-
In de gevallen waarin samenwerking tussen vergunninghouders van frequentieruimte noodzakelijk is voor het kunnen gebruiken van de aan hen toegewezen frequentieruimte, sluiten de betreffende vergunninghouders binnen een periode van ten hoogste zes weken na verlening van de vergunning een overeenkomst betreffende de voorwaarden tot gezamenlijk gebruik van dat deel van de frequentieruimte.
-
Indien vergunninghouders geen overeenstemming kunnen bereiken over de voorwaarden waaronder de frequentieruimte in gebruik zal worden genomen, kan Onze Minister op aanvraag van één of meer van hen, de regels vaststellen die tussen hen zullen gelden.
-
Elke vergunninghouder stelt aan Onze Minister binnen twee weken na de datum van de aanvraag de gegevens ter beschikking die deze nodig heeft ten behoeve van de voorbereiding van het besluit.
-
Onze Minister beslist binnen twaalf weken na de datum van de aanvraag.
-
Op aanvraag van de gezamenlijke vergunninghouders kan Onze Minister een besluit als bedoeld in het tweede lid intrekken.
Inhoud
Artikel 3.9
Tekst van deze versie
-
In de gevallen waarin samenwerking tussen vergunninghouders van frequentieruimte noodzakelijk is voor het kunnen gebruiken van de aan hen toegewezen frequentieruimte, sluiten de betreffende vergunninghouders binnen een periode van ten hoogste zes weken na verlening van de vergunning een overeenkomst betreffende de voorwaarden tot gezamenlijk gebruik van dat deel van de frequentieruimte.
-
Indien vergunninghouders geen overeenstemming kunnen bereiken over de voorwaarden waaronder de frequentieruimte in gebruik zal worden genomen, kan Onze Minister op aanvraag van één of meer van hen, de regels vaststellen die tussen hen zullen gelden.
-
Elke vergunninghouder stelt aan Onze Minister binnen twee weken na de datum van de aanvraag de gegevens ter beschikking die deze nodig heeft ten behoeve van de voorbereiding van het besluit.
-
Onze Minister beslist binnen twaalf weken na de datum van de aanvraag.
-
Op aanvraag van de gezamenlijke vergunninghouders kan Onze Minister een besluit als bedoeld in het tweede lid intrekken.
Nog geen automatische verwijzingen.