarvan uitzendingen te doen als onder a bedoeld.
-
Het is verboden aan overtreding van een der in het eerste lid bedoelde verboden opzettelijk mee te werken door daarbij behulpzaam te zijn dan wel daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen. Als handelingen van medewerking worden in elk geval beschouwd:
het ter beschikking stellen van materiaal ten behoeve van het schip of luchtvaartuig dan wel van het radioapparaat;
het onderhouden of herstellen van het schip of luchtvaartuig dan wel van het radioapparaat;
het bevoorraden van het schip of luchtvaartuig;
het vervoeren van personen of goederen naar of van het schip of luchtvaartuig dan wel het ter beschikking stellen van middelen tot dat vervoer;
het vervaardigen van programma's of onderdelen daarvan, bestemd om te worden uitgezonden;
het geven van opdrachten tot het uitzenden van programma's of onderdelen daarvan dan wel het verlenen van bemiddeling bij het verkrijgen van zodanige opdrachten.
-
Het tweede lid blijft buiten toepassing, indien de aldaar bedoelde handelingen worden verricht teneinde in geval van nood het schip of luchtvaartuig bij te staan of mensenlevens te beschermen.
-
Onder schip of luchtvaartuig wordt in dit artikel mede begrepen elk ander drijvend of door de lucht gedragen voorwerp.