-
Een vergunning kan in het belang van een goede verdeling van frequentieruimte, alsmede in het belang van een ordelijk en doelmatig gebruik van frequentieruimte onder beperkingen worden verleend. In die belangen kunnen aan een vergunning voorschriften worden verbonden.
-
Onverminderd het eerste lid kan aan een vergunning het voorschrift worden verbonden dat de frequentieruimte waarop de vergunning betrekking heeft, moet worden gebruikt voor de verzorging van bij de vergunning aan te wijzen diensten, voor zover dat nodig is voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang. In dat geval kunnen de in het eerste lid bedoelde beperkingen en voorschriften tevens betrekking hebben op het belang van een goede dienstverlening.
-
Als redenen van algemeen belang als bedoeld in het tweede lid, worden in ieder geval aangemerkt:
de veiligheid van het menselijk leven;
het bevorderen van de sociale, regionale of territoriale samenhang;
het doelmatig gebruik van frequentieruimte;
de bevordering van culturele en taalkundige diversiteit en pluralisme van de media.
-
Onverminderd het eerste lid kan aan een vergunning het voorschrift worden verbonden dat de frequentieruimte waarop de vergunning betrekking heeft moet worden gebruikt voor de toepassing van bij de vergunning aan te wijzen technologieën, indien dat nodig is om:
schadelijke interferentie te vermijden;
de volksgezondheid te beschermen tegen elektromagnetische velden;
de technische kwaliteit van de dienst te garanderen;
te zorgen voor zoveel mogelijk gedeeld gebruik van de radiofrequenties;
een doelmatige gebruik van frequentieruimte te waarborgen;
een doelstelling van algemeen belang zoals bedoeld in het derde lid, te verwezenlijken.
-
Indien een voorschrift als bedoeld in het tweede en vierde lid wordt opgelegd, onderzoekt Onze Minister uiterlijk vijf jaar nadat het voorschrift aan de vergunning is verbonden, en vervolgens iedere vijf jaar, of het voorschrift kan worden geschrapt. Indien een voorschrift niet meer nodig is voor de verwezenlijking van een van de in het tweede en vierde lid genoemde doelstellingen, wordt de vergunning hierop aangepast.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld terzake van de beperkingen waaronder een vergunning kan worden verleend en de voorschriften die op grond van het eerste of tweede lid aan een vergunning kunnen worden verbonden.
-
In het geval frequentieruimte moet worden gebruikt voor de verzorging voor het publiek van diensten als bedoeld in het tweede lid, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur in het belang van een goede dienstverlening regels worden gesteld voor aanbieders van die diensten.
-
Indien een vergunning wordt verleend met toepassing van een van de procedures, bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, onder b of c, wordt een voornemen om een vergunning onder beperkingen te verlenen en een voornemen om aan een vergunning voorschriften te verbinden, op passende wijze bekendgemaakt. Belanghebbenden, gebruikers en consumenten kunnen tot vier weken na bekendmaking van een voornemen hun zienswijze over het voornemen naar voren brengen.
Inhoud
Artikel 3.5
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
-
Een vergunning kan in het belang van een goede verdeling van frequentieruimte, alsmede in het belang van een ordelijk en doelmatig gebruik van frequentieruimte onder beperkingen worden verleend. In die belangen kunnen aan een vergunning voorschriften worden verbonden.
- Onverminderd het eerste lid kan bijaan een vergunning het voorschrift worden voorgeschrevenverbonden dat de frequentieruimte waarop de vergunning zietbetrekking heeft, moet worden gebruikt voor de verzorging voor het publiek van bij de vergunning aan te wijzen diensten.diensten, voor zover dat nodig is voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang. In dat geval kunnen de in het eerste lid bedoelde beperkingen en voorschriften tevens zienbetrekking hebben op het belang van een goede dienstverlening.
-
Als redenen van algemeen belang als bedoeld in het tweede lid, worden in ieder geval aangemerkt:
- de veiligheid van het menselijk leven;
- het bevorderen van de sociale, regionale of territoriale samenhang;
- het doelmatig gebruik van frequentieruimte;
- de bevordering van culturele en taalkundige diversiteit en pluralisme van de media.
-
Onverminderd het eerste lid kan aan een vergunning het voorschrift worden verbonden dat de frequentieruimte waarop de vergunning betrekking heeft moet worden gebruikt voor de toepassing van bij de vergunning aan te wijzen technologieën, indien dat nodig is om:
- schadelijke interferentie te vermijden;
- de volksgezondheid te beschermen tegen elektromagnetische velden;
- de technische kwaliteit van de dienst te garanderen;
- te zorgen voor zoveel mogelijk gedeeld gebruik van de radiofrequenties;
- een doelmatige gebruik van frequentieruimte te waarborgen;
- een doelstelling van algemeen belang zoals bedoeld in het derde lid, te verwezenlijken.
- Indien een voorschrift als bedoeld in het tweede en vierde lid wordt opgelegd, onderzoekt Onze Minister uiterlijk vijf jaar nadat het voorschrift aan de vergunning is verbonden, en vervolgens iedere vijf jaar, of het voorschrift kan worden geschrapt. Indien een voorschrift niet meer nodig is voor de verwezenlijking van een van de in het tweede en vierde lid genoemde doelstellingen, wordt de vergunning hierop aangepast.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld terzake van de beperkingen waaronder een vergunning kan worden verleend en de voorschriften die op grond van het eerste of tweede lid aan een vergunning kunnen worden verbonden.
-
In het geval frequentieruimte moet worden gebruikt voor de verzorging voor het publiek van diensten als bedoeld in het tweede lid, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur in het belang van een goede dienstverlening regels worden gesteld voor aanbieders van die diensten.
- Indien een vergunning wordt verleend met toepassing van een van de procedures, bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, onder b of c, wordt een voornemen om een vergunning onder beperkingen te verlenen en een voornemen om aan een vergunning voorschriften te verbinden, op passende wijze bekendgemaakt. Belanghebbenden, gebruikers en consumenten kunnen tot vier weken na bekendmaking van een voornemen hun zienswijze over het voornemen naar voren brengen.
Nog geen automatische verwijzingen.