Telecommunicatiewet

Inhoud

Artikel 3.14

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2020.
  1. In het belang van een optimale verdeling en een doelmatig gebruik van frequentieruimte kan een vergunning onder beperkingen worden verleend en kunnen er voorschriften aan worden verbonden.

  2. Onverminderd het eerste lid kan aan een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van elektronische communicatienetwerken en- diensten het voorschrift worden verbonden dat de frequentieruimte waarop de vergunning betrekking heeft, moet worden gebruikt voor de verzorging van bij de vergunning aan te wijzen diensten, voor zover dat nodig is voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang. In dat geval kunnen de in het eerste lid bedoelde beperkingen en voorschriften tevens betrekking hebben op het belang van een goede dienstverlening.

  3. Als redenen van algemeen belang als bedoeld in het tweede lid, worden in ieder geval aangemerkt:

    1. de veiligheid van het menselijk leven;

    2. het bevorderen van de sociale, regionale of territoriale samenhang;

    3. het doelmatig gebruik van frequentieruimte;

    4. de bevordering van culturele en taalkundige diversiteit en pluralisme van de media.

  4. Onverminderd het eerste lid kan aan een vergunning het voorschrift worden verbonden dat de frequentieruimte waarop de vergunning betrekking heeft moet worden gebruikt voor de toepassing van bij de vergunning aan te wijzen technologieën, indien dat nodig is om:

    1. schadelijke interferentie te vermijden;

    2. de volksgezondheid te beschermen tegen elektromagnetische velden;

    3. de technische kwaliteit van de dienst te garanderen;

    4. te zorgen voor zoveel mogelijk gedeeld gebruik van de radiofrequenties;

    5. een doelmatige gebruik van frequentieruimte te waarborgen;

    6. een doelstelling van algemeen belang zoals bedoeld in het derde lid, te verwezenlijken.

  5. Indien een voorschrift als bedoeld in het tweede en vierde lid wordt opgelegd, onderzoekt Onze Minister uiterlijk vijf jaar nadat het voorschrift aan de vergunning is verbonden, en vervolgens iedere vijf jaar, of het voorschrift kan worden geschrapt. Indien een voorschrift niet meer nodig is voor de verwezenlijking van een van de in het tweede en vierde lid genoemde doelstellingen, wordt de vergunning hierop aangepast.

01-07-2026 Huidig 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 21-12-2020 Historisch 04-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 11-07-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2016 Historisch 30-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 11-03-2015 Historisch 11-12-2014 Historisch 01-08-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 15-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 30-06-2012 Historisch 05-06-2012 Historisch 08-02-2012 Historisch 16-07-2011 Historisch 31-03-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 28-12-2009 Historisch 01-10-2009 Historisch 01-09-2009 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 15-03-2013.

Tekst van deze versie

  1. In het belang van een optimale verdeling en een doelmatig gebruik van frequentieruimte kan een vergunning onder beperkingen worden verleend en kunnen er voorschriften aan worden verbonden.

  2. Onverminderd het eerste lid kan aan een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van elektronische communicatienetwerken en- diensten het voorschrift worden verbonden dat de frequentieruimte waarop de vergunning betrekking heeft, moet worden gebruikt voor de verzorging van bij de vergunning aan te wijzen diensten, voor zover dat nodig is voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang. In dat geval kunnen de in het eerste lid bedoelde beperkingen en voorschriften tevens betrekking hebben op het belang van een goede dienstverlening.

  3. Als redenen van algemeen belang als bedoeld in het tweede lid, worden in ieder geval aangemerkt:

    1. de veiligheid van het menselijk leven;

    2. het bevorderen van de sociale, regionale of territoriale samenhang;

    3. het doelmatig gebruik van frequentieruimte;

    4. de bevordering van culturele en taalkundige diversiteit en pluralisme van de media.

  4. Onverminderd het eerste lid kan aan een vergunning het voorschrift worden verbonden dat de frequentieruimte waarop de vergunning betrekking heeft moet worden gebruikt voor de toepassing van bij de vergunning aan te wijzen technologieën, indien dat nodig is om:

    1. schadelijke interferentie te vermijden;

    2. de volksgezondheid te beschermen tegen elektromagnetische velden;

    3. de technische kwaliteit van de dienst te garanderen;

    4. te zorgen voor zoveel mogelijk gedeeld gebruik van de radiofrequenties;

    5. een doelmatige gebruik van frequentieruimte te waarborgen;

    6. een doelstelling van algemeen belang zoals bedoeld in het derde lid, te verwezenlijken.

  5. Indien een voorschrift als bedoeld in het tweede en vierde lid wordt opgelegd, onderzoekt Onze Minister uiterlijk vijf jaar nadat het voorschrift aan de vergunning is verbonden, en vervolgens iedere vijf jaar, of het voorschrift kan worden geschrapt. Indien een voorschrift niet meer nodig is voor de verwezenlijking van een van de in het tweede en vierde lid genoemde doelstellingen, wordt de vergunning hierop aangepast.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Telecommunicatiewet